12 maanden geleden

Paulus in Filippi: Gevangenis, gebed en lofprijzing

Na aankomst in de Romeinse kolonie Filippi ging Paulus met zijn gezelschap naar de rivier voor een gebedsbijeenkomst op de sabbat. Gebed is uiterst belangrijk in Handelingen 16; het wordt genoemd in de verzen 13,16 en 25. De les is duidelijk: waar geen gebed is, is geen kracht. Maar waar kracht is en afhankelijkheid van God, zal Zijn kracht in ons leven zichtbaar worden!

De bevrijding van de slavin (vs. 16-18)

Iemand zei eens: “Het is niet het biddende schaap dat Satan vreest, maar de aanwezigheid van de Herder.” Dit is waar, want het ware gebed erkent de aanwezigheid van God in ons midden. Toen Paulus en degenen met hem gingen bidden, ging Satan nog harder werken door een slavin te sturen die bezeten was door een waarzeggende geest. De Griekse tekst vertelt ons, dat dit meisje een “pythons-geest” had. Zij riep uit: “Deze mensen zijn slaven van God de Allerhoogste, die u [de] weg van behoudenis verkondigen” (vs. 17). Het is interessant op te merken dat Lukas deze titel voor God meer gebruikt dan enige andere schrijver in het Nieuwe Testament (Luk. 1:32,35,76; 6:35; 8:28; Hand. 7:48; 16:17). In het Oude Testament betekende het “bezitter van hemel en aarde” (Gen. 14:19). Dit arme meisje, dat door demonen bezeten was, riep uit tot Degene die hemel en aarde bezit. Zij deed dit vele dagen lang en Paulus was er zeer door verstoord. Wij zouden ernaar kunnen kijken en denken: “Wat is daar mis mee? Was het niet allemaal waar?” Wat ze zei was waar! De duivel, de vader van de leugen (Joh. 8:44), zal de waarheid spreken als het hem uitkomt. Hij zal zich vermommen als een engel van het licht om zijn kwade bedoelingen te verhullen (2 Kor. 11:14-15), en Paulus verzette zich tegen zo’n strategie. Zich tot het meisje wendend zei hij tegen de geest: “Ik beveel je in [de] naam van Jezus Christus dat je van haar uitgaat. En hij ging uit op hetzelfde ogenblik.” (vs. 18). De demon kon niet anders dan gehoorzamen, want Paulus had gesproken in de naam van Jezus Christus, dat wil zeggen op Zijn gezag.

De gevangenschap van de dienaren van God (vs. 19-24)

De eigenaars van de slavin lieten duidelijk zien, dat ze niet om haar welzijn gaven. Hun enige zorg was hun eigen winst. Omdat zij bevrijd was van de demon, was hun hoop op winst verdwenen. Het conflict tussen geld en de bediening komt vaak voor in Handelingen (5:1-11; 8:18-24; 19:23-27; 20:33-34). De eigenaars van de slavin grepen Paulus en Silas en sleepten hen voor de Romeinse bestuurders op de openbare markt. Zij beschuldigden hen ervan lastige Joden te zijn die de Romeinse gebruiken wilden verstoren. Hierop reageerde de menigte zo heftig dat de bestuurders hun kleren scheurden. Ze lieten de zendelingen met roeden slaan en in de gevangenis gooien. Satans eerste strategie was te komen als een engel van licht, maar toen dat mislukte, kwam hij als een brullende leeuw. Paulus en Silas werden niet alleen geslagen en opgesloten, maar ze werden in de binnenste gevangenis gezet en hun voeten werden zorgvuldig in het blok gesloten. Maar deze twee mannen waren de meest vrije mannen in de gevangenis!

De bevrijding van een gevangenbewaarder (vs. 25-34)

Paulus en Silas werden vervolgd omdat ze de Heer gehoorzaamden en voor de waarheid van het evangelie stonden, maar we zien hen niet mokken. In plaats daarvan horen we hen de Heer loven! Ons wordt verteld, dat het middernacht was, wat ons het idee geeft dat de dingen op hun donkerst waren, maar deze mannen, afhankelijk van de Heer, werden gesterkt door de Geest van God terwijl zij samen hun stem verhieven om te zingen. Bedenk hoe hun stemmen tegen de gevangenismuren weerkaatsten, de duisternis van de nacht doordrongen en misschien boven het gejammer en gekerm van de andere gevangenen uitstegen. Zij zagen zichzelf niet als gevangenen, maar als heilige priesters in de aanwezigheid van hun God, die geestelijke offers brachten die voor God aangenaam waren. Hun liederen waren lofoffers voor God, en uit de overvloed van hun hart sprak hun mond (1 Petr. 2:5; Hebr. 13:15; Matth. 12:34).

Wat goed dat zij zo bezig waren met Christus en niet met de omstandigheden, dat de Heer hen liederen gaf in de nacht (Job 35:10; Ps. 42:9). Charles Spurgeon zei eens: <Elke dwaas kan overdag zingen. Het is gemakkelijk om te zingen wanneer je de noten bij daglicht kunt zien; maar een bekwaam zanger is hij die kan zingen wanneer er geen lichtstraal is om bij te lezen … Liederen in de nacht komen alleen van de Heer, ze zijn niet in de macht van mensen.> Hij zei ook: <Wie in de nacht een lied voor Christus zingt, zingt het beste lied van de hele wereld, want hij zingt uit het hart.>

Deze mannen verheugden zich niet in hun omstandigheden. Zij verheugden zich in de Heer, en Hij verhief hen boven hun omstandigheden (Fil. 4:4; 1 Thess. 5:16,18).

Er is vaak gezegd: “Gebed en lofprijzing zijn krachtige wapens.” Paulus en Silas baseerden hun kennis van God niet op de omstandigheden. Zij bekeken hun omstandigheden in het licht van wat zij wisten over hun God. Er staat een mooi voorbeeld hiervan in 2 Kronieken 20 vers 1-30 dat de moeite van het lezen waard is. Tijd en ruimte laten ons niet toe er hier op in te gaan, maar neem de tijd om de passage te lezen.

Toen Paulus en Silas hun stem ophieven om te prijzen, liet de Heer hen weten dat Hij hen had gehoord. Er was een grote aardbeving: de fundamenten van de gevangenis werden geschud, de deuren werden geopend en ieders ketenen werden losgemaakt! De kracht van God werd getoond! Wat veroorzaakte de aardbeving? De kracht van God! Wat deed de fundamenten van de gevangenis schudden? De kracht van God! Waardoor vlogen de deuren van de gevangenis open? De kracht van God! Waardoor vielen de ketenen van iedereen af? De kracht van God! Wat weerhield alle gevangenen ervan om vrij rond te lopen? De kracht van God! En wat bracht de kracht van God teweeg? Een biddend en lovend volk!

De bewaarder van de gevangenis ontwaakte in meerdere opzichten uit zijn slaap. Hij was tijdens zijn dienst in slaap gevallen, en als hij gevangenen kwijt was, wist hij dat dit een zekere dood betekende! Maar hij zou ook ontwaken uit een geestelijke slaap. Toen hij zag, dat de deuren van de gevangenis openstonden, was zijn natuurlijke conclusie dat iedereen was ontsnapt. Merk op, dat hij tot dit punt nog steeds in het donker was. Hij trok zijn zwaard en stond op het punt zichzelf te doden, toen Paulus met luide stem riep: “Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allen hier!” (vs. 28). Paulus deelde dit goede nieuws enthousiast, met luider stem! Toen riep de gevangenbewaarder om een licht. Dit is wat hij nodig had – een licht in de duisternis. Hij verspilde geen tijd; hij liep naar binnen en viel bevend neer. Hij wist dat er een grote kracht aan het werk was in wat er op dat moment in zijn leven gebeurde, en hij was bereid zich daaraan te onderwerpen. Hij bracht hen naar buiten waar hij hen kon zien en neervallend voor Paulus en Silas stelde hij een van de belangrijkste vragen die iemand kan stellen: “Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?” (vs. 30). Is het niet interessant, dat deze man op dat moment wist wat hij nodig had? Niemand had iets gezegd over behoud en toch was dát de vraag die hij stelde! De kracht van God was aan het werk!

Paulus en Silas antwoordden: “Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis” (vs. 31). Hoe eenvoudig en hoe mooi is het evangelie! De waarheid van het evangelie wordt gevonden door het geloof in de Heer Jezus Christus: “want er is ook onder de hemel geen andere naam onder mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden” (Hand. 4:12). Geloven in de Heer Jezus Christus is ten eerste geloven, dat Hij is wie Hij zegt te zijn (Joh. 20:31) en ten tweede geloven in wat Hij deed. “Want ik heb u in de eerste plaats overgegeven wat ik ook ontvangen heb: dat Christus voor onze zonden gestorven is, naar de Schriften, en dat Hij is begraven, en dat Hij op de derde dage is opgewekt, naar de Schriften” (1 Kor. 15:3-4).

Paulus maakte van de gelegenheid gebruik om het woord van de Heer te onderwijzen aan deze man en zijn hele gezin. Net als Lydia reageerde hij door Paulus en Silas mee naar huis te nemen. Hij en zijn gezin gaven een uiterlijk bewijs van het innerlijke werk van God in hen door zich te laten dopen. De gevangenbewaarder gaf hen te eten. Hij voorzag in hun behoeften en waste zelfs de wonden die zij als gevangenen hadden opgelopen. Wat goed als ook wij zouden leren elkaars wonden te wassen, zelfs sommige die we elkaar hebben toegebracht!

Denk hieraan: omdat Paulus en Silas vastbesloten waren te midden van hun omstandigheden lof te zingen, werden vele zielen gered, en de pasgeboren gelovigen verheugden zich en gaven de Heer ook lof. Paulus en Silas functioneerden niet alleen als heilige priesters voor hun God, maar zij functioneerden ook als koninklijke priesters voor de mensen. Dit is wat Petrus ons ook opdraagt: “U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een volk tot een eigendom, zijn eigen speciale volk, opdat u de deugden verkondigt van Hem die u uit [de] duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaarlijk licht” (1 Petr. 2:9).

 

Tim Hadley; © The Christian Explorer

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW