1 uur geleden

Reageren op het Woord

Habakuk 3 vers 1–2:
1. Een gebed van Habakuk, de profeet. Op Sjigjonot.
2. HEERE, toen ik Uw tijding hoorde, heb ik gevreesd. HEERE, Uw werk, behoud het in het leven in het midden van de jaren, maak het bekend in het midden van de jaren. Denk in Uw toorn aan ontferming!”

In hoofdstuk één zagen we Habakuk zich afvragen en zorgen maken over wat er in zijn wereld gebeurde en waarom God op die manier te werk ging. In hoofdstuk twee zagen we hem de Heer observeren en op Hem wachten, en beseffen dat God inderdaad aan het werk was. Hier, in hoofdstuk drie, zien we de profeet God aanbidden en getuigen van de grootheid en heerlijkheid van zijn God! Deze man ging van het dal van vragen en zorgen naar de bergtop van gebed en lofprijzing!

Habakuk had van de Heer gehoord en hij stond vol ontzag toen hij zijn hart uitstortte voor de God die had gesproken. De uitdrukking “O Heer” wordt in dit hoofdstuk drie keer gebruikt (3:2,8 – in het Engels; in Nederlandse HSV “HEERE”). Het drukt een diep gevoeld verlangen naar heropleving uit. Hij spreekt zijn God aan als HEERE (Jehovah), de op Zichzelf bestaande God van relaties, en vraagt ​​tweemaal “in het midden van de jaren,” dat God Zijn werk wil doen herleven en het bekend zal maken. Habakuk vraagt ​​de Heer om de ware aard van Zijn werk te onthullen, bekend te maken, en doe dat nu! Misschien had hij 2 Kronieken 7 vers 14 in gedachten: “… en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen.”

Dit diepe verlangen kwam voort uit een hart, dat het Woord van God had gehoord. God had gesproken, en een hart dat bewogen was tot een geestelijke herleving, werd ertoe aangezet te bidden! Het horen van de stem van de Heer wekt geloof op (Rom. 10:17). Zonder het Woord van God kunnen we niet effectief bidden. Gebed en het Woord van God worden vaak hand in hand gezien (Hand. 6:4; Joh. 15:7).

Wat vroeg Habakuk werkelijk om te mogen aanschouwen toen hij om een ​​opwekking vroeg? Hij wilde een nieuwe waardering voor de heerlijkheid van de Heer en een hernieuwde visie op Zijn heiligheid (3:3–4). Hij wilde een nieuw besef van zijn eigen zwakheid, maar ook van Gods voortdurende trouw en grootheid. Hij verlangde ernaar, dat God Zijn macht onder Zijn volk bekend zou maken.

Wat is ons antwoord vandaag op het Woord van God? Hij heeft gezegd: “Want Mijn hand heeft al die dingen gemaakt, en daardoor bestaan al die dingen, spreekt de HEERE. Maar Ik zal zien op deze, op de ellendige en verslagene van geest, en wie voor Mijn Woord beeft” (Jes. 66:2).

Anker voor vandaag

Reageren wij op het Woord met eerbiedig ontzag en bereidwillige gehoorzaamheid, zoals Habakuk?

 

© Anchors For Life

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW