14 jaar geleden

Ruth (8)

Deze doorlopende overdenking is ontstaan uit voordrachten en zijn voor de praktijk bedoeld. Moge de Heer ons door deze eenvoudige overdenking rijkelijk zegenen! – Het ligt mij op het hart daarop te wijzen, dat men uitleg over het Woord van God alleen met de Bijbel en onder gebed leest.

De vergevende en herstellende genade van God

Wanneer wij deze geschiedenis nu als voorbeeld voor onze persoonlijke wandel of die van het volk overdenken, men weet niet welke genade het meest te bewonderen is. Is het die, die wij bij onze bekering ervaren hebben of die, die ons op de weg steeds weer terecht helpt? Of is het de genade die ons bewaart, en wanneer wij gevallen zijn opricht of van een weg van afwijking terug voert?

Ook u wil God vergeven als u een eigen weg volgde, maar nu bereid bent dit in te zien en om te keren. Hoe vaak spant men zich in zichzelf gerust te stellen en te verontschuldigen, hoewel het geweten aanklaagt. Betreur niet alleen de gevolgen maar beproef uzelf en uw doen in oprechtheid voor de Heer. Denk er aan dat de Heer Jezus daarover aan het kruis van Golgotha door de heilige God werd geoordeeld. Openhartige belijdenis alleen is de grondslag voor omkeer – in overeenstemming met God – en herstel. Dan wordt niet alleen de gemeenschap met de Vader, de Heer Jezus en de gelovige weer hersteld, maar de Heer zal u ook opnieuw zegenen in overeenstemming met de rijkdom van Zijn genade.

Zo was het ook bij de verloren zoon. Toen hij dit punt bereikte sprak hij tot zichzelf: “Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan” (Lukas 15:18). “Ik zal!” – daartegen heeft de duivel ontelbare tegenwerpingen. Maar wanneer een verdwaalde werkelijk in oprechtheid zegt: “Ik wil!” en zich “opstaat”, mag hij al het volgende gerust aan de Heer overlaten. Zoals bij de terugkeer van de verloren zoon vreugde in het huis van de vader was, zo ook bij de terugkeer van Naómi in Bethlehem: de hele stad kwam vanwege haar in beweging. Laat u niet terughouden wanneer u een omkeer moet voltrekken. Uw omkeer zal in de hemel vreugde losmaken.

Hoeveel dank komt onze God toe voor die rijke hoeveelheid van Zijn goedertierenheden en bovenal voor Zijn onuitsprekelijke gave. Hij heeft “Zijn eniggeboren Zoon niet gespaard maar Hem voor ons allen overgegeven” (Romeinen 8:32). Daarboven uit heeft Hij ons nu al met zegeningen overladen die de uitdrukking zijn van Zijn volkomen genade. Laten wij ook voor al dat wat Hij voor ons in Zijn uitredding op de weg is geweest Hem van harte dankbaar zijn. Een dankbaar hart is een gelukkig hart. Dankbaarheid verheerlijkt God.

Een “Nazireeër” in Israël (Numeri 6) onderscheidde zich door zijn volledige afzondering voor de Heere. Hij had een gelofte gedaan en hij mocht gedurende deze tijd van toewijding aan de Heere niets van de wijnstok eten of drinken. Hij mocht zijn haar niet knippen en mocht niet bij een lijk komen. Zou hij zich nu de hele tijd van zijn afzondering tot de voorlaatste dag aan alle voorschriften pijnlijk nauwkeurig gehouden hebben, zo zou de hele tijd “vervallen” zijn. Hoe jammer! Misschien jaren van verloren tijd. Een enkele onachtzaamheid en de tijd van de toewijding telt voor God niet.

Hoe belangrijk is het toch een teer geweten en gevoelen over elke verontreiniging te hebben. Laten wij toch de voorzorgsmaatregelen die God ons in Zijn Woord gegeven heeft, benutten. Kennen wij het “wasvat” dat een voorzorgsmaatregel van de genade voorstelt (1 Johannes 1:9)? Er is in het leven van een gelovige geen dag waarop hij niets te veroordelen of te bekennen zou hebben. De gemeenschap met de Heer is zeer snel door onreine gedachten of gevoelens van de oude natuur onderbroken! Dan is het nodig “onze handen of voeten te wassen” opdat wij ons bewust zijn, dat ook voor deze dingen de Heer Jezus geoordeeld moest worden. Als wij onze zonden belijden is God getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Zoals de priester uit het oude verbond zijn handen en voeten moest wassen voordat hij het heiligdom inging, zo moeten ook wij altijd bij het “wasvat” komen. Wat een wonderbare voorzorgsmaatregel van de genade van God voor onze weg, ook wanneer men “tien jaren in Moab” was. Wonderbaarlijk wanneer iemand van een verre weg terugkeert (Numeri 9:10). Wie zegt “Ik wil” en “zich opmaakt”, mag zeker zijn van de vergevende en herstellende genade van God. Niet alleen dat, zelfs daar waar ieder recht op zegeningen schijnbaar is verbeurd, zal God opnieuw in overvloed zegenen.

Wordt vervolgd D.V.

De Schriftplaatsen van deze overdenkingen zijn aangehaald uit de Statenvertaling 1991 (Oude Testament) en uit de z.g. Voorhoeve Vertaling 4e druk (Nieuwe Testament), tenzij anders vermeld.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM