Bijbelgedeelte Lukas 12:13-21
“Zo is het met hem die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God” (Luk. 12:21).
Zijn wij al rijk in God en hoe worden we dat?
Uit het tekstgedeelte blijkt duidelijk, dat het niet gaat om aardse rijkdom. Nee, het gaat om ‘rijk zijn in God.’ Niet om ‘rijk worden’ maar om ‘rijk zijn.’ Als we ons meer gingen verdiepen wat het ‘rijk zijn in God’ inhoudt, zouden we ook veel meer blijdschap in Hem ervaren.
Wanneer we ons leven vullen met het streven naar aardse rijkdom spreekt de Heer Jezus ons aan als ‘dwaas! …’! Dit streven brengt vergeefse onrust teweeg: “Ja, de mens loopt rond in een schijnbeeld. Ja, tevergeefs is men onrustig. Men brengt van alles bijeen en weet niet wie het binnenhalen zal” (Ps. 39:7). Zo rond te lopen is dwaas in Gods ogen! Er wordt vaak gedacht door het vergroten van bezittingen, het vergroten van inkomsten, het leven in genotzucht en weelde men het ware geluk zal genieten. Wel, dat vinden we nergens in de bijbel. De dwaas is zo ontzettend druk met het verwerven en met het ‘zogenaamd’ genieten van overvloed, dat hij vergeet, dat zijn leven niet in zijn hand is, niet zijn bezit is. “Want wij hebben niets in de wereld ingebracht en het is duidelijk dat wij er ook niets uit kunnen wegdragen” (1 Tim. 6:7)1. Het gaat hier om pure hebzucht waarvoor de Heer Jezus ons waarschuwt. Als we al overvloed hebben, moeten we wel beseffen dat ons leven Hem toebehoort en we onze overvloed mogen benutten tot zegen van anderen, tot eer van Hem.
Een kind van God kan gelukkig weten, dat zijn tijden niet in zijn hand zijn. Hiervan getuigd een lied als volgt:
Mijn tijden, Heer, zijn in Uw hand;
1.
Mijn tijden, Heer, zijn in Uw hand;
ik wens niet anders meer;
‘k vertrouw aan U mijn leven toe,
aan U alleen, o Heer.
2.
Mijn tijden, Heer, zijn in Uw hand;
en hoe zij mogen zijn,
U weet wat ’t beste voor mij is,
’t zij nacht of zonneschijn.
3.
Mijn tijden, Heer, zijn in Uw hand;
ik vrees niet, want ik weet:
mijns Vaders hand veroorzaakt nooit
Zijn kind onnodig leed.
4.
Mijn tijden, Heer, zijn in Uw hand;
ik rust nu in Uw trouw
tot ik dit aards toneel verlaat
en Uw gelaat aanschouw.
William F. Lloyd (1791-1853)
Lied 198: Geestelijke Liederen
Dit lied wijst op onze vergankelijkheid en op ons vertrouwen op Hem die ons leven in Zijn hand heeft en in grote trouw voor ons zorgt. Hij geeft ons rust hier op aarde ook in donkere dagen. Hij weet wat het beste voor ons is! Dit kunnen aardse rijkdommen niet bewerken.
“U hebt in weelde en genotzucht geleefd op de aarde; u hebt uw harten tegoed gedaan op een slachtdag” (Jak. 5:5). Is dat wat van u en mij moet gezegd worden? Is dat nu waar geluk? Daarom is het goed om na te denken over de uitdrukking van de Heer Jezus “rijk zijn in God.”
Het rijk zijn in God is van hemelse oorsprong. Alleen God kan ons de ware rijkdom schenken en doen ervaren. Daartoe behoort onder andere Zijn ‘uitnemende’ rijkdom van Zijn genade, de rijkdom van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen, de onnaspeurlijke rijkdom van Christus.
“… in Wie wij de verlossing hebben door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn genade” (Ef. 1:7).
“… namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen” (Ef. 1:18).
“Maar God, Die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons vanwege Zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, toen ook wij dood waren in de overtredingen, levend gemaakt met [2] Christus (uit genade bent u behouden), en heeft [ons] mee opgewekt en mee doen zitten in de hemelse [gewesten] in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de uitnemende rijkdom van Zijn genade zou betonen in goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want uit genade bent u behouden, door [het] geloof; en dat niet uit u, het is de gave van God; niet op grond van werken, opdat niemand roemt” (Ef. 2:4-9).
“Mij, de allergeringste van alle heiligen, is deze genade gegeven om de onnaspeurlijke rijkdom van Christus onder de volken te verkondigen …” (Ef. 3:8).
“Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij, terwijl Hij rijk was, ter wille van u arm is geworden, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden” (2 Kor. 8:9).
Ja, onze Heiland, de Heer Jezus Christus is arm geworden om ons rijk te maken. Dit is pure genade.
Maar óók de grote liefde van God behoort tot onze rijkdom, dat wil zeggen, dat we er van mogen genieten want Hij heeft ons eerst liefgehad (1 Joh. 4:10,19). Welk een rijkdom!
Ook hebben wij de verlossing door Zijn bloed, en wel naar de rijkdom van Zijn genade. En die genade is eindeloos rijk!
Zie Jakobus 1 vers 17.
Als wij ook de Heer Jezus toebehoren kunnen we ook het volgende lied ongetwijfeld meezingen.
Als u gelooft in de Heer Jezus – Hem dus toebehoort – zult u ook deel hebben aan die heerlijke rijkdom van God en van de Heer Jezus. Hebt u uw hart al aan Hem gegeven, bent u al bij het kruis geweest en gezien en aangenomen, dat Hij ook voor u dat werk wilde volbrengen?
1.
Heb dank o Heer dat goud noch schatten,
Geen schone schijn mij nog bekoort.
Al wat de wereld kan bevatten,
valt weg voor wie U toebehoort.
4.
Uw rijkdom is niet te doorgronden,
Uw trouw, Heer Jezus, wankelt niet.
Al wat bij U ooit werd gevonden,
verandert en veroudert niet.
Lied 57:1,4 – Geestelijke Liederen 20e gewijzigde druk 2016
1. 4e druk Voorhoeve Vertaling
2. Anderen lezen ‘in Christus.’
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW