5 jaar geleden

Wanneer God een plan heeft …

Belevenis in Canada 2013-08-25

Een bijzondere belevenis in Canada

Na mijn prediking over ‘de koningin van Scheba’ in Schanzenfeld (Canada) in de provincie Manitoba (Oost-West midden van Canada) op zondag 25 augustus 2013, kwam een vriendelijke vrouw van ongeveer 40 jaar naar me toe en deed mij de groeten van haar schoonmoeder, die in Wolfenbüttel (ca. 20 km van Braunschweig) woont. Daarbij kwam  een geschiedenis aan het rollen, die in alle details slechts onze Vader in de hemel bedacht kon hebben. Het is voor mij een wonder van God, dat ik nu graag zou willen schilderen:

Eerst moet ik uitleggen, wie de schoonmoeder van de bovengenoemde vrouw is en van waar ik haar ken: Ze heeft iets te maken met de drie grote christelijke feestdagen Kerstmis, Pasen en Pinksteren. En dat is dan ook wel de reden, dat ik me haar vandaag de dag nog herinneren kan. Het is al ongeveer 15 jaar geleden dat ze contact met me opnam vanwege enige vragen over de Bijbel. Ik stuurde haar toen enige boeken toe. Na een kort briefcontact waren de vragen dan beantwoord.

Wat opmerkelijk was, is dat ze Oster (Pasen in het Nederlands) heet, dat ze in Wolfenbüttel aan de Pfingstenanger (Pinksterenweide) woont en dat de contacten van toen omstreeks Kerstmis waren. Vanwege deze combinatie met de drie feestdagen is mij deze gebeurtenis nog tot op vandaag goed in mijn herinnering gebleven.

Op de zondag vóór de reis naar Canada (18 augustus 2013) werd in de samenkomst van onze gemeente mijn lezingen-serie daar bekend gemaakt en ook daarvoor gebeden. Slechts zeer sporadisch komt mevrouw E. O. naar de dienst van onze gemeente. Juist deze zondag echter, vóór mijn uitzending naar Canada, was ze gekomen en hoorde ervan, dat ik naar Canada zou gaan. Evenwel de plaats van de lezingen werd niet bekend gemaakt. Wat ik later pas hoorde, heeft zij geprobeerd mij na de dienst te spreken, maar op de één of andere manier had ze mij gemist. Maar ze belde haar schoondochter op, die in Canada woont en vertelde haar dat ik naar Canada zou komen.

Bij deze serie lezingen logeerden mijn vrouw en ik in Canada in een dorp met de naam Schanzenfeld – 1½ uur met de auto van Winnipeg – en M. O., de schoondochter van E. O., woont – wat een wonder – slechts een paar straten verder in het kleine Schanzenfeld met ongeveer 2000 inwoners. In het bijzonder door mijn wiskundige berekeningen wat betreft de Bijbelse profetieën, ben ik er intussen aan gewend om met kleine waarschijnlijkheden om te gaan. Zou E. O. op die zondag naar me toe zijn gekomen en mij verteld hebben dat haar schoondochter in Canada woont, dan zou ik wel hebben kunnen uitrekenen, hoe groot de waarschijnlijkheid is, dat zij in dit reusachtige land Canada, juist in hetzelfde kleine dorpje Schanzenfeld woont.

(Canada is het op één na grootste land in de wereld op Rusland na, dus nog groter dan het hele werelddeel Australië. Australië heeft een aardoppervlakte van 7,7 km² en 20,5 miljoen inwoners. De oppervlakte van Canada is 20 miljoen km² met 33,5 miljoen inwoners. Canada is dus 30% groter in aardoppervlak dan Australië)

Maar dit is precies het geval. Maar óók de zuster van M. O. woont in Schanzenfeld. Zij nu heeft in een advertentie in de krant over de lezingen gelezen die ik hier zal houden. H. vertelt M. (haar zus) daarvan en zo terloops noemt ze de naam van de spreker. De naam Werner Gitt had M., toen ze nog in Duitsland woonde, al van haar schoonmoeder gehoord. Dat was reden genoeg voor haar om al op de eerste avond naar de lezing te komen. Wat er gezegd werd, beviel haar en dus kwam ze ook de volgende drie lezingen. Steeds nam ze ook haar nog niet bekeerde vader mee.  Op zondag 25 augustus 2013 kwam ze na de lezing naar me toe en stelde zich voor als de schoondochter van E. O.

Ze vertelde ook van haar vader, die ze alle lezingen had meegenomen. Met zijn vrouw was F. K. 52 jaar getrouwd; ze stierf enige weken geleden (30 mei 2013) aan longkanker.Tijdens de lange huwelijksjaren hebben de vrouw en later ook de kinderen (5 dochters en 2 zonen) daarom gebeden dat hij ook de Heer zou mogen aannemen. Maar klaarblijkelijk gebeurde er niets. Dus stelde ik voor om hem te bezoeken – misschien kon ik hem een beetje behulpzaam zijn.

Na twee dagen (dinsdag 27 augustus) belde ik M. O. op en vroeg haar om mij op te halen op mijn logeeradres om een gesprek met haar vader te hebben. De vader woont in een huis naast M. O. en zo gingen wij samen naar hem toe. Zeer snel vertelde hij iets over Kirgizië, waar hij vroeger gewoond had. Toen kon ik hem een gebeurtenis vertellen toen ik zelf in Kirgizië was voor lezingen in het theater in Biskek. Er was zodoende snel een vertrouwensband ontstaan en ik kon aanknopen tot een gesprek over het geloof.

Zonder dat ik hemzelf vroeg,  zei hij: ‘Dat er een God bestaat geloof ik wel maar wedergeboren ben ik niet’. Daarop vroeg ik hem of hij geïnteresseerd was om te horen hoe je tot wedergeboorte komt. In aanwezigheid van M. heb ik enige verzen uit het Nieuwe Testament gelezen en daarvan iets gezegd wat de weg wijst naar de Heer Jezus. Daarop heb ik hem de concrete vraag gesteld of hij hetgeen ik gelezen had ook accepteren kon en de Redder Jezus wilde aannemen. Tot onze grote verrassing stemde hij daarin toe en zo sprak ik twee gebeden uit, die hij zin voor zin na bad, nadat de inhoud eerst aan hem was uitgelegd. Zijn bekering met 75 jaar hebben wij als een wonder gezien, omdat de familieleden vele jaren aanhoudend voor hem gebeden hebben.

Achteraf is mij pas duidelijk geworden hoeveel afzonderlijke feiten vervuld moesten worden voordat het tot deze beslissende stap kwam:

– Waarom verschijnt E. O. in onze gemeente in Braunschweig juist bij de dienst waar wij worden uitgezonden? Normaal gesproken komt ze niet naar Braunschweig naar de dienst.

– Ik verbaas me zeer dat de schoondochter van E. juist in het kleine dorp Schanzenfeld woont.

– Waarom krijg ik uitgerekend een uitnodiging voor lezingen naar Schanzenfeld, ofschoon Canada toch zo onmetelijk groot is? De uitnodiging van Johann Janzen, die ikniet persoonlijk ken, kreeg ik al in het begin van 2012. Hij had sommige CD’s van mij beluisterd, die daar waren gekomen.

– Waarom noemt E. O. in het telefoongesprek met M. mijn naam, daar het toch helemaal onmogelijk is dat wij in dat reusachtig grote Canada elkaar zouden ontmoeten?

– Waarom informeert de zuster van M., H. dus, M. over de lezingen en noemt terloops mijn naam. Zou ze mijn naam niet hebben genoemd, dan zou ze ook niet naar de lezingen zijn gekomen.

Welke conclusies kan men uit dit alles trekken?

Een samenloop van omstandigheden van zoveel toevalligheden kan uit wiskundig oogpunt helemaal worden uitgesloten. Zo blijft toch alleen maar de onzichtbare en genadige leiding van onze Vader in de hemel over, Die alles al lang heeft bedacht. Steeds weer wordt duidelijk dat aanhoudend bidden verhoord wordt. Soms gebeurt de gebedsverhoring pas na de dood van hem, die jarenlang daarvoor gebeden heeft. Maar God komt nooit te laat!

Werner Gitt

September 2013

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol