Bijbelgedeelte: Leviticus 10 vers 1-7
Leestijd: 1 minuut
35. Het verterende vuur
De mens verderft alles wat God hem heeft toevertrouwd. Dit gold ook voor het priesterschap. De twee oudste zonen van Aäron, Nadab en Abihu (die twaalf keer in de Schrift worden genoemd, en altijd samen), offerden vuur aan iets vreemds – vuur, dat niet van het altaar afkomstig was. Merk op, dat God dit niet had verboden. De Schrift zegt juist, dat Hij het niet had geboden (Lev. 10:1).
Toen zij vreemd vuur meebrachten, kwam er vuur van God en doodde hen (Lev. 10:2). De oorzaak van het wangedrag van Nadab en Abihu lag mogelijk in hun ongepaste alcoholgebruik, aangezien het het priesterlijke geslacht direct na deze gebeurtenis verboden is alcohol te nuttigen voordat zij het heiligdom betreden.
Uit deze gebeurtenis leren we, dat we onze aanbidding alleen kunnen verbinden met het vuur dat ooit de Heer Jezus aan het kruis “getroffen” heeft voor onze zonden, en dat we ons in onze aanbidding zeer nauwgezet aan de Schrift moeten houden, en dat alles wat met de natuurlijke mens en zijn vreugde te maken heeft, niet thuishoort in de aanwezigheid van God.
Gerrit Setzer; www.bibelstudium.de;
Online in het Duits sinds 31.08.2015
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW