“Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard” (Matth. 10:37).
Mensen in de dagen van Christus zochten naar de Vredevorst (Jes. 9:6; Ps. 72). Ze beseften niet, dat de Heer eerst verworpen moest worden, moest lijden aan het kruis, en dat dan de heerlijkheid zou volgen (1 Petr. 1:11). De Heer begon Zijn volgelingen al vroeg voor te bereiden op het conflict dat Hij moest doorstaan, een conflict waaraan ook zij niet zouden kunnen ontsnappen. We moeten onszelf er nogmaals aan herinneren dat de context hier om dienstbaarheid draait, en dat de Heer de noodzaak uitdrukt, dat Zijn discipelen Hem de eerste plaats in hun leven geven.
Het is ook nuttig om te beseffen, dat er een nieuwe relatie tot stand is gekomen door het volbrachte werk aan het kruis. De Heer benadrukte dit in Markus 3 vers 31-35: “En Zijn moeder en broers kwamen, en terwijl zij buiten stonden, zonden zij [iemand] naar Hem toe om Hem te roepen. En een menigte zat om Hem heen. En zij zeiden tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broers <en Uw zusters> daarbuiten zoeken U. En Hij antwoordde hun en zei: Wie is Mijn moeder en Mijn broerders? En terwijl Hij hen die om Hem heen zaten, rondom aankeek, zei Hij: Zie Mijn moeder en mijn broeders! <Want> wie de wil van God doet, die is mijn broeder en zuster en moeder.”
De Heer Jezus leerde Zijn volgelingen, dat als we Zijn discipelen willen zijn, Hij de prioriteit in ons leven moet hebben. Er is vaak gezegd: “In het leven van alle gelovigen is Christus aanwezig; in het leven van sommige gelovigen is Hij prominent aanwezig. Maar de echte vraag is: is Hij prominent aanwezig in mijn leven?”
De gedachte hier is, dat mijn hart volledig toegewijd moet zijn aan Christus en dat alle andere relaties op de tweede plaats moeten komen. Dit is eigenlijk de gedachte van heiliging. Het woord heiligen betekent ‘iets apart zetten voor een doel.’ De Heer zegt: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar een zwaard” (Matth. 10:34). Het zwaard staat voor verdeling (Hebr. 4:12).
De Heer Jezus veroordeelt natuurlijke of familierelaties niet. Maar Hij maakt duidelijk, dat natuurlijke relaties nooit voorrang mogen krijgen boven onze relatie met de Heer Jezus – in onze dienst aan Hem of onze gemeenschap met Hem.
“Niemand die zijn handen aan [de] ploeg slaat en achterom kijkt, is geschikt voor het Koninkrijk van God” (Luk. 9:62). Niemand kan de Heer halfslachtig dienen. De Heer kan geen discipelen hebben met een verdeelde toewijding.
© Anchors For Life
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW