Lessen uit Genesis 40
Genesis 40 vers 1-23
We kennen Bijbelse verhalen zoals het verhaal van Jozef misschien al sinds onze kindertijd. Wanneer we ze opnieuw lezen, hebben we soms het gevoel, dat ze ons niet veel meer te vertellen hebben. Misschien bekijken we de moeilijke situatie waarin de persoon in het verhaal terechtkomt vanuit het perspectief van de gelukkige afloop die we al kennen.
Laten we daarom eens een aantal feiten uit Genesis 40 nader bekijken, met name dat hoofdstuk. Daar treffen we Jozef aan, gevangengezet vanwege de valse beschuldiging van Potifars vrouw. Aan het einde van dit hoofdstuk zit hij nog steeds in de gevangenis. Wat is er in zijn leven veranderd? Niets.
Jozef bevond zich in een situatie die omschreven kan worden als een wachtperiode. Het Woord van God vertelt ons niet precies hoe zwaar de straf was die hij moest ondergaan. Hij was een gevangene. We gaan er ook van uit, dat hij niet wist hoe lang zijn gevangenschap zou duren. Bovendien moet zijn vrijlating afhankelijk zijn geweest van een hele reeks gebeurtenissen die volledig buiten zijn macht lagen.
Jozef wachtte tot er iets zou gebeuren, tot een gebeurtenis zijn situatie zou veranderen. Hij wachtte op zijn vrijlating uit de gevangenis en hoopte, dat God in zijn leven zou ingrijpen. Jozef was een man die wachtte. We moeten allen wachten – op iets of iemand. We hebben allemaal onze verwachtingen.
Voor velen van ons is wachten iets wat we niet waarderen. Toch moeten we in veel fasen van ons leven wachten, of het nu om grote of kleine gebeurtenissen gaat.
Enkele voorbeelden
Als we jong zijn, wachten we tot we onze opleiding of studie hebben afgerond. Tijdens deze fase zijn er altijd examens, die met wachten verbonden zijn. Nadat we het eindexamen hebben afgelegd, wachten we op de uitslag om te weten of we geslaagd zijn.
We wachten af of God het in Zijn plan voorzien heeft, dat we trouwen en een gezin stichten. We wachten tot Hij ons de persoon laat zien die Hij voor ogen heeft als onze partner.
Als we trouwen, willen we weten of God ons kinderen wil schenken. Als er een zwangerschap optreedt, wachten we negen maanden voordat we de baby in onze armen sluiten.
Wat kenmerkt ons tijdens deze periode van wachten? Vertrouwen we op God? Laten we Hem ons de weg wijzen? Zijn we afhankelijk van Hem in gebed? Geven we Hem ons onvoorwaardelijke vertrouwen? Of tonen we angst en ongeduld, wat duidt op een gebrek aan geloof? Wat als de omstandigheden zich niet ontwikkelen zoals we willen? Proberen we dan zelf de situatie te beheersen of te veranderen?
De gevangenis was een school waar Jozef leerde van God afhankelijk te zijn. Zijn geloof werd daardoor voortdurend op de proef gesteld. Maar er schuilt een nog diepere les in de geschiedenis van Jozef.
Tot nu toe hebben we het gehad over een wachttijd die we als ‘normaal’ en natuurlijk beschouwen. Maar in het geval van Jozef was die wachttijd onbegrijpelijk. Het was moeilijk om er een plausibele verklaring voor te vinden. Zelfs vanuit een spiritueel perspectief was zijn wachten onbegrijpelijk. Waarom zat hij in die gevangenis?
Tijdens mijn militaire dienst was ik de chauffeur van de commandant. Ik moest hem vergezellen op al zijn missies. Als ik aankwam op de locatie waar hij een afspraak had, bleef ik in de auto wachten. In sommige gevallen wist ik niet waar deze militaire bijeenkomsten over gingen of hoe lang de bespreking zou duren. Ik kon maar één ding doen: wachten en de radio aan laten staan. Op die manier kon de commandant me op elk moment bereiken als hij iets nodig had. Als iemand me had gevraagd waarom ik er was en hoe lang ik zou blijven, had ik vaak niet geweten wat ik moest antwoorden.
We maken allemaal momenten mee waarop we niet weten waarom we ons in een bepaalde situatie bevinden. Dit zijn momenten waarop niets meer logisch lijkt. Soms gebeurt er plotseling iets moeilijks, waardoor ons leven volledig overhoop wordt gegooid. We weten niet hoe lang het zal duren en of het probleem zal worden opgelost. We zijn ook machteloos om er iets aan te veranderen. Bovendien kunnen we in zulke omstandigheden een schoon geweten hebben en beseffen, dat we de gevolgen van Gods vaderlijke tuchtiging voor onze fouten niet hoeven te dragen. Dan zeggen we, net als Jozef: “… en ook hier heb ik niets gedaan waarvoor men mij in deze kerker zou moeten zetten” (vs. 15). We voelen ons verward, radeloos en ontmoedigd.
Waarom laat God dit toe in mijn leven? Waarom grijpt Hij niet in? Waarom is er geen oplossing? Waarom komt er geen einde aan deze beproeving? En het enige wat we kunnen doen is wachten!
Wat doen we terwijl we wachten?
We moeten klaarstaan. Waarvoor? Om anderen van dienst te zijn. In het verhaal van Jozef zaten twee mannen met hem in de gevangenis: de opperschenker en de opperbakker. Het waren norse mensen met treurige gezichten (vs. 6-7).
In moeilijke omstandigheden kunnen we mensen ontmoeten die we anders nooit hadden leren kennen als we deze ervaring niet gehad zouden hebben. Jozef ontfermde zich over de twee gevangenen. Hij beantwoordde de vragen van hun harten in overeenstemming met de gedachten van God. Jozef was bereid te dienen en mensen tot God te brengen.
Dit bevat een belangrijke les voor ons allen. De omstandigheden in ons leven die vanuit menselijk perspectief het ergst lijken, kunnen door God gebruikt worden om het beste tot Zijn eer te bewerkstelligen. Jozef leed een groot onrecht. Hij wist niets over zijn toekomst. Maar dat was niet zijn grootste zorg. Hij was vooral bezig met het dienen van zijn God.
Jozef verlangde ernaar om uit de gevangenis te komen. Daarom zei hij tegen de schenker van de koning: “Maar denk aan mij, wanneer het u goed zal gaan; bewijs mij toch goedertierenheid en vertel over mij aan de farao, en maak dat ik uit dit huis kom” (vs. 14). Jozef dacht misschien even, dat hij in de schenker de oplossing voor zijn probleem had gevonden. Ik denk dat ieder van ons in een moeilijke situatie, wenst, dat God op de een of andere manier zou ingrijpen.
Maar dan valt er een stilte. Jozef is kalm. We lezen niets over hektiek, zorgen of angst. In zijn plaats zou ik, na met de schenker gesproken te hebben, mezelf meteen allerlei vragen hebben gesteld: “Zal hij mij herinneren?” En: “Wanneer zal hij aan mij denken?” En: “Zal hij de juiste woorden gebruiken tegen de farao?” En: “Hoe zal de farao reageren?”
Hoe gaat het verder?
Hoofdstuk 40 eindigt op een verwarrende manier: “Het hoofd van de schenkers dacht echter niet meer aan Jozef, maar hij vergat hem” (vs. 23).
Wat moest Jozef op dat moment doen? Wachten, en nog langer wachten. Hoe lang? Vele dagen? Enkele maanden? Nee, hij wachtte vanaf dat moment minstens twee jaar.
Hoofdstuk 40 eindigt, zonder dat er iets is veranderd voor Jozef. Welke lessen kunnen we leren van zijn gedrag in deze situatie?
- Volledige afhankelijkheid van God;
- trouw en stabiliteit;
- stralend geloof;
- bereidheid om God te dienen, ook onder moeilijke omstandigheden;
- bereidheid om anderen te helpen, ook wanneer we menselijkerwijs geneigd zijn alleen met onszelf bezig te zijn.
Dit zijn dingen die blijven en kostbaar zijn in Gods ogen. Dit is wat Hij van Zijn volk verlangt, wanneer er een lange periode van wachten is, wanneer we in omstandigheden komen, die we niet begrijpen en die ons geloof op de proef stellen.
“Wentel uw weg op de HEERE en vertrouw op Hem: Híj zal het doen … Zwijg voor de HEERE en verwacht Hem …” (Ps. 37:5,7).
“Zo is het ook wanneer je zegt dat je Hem niet waarneemt. Er is echter een rechtszaak voor Zijn aangezicht, wacht dan op Hem” (Job 35:14).
Cesare Casarotta; www.haltefest.ch
Jaargang 2026, nummer 1, bladzijde 8
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW