10 jaar geleden

Oud en nieuw: Op reis naar de eeuwigheid

Enkele oudejaars-gedachten.

U kent misschien wel het kinderspelletje: “Ik ga op reis en ik neem mee …”. Met een groep is dat best een leuke test om te zien hoeveel wij kunnen onthouden. Om de beurt moet je dan zeggen wat je buurman meeneemt + wat de anderen die al geweest zijn meenemen. Als je met z’n tienen bent moet je aan het eind van de eerste ronde al 10 dingen onthouden en opnoemen. Het gaat ongeveer als volgt: ‘Ik ga, ik ga op reis en ik neem mee….’. De eerste speler start bijvoorbeeld met ‘Ik ga, ik ga op reis en ik neem mee … een handdoek’. De volgende vervolgt met: ‘Ik ga, ik ga op reis en ik neem mee … een handdoek en een zwembroek’. Hoe later je aan de beurt bent hoe moeilijker het wordt. Dan kun je de bagage uitbreiden met van alles en nog wat, zoals washandjes, kam, aftershave, fiets, enzovoorts. De volgorde van het opnoemen moet precies zijn. Je mag het niet door elkaar noemen maar in volgorde zoals het genoemd is. Als je iets vergeet dan ben je af en gaat de reis niet door. Misschien is het – als u niet alleen bent tenminste – wel iets voor de komende feestdagen om eens te spelen met je huisgenoten. Nog eens iets anders dan film kijken. En als u wel alleen bent? Hoewel dat misschien voor u niet zo fijn is en u daar verdriet over hebt, toch kan niemand u dan storen in uw overdenking. Hij, onze God en Vader, ziet u in ieder geval wel en wil u graag bemoedigen met Zijn nabijheid. Hoe het ook moge zijn … heel veel zegen toegewenst. Maar waarom kom ik met dit spel? Wel, ik moest eraan denken dat het er vaak op lijkt alsof wij het leven als een spelletje beschouwen. Nu, dat is het niet, ook al lijkt dat soms wel zo. Het leven, met nadruk op HET, is iets geheel anders. Ons leven is onder andere een reis … en wel een reis naar de eeuwigheid. Daarover wil ik het hebben. Daarover hoop ik u aan te sporen om eens over na te denken.

Voorbereiding

Als wij op reis gaan, bereiden wij ons meestal voor. De een iets meer dan de ander. De een is er al weken, soms maanden tevoren mee bezig om een reis uit te stippelen, de ander weet alleen, ik ga dan en dan op reis en dan zie ik wel. Van de laatsten zijn er denk ik niet zoveel, maar ze zijn er. Vaak wordt met behulp van land- en/of reiskaarten of met een routeplanner op het internet de reis voorbereid. Dat doen de meesten heel serieus en kunnen vaak al genieten als ze hiermee bezig zijn. We zijn vaak voor het volgende jaar al bezig met onze vakantiereis. Ook als we denken aan onze ‘carrière’ bereiden we ons voor. Deze reis door ons beroepsleven vereist immers een goede oriëntatie op onze mogelijkheden, onze capaciteiten, opleiding, enzovoorts. Daar hebben we veel voor over en daar steken we veel tijd en geld in. Immers we willen een goed “bestaan” verwerven.

Maar hoe zit het met onze reis naar de eeuwigheid. Ons leven hier op aarde is immers niet oneindig? Of je nu een Christen bent of niet … dat weten we allemaal. De bijbel zegt het onder andere zo: “En evenzeer als het de mensen beschikt is éénmaal te sterven en daarna het oordeel …” (Hebreeën 9:27). Er komt een eind aan ons leven hier op aarde! Denkt u hier wel eens over na? Nee … wordt het niet tijd dan? Of worden we daar nerveus en bang van? Als wij hier een reis plannen, hebben we meestal ook een doel. We willen bijvoorbeeld naar Schotland. Daarheen kan ik met het vliegtuig reizen maar ook met de boot. Dat zoeken we dan uit. Daar passen we ons bij aan. Dat zullen we ook wel moeten, want verder dan de Noorzee loop je ook niet. Je kunt daar niet zo maar doorheen lopen, dat gaat niet. We zijn gebonden aan bepaalde wetten van deze aarde, bijvoorbeeld het bestaan van rivieren, zeeën en/of bergen. Maar onze reis naar de eeuwigheid kent ook haar grenzen. We komen met de dood in aanraking. Daar moeten we doorheen op onze reis naar de eeuwigheid. Wat nu zo belangrijk is dat we ons hier en nu afvragen: Hoe kom ik aan de overzijde van deze “doodsrivier”? Welke paspoort heb ik nodig om aan de overzijde te kunnen komen? En … hoe kom ik daaraan? ben ik bereid om te sterven? Of wuif ik dat weg met de gedachte dat dit nog wel even duren zal. Ik ben immers nog zo jong … ik ben nog zo sterk en gezond … of: hoewel ik ernstig ziek ben, daar wil ik helemaal niet aan denken …

Misschien denkt u, denk jij nu wel: waarom moet ik me hiermee bezig houden zo aan het eind van het jaar? Wat een triest onderwerp. Hebt u niet iets beters, iets vrolijkers. Jazeker, dat heb ik wel. Maar eerst dit … ik zeg u, dat u niet alleen aan het eind van het jaar ‘bereid’ moet zijn om te sterven, maar op elk moment van het jaar, elk uur, elk ogenblik. U en ik weten niet wanneer ons uur daar is. Of u daar aan wilt of niet … daarin hebt u totaal geen hand. Tenzij u zichzelf van uw leven berooft, wat ik u ten zeerste af wil en moet raden. Maar dat is nu even niet mijn onderwerp. Het gaat om het feit dat ons verblijf hier op aarde elk ogenblik ten einde kan zijn. Een goede voorbereiding op een goed vervolg op onze reis naar de eeuwigheid. Want na ons leven hier op aarde zet zich onze reis zich voort. Dan is het echter wel de vraag: Wáár vervolg ik dan die reis? Er zijn namelijk twee mogelijkheden: Deze reis zet zich voort in de hel of in de hemel! (daar kom ik zo nog op terug). Daarom moeten we ons hierop goed voorbereiden. Het feit dat u dit leest, zou een goed begin kunnen zijn, om u voor te bereiden op een heerlijke en voorspoedige reis.

U zegt misschien: “Och, als het zover is dan krijg ik een humane stervensbegeleiding en als er dan al een leven na dit leven is, of ik al een reis heb voort te zetten, dan zal mij deze stervensbegeleiding de weg wijzen en helpen. Dan komt het met mij wel goed. Ik heb nog nooit een vlieg kwaad gedaan … nou ja, per ongeluk misschien een keertje … maar wees maar gerust, het is straks toch definitief voorbij met mij. Dus … waar maakt u zich eigenlijk druk om”. Maar stel eens dat u ongelijk hebt – en dat hebt u, echt waar – maar stel dat eens. Probeer u dat eens in te denken, dat het met de dood echt niet voorbij is. Zoals pas geleden iemand zei tegen zijn vrouw, vroeg in de morgen terwijl hij rechtop ging zitten: “Nou, dit was het dan”. Toen hij dit had gezegd, stierf hij direct. Ik weet niet precies hoe hij dat bedoelde, maar ik weet wel: “dit was het niet”. Integendeel. Het voortbestaan van de mens is eeuwig. Daarom is het zo belangrijk, dat u het zich toch even indenkt, dat u het mis hebt. Wordt het dan niet hoog tijd om u druk te maken wáár u de reis naar en in de eeuwigheid voortzet. Laat ik u gelijk maar zeggen wat de Heer Jezus Christus zegt over de dood en het leven: “Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al sterft hij; en ieder die leeft en in Mij gelooft, sterft geenszins in eeuwigheid” (Johannes 11:25-26). Dat is dus van toepassing op hen die in de Heer Jezus geloven. “O”, zegt u misschien, “maar ik geloof niet dus is het bij mijn dood met mij afgelopen”. Dan moet ik u teleurstellen want de bijbel zegt ook: “Verwondert u hierover niet, want er komt een uur dat allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen en zullen uitgaan: zij die het goede hebben gedaan tot de opstanding van het leven” – dat zijn zij die in de Heer Jezus Christus geloven – “en zij die het kwade hebben bedreven tot de opstanding van het oordeel” (Johannes 5:28-29). De laatsten zijn zij die niet in Jezus Christus geloofd hebben; zij zullen het eeuwig oordeel moeten ondergaan. Er zijn dus duidelijk twee opstandingen. Wel, bij één van die twee zullen u en ik zijn. Daar kunnen we niets aan veranderen. Het komt er nu echter wel op aan ‘hoe’ u tegenover God staat. Hoe is uw verhouding tot God? Dat beslist aan welke opstanding u deel zult hebben en waar u de eeuwigheid zult doorbrengen. Een lied zegt het zo:

Het leven op aard is vol schijnbare vreugd,

vol werelds vertier en genot.

Maar eens komt een eind aan dat leven mijn vriend,

hoe is uw verhouding tot God?

Mijn verhouding tot God bepaalt, wáár ik de reis in de eeuwigheid zal voortzetten. Geloof ik of geloof ik niet in de Zoon van God. God Zelf heeft Zijn Zoon gezonden om hier op aarde de mogelijkheid te scheppen om met Hem in het reine te komen. Zo lief had God deze wereld, waartoe u en ik behoren. Als ik in Hem geloof ga ik niet verloren en kom niet in het eeeuwig oordeel maar in het Vaderhuis waar de Heer Jezus Christus is. Eeuwig geluk en eeuwig in Zijn tegenwoordigheid. Kijk … hier komen we toch al op een meer vrolijker thema. Om hieraan deel te kunnen krijgen is er wel iets nodig. Dat nu is essentieel. Dat ik inzie dat het nodig was dat voor mijn zonden een offer gebracht moest worden. Aangezien ik dat zelf niet kon noch kan – niemand niet -, heeft de Heer Jezus dat in mijn plaats gedaan. In mijn plaats!!! Ik moet echter wel voor God erkennen dat ik een verloren zondaar of zondares was en zonder Hem voor eeuwig verloren was gebleven en gegaan. Dat maakt alles anders! Als ik mijn zonden erkend en beleden heb, mijn handen gelegd heb op het offer van de Heer Jezus, ontvang ik eeuwige vergeving. God is rechtvaardig. Hij zal mijn zonden vergeven op grond van het offer van Zijn eigen Zoon (zie onder andere 1 Johannes 1:7b-9; Johannes 3:16). Hij ziet het offer van Zijn eigen Zoon en vergeet dat nimmer. Op grond daarvan is er voor mij vergeving en verzoening. Hij – de Heer Jezus – is voor God de enige weg tot verzoening. Als ik dat geloof, kan ik mijn reis in de eeuwigheid voortzetten in de hemel bij Hem, mijn Heer en Heiland. Mijn paspoort is getekend door Hem, door Zijn bloed op het kruis van Golgotha. Zijn offer geeft mij de vrije toegang tot de hemel. Nu reeds mag ik met Hem gemeenschap hebben. Mij als het ware voorbereiden op die heerlijke toekomst bij Hem. Ziet u nu ook in dat voorbereiding wel heel erg noodzakelijk is voor onze reis naar de eeuwigheid.

Gods navigatiesysteem is betrouwbaar

Als wij op reis gaan, hebben we soms ook een navigatiesysteem, bijvoorbeeld een Tom-Tom of een Nav-Man of een ander merk. Dit systeem kan zeer behulpzaam zijn bij het vinden van uw weg. U geeft uw reisdoel in en … de weg wordt u gewezen. God heeft ook een navigatiesysteem voor onze reis naar de eeuwigheid, Zijn Woord. Wil een navigatiesysteem nog wel eens een keertje falen, God faalt nimmer. Feilloos wijst Hij de weg. De Heer Jezus zei het zo: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven” (Johannes 14:6). Daarom is het goed en noodzakelijk om dit “navigatiesysteem” te raadplegen, te gebruiken, te onderzoeken. Dan komt u ongetwijfeld ook een keer in het Oude Testament. Daar vinden we onder andere dat God eens tegen koning Hizkia zei, toen deze heel ernstig ziek was: “Geef bevel aan uw huis; want gij zult sterven, en niet leven”. Dat betekent dat hij zich moest voorbereiden op zijn sterven. Deze koning kreeg nog een waarschuwing. U misschien niet. Dan deed Hiskia iets wat heel verstandig was en waar God ook een zegen op gaf. “Hij bad tot de HEERE”. Het had hem erg aangegrepen, deze boodschap die de profeet Amoz hem namens de HEERE gebracht had. Hij weende zeer en bad. Dat verhoorde de HEERE. Want Hij is genadig als er verootmoediging is en als een ziel zich buigt voor Hem. Hiskia krijgt er nog 15 jaar bij. U moet de geschiedenis van deze koning verder maar eens nalezen in de bijbel (2 Koningen 20; 2 Kronieken 29-32). Zeer de moeite waard en veel om van te leren. Wij mogen ook altijd tot Hem terugkeren en Hij zal ons nooit afwijzen. Misschien komen er nu wel dingen bij u op van het afgelopen jaar, waarmee u niet klaar bent gekomen en waar u nog steeds mee zit. Vertel Hem al uw zorgen. Belijd Hem al uw zonden en schuld nu het nog kan. Want ook u en ik moeten “ons huis bevel geven”, want dat behoort bij een goede voorbereiding voor onze reis naar de eeuwigheid. Hebt u dat al gedaan?

Mogelijk hebt u Gods “navigatiesysteem” al in huis, maar u doet er niets (of niet meer iets) mee. Dat kan helaas. Allereerst zou ik u willen vragen: Neem het in uw hand en stel het in op uw hart. Niet op Engeland of Ierland of Frankrijk of Duitsland, maar op uw hart. Laat het Woord van God weer opnieuw schijnen op uw hart. De Heer Jezus heeft eens gezegd: “Onderzoekt de Schriften, omdat u meent daarin eeuwig leven te hebben; en die zijn het die van Mij getuigen” (Johannes 5:39). Dáár gaat het om: om Jezus Christus, de Zoon van God. De Schriften getuigen van Hem. Ook de apostelen mochten later van Hem getuigen en hebben dat ook gedaan. Alleen Zijn getuigenis is betrouwbaar. De apostel Paulus mag het zó zeggen, door de Heilige geest geïnspireerd – en de Geest kan het weten: “Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de weredl gekomen is om zondaren te behouden, van wie ik de voornaamste ben” en later nog eens: “Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard” (1 Timotheüs 1:15; 4:9; zie ook 3:1). Als wij het Woord van God aannemen en alles wat daarin staat, hebben we de eerste noodzakelijke stap gedaan. Dan hebben we Christus Jezus ook aangenomen, dan zijn we kinderen van God geworden (vergelijk Johannes 1:12). Maar het hele Woord van God moeten we aannemen. Ook datgene wat we niet begrijpen kunnen. Of is het misschien helaas zo ver gekomen dat we niet begrijpen willen? Daar moeten we direct vanaf.

Laten we eens even naar de Thessalonicensen kijken. Van hen kon de apostel Paulus zeggen: “En daarom ook danken wij God onophoudelijk, dat u, toen u van ons het woord van de prediking van God hebt ontvangen, het hebt aangenomen niet als een woord van mensen, maar, zoals het waarlijk is, als Gods Woord, dat ook werkt in u die gelooft” (1 Thessalonika 2:13). Hiervan kunnen we onder andere leren dat als wij het Woord van God in geloof aannemen, het ook werkt in ons. Hoe komt het toch dat er zoveel dorheid en doodsheid onder de kinderen van God gevonden wordt? Is het misschien hierom dat het Woord van God niet meer aangenomen wordt in ‘geloof’. Dat wil zeggen dat we het Woord van God vertrouwen. Wat Hij zegt is waar en – om eens een uitdrukkig te gebruiken die onder vele charismatische christenen gebruikt wordt – “het werkt”. Ja, ook geen wonder, het is immers Gods Woord. Dát alleen werkt!!! Maar er moet ook geloof in dat Woord zijn, anders werkt het niet datgene uit wat het zou moeten uitwerken, namelijk een weg gaan in gehoorzaamheid aan de Heer Jezus in een gelukkige gemeenschap met Hem. Er zijn zoveel woorden van mensen die het Woord van God veranderen en hebben aangepast aan onze tijd. Deze leraars menen dat te moeten doen omdat anders, zo vrezen velen van hen – de jongeren uit de gemeente verdwijnen. Tenminste dat is één van de reden. Ook zijn er leraars die het beter menen te weten dan wat de Schrift zelf zegt. Hun interpretaties zijn vaak gegrond op wetenschappelijke of filosofische gronden. De “het-werkt” methode komt waarschijnlijk uit de reclamewereld. Het evangelie, het Woord van God moet ‘verkoopbaar” zijn. Als het aanslaat bij het publiek is het goed. Zo niet, dan moeten we het een en ander aanpassen. Maar laten we nu maar gewoon het Woord van God spreken. Daarbij moeten we rekening houden met wat het Woord zegt: “Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen is, tot alle werk ten volle toegerust” (2 Timotheüs 3:16-17). We moeten het niet beter willen weten dan God. Vaak zit ons onze eigen zogenaamde verworven wijsheid in de weg. Om u een voorbeeld te noemen: “Ik heb immers theologie gestudeerd en dan weet ik het wel”. Nee, wij moeten bereid zijn om door God geleerd te worden. Soms is dan correctie nodig en moeten onze eigen gedachten weerlegd en verbeterd worden. En praktisch gezien moeten we vaak nog leren wat het betekent om de gerechtigheid te doen. Daarin moeten we soms ook onderwezen worden. Gelukkig is “alle Schrift” door God ingegeven, dus hoeven we er geen twijfels over te hebben dat God bij machte is om deze aarde in zes dagen te scheppen. Ons geloof stelt ons in staat om te begrijpen dat de werelden door Gods Woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is (Hebreeën 11:2). Erg interessant voor hen die nog steeds de evolutietheorieën omhelzen.

Pauze

Neemt u nu gerust een korte pauze en drink bijvoorbeeld een weinig wijn en eet een oliebol terwijl u dit artikel overdenkt. Concentreer u op deze aanwijzingen uit het Woord van God. O, dat het Woord voor u en mij altijd – en steeds meer – een licht op ons pad en een lamp voor onze voet zal zijn of worden op onze reis naar de eeuwigheid. “Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad” en “Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord …” (Psalm 119:105 en 133). Zo … u hebt een slokje genomen, de oliebol is op … we gaan weer verder.

We gaan op reis en nemen mee …

We komen tot slot nog even terug op dit spel. Maar nu gaan we het toepassen op onze reis naar de eeuwigheid. We gaan op reis en nemen mee: het Woord van God. Daarover hebben we al het een en ander gezegd. Hebt u het opgenomen in uw bagage? We gaan verder. We gaan op reis en nemen mee: het gebed. Misschien is het goed dat u daar nu direct mee begint en de Heer bijvoorbeeld vertelt: “Heer, ik heb zoveel verdriet en ben zover van U afgedwaald. Het is zo donker in mijn leven. Mijn huwelijk is stuk. Mijn kinderen willen mij niet meer zien, omdat ik het helemaal verknoeid heb. Heer, hoe moet het verder? Ik voel me zo ziek. Help mij alstublieft …”. Of “Heer, ik voel mij zo eenzaam. Daarom heb ik mijn toevlucht genomen tot drugs en alcohol. Nu zie ik in dat het verwoestend werkt maar ik zit er helemaal aan vast. Ik kan er niet van los komen. Help mij, o Heer, en redt mij uit deze slavernij”. Of: “O Heer, ik zie helemaal niets meer in Uw toekomst. Ik ben het totaal kwijt. Open mijn ogen alstublieft”. Misschien wilt u de Heer iets geheel anders vertellen … doe het maar. Hij wil zo graag helpen en Hij kan helpen. Hij is de Helper groot van kracht. Hij wil ons weer op Zijn weg helpen, op de “eeuwige weg”. Laat het gebed van David u de uwe zijn. “Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leidt mij op de eeuwige weg” (Psalm 139:23-24). Als we dit doen, zal de Heer ons zeker helpen om de weg te gaan naar de eeuwigheid met Hem. Dat maakt alles anders, ook in het komende jaar, wat er ook komen moge!!!

Graag wijs ik u nog ter bemoediging op Johannes 14:1-3:

“Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als het niet zo was, zou Ik het u hebben gezegd, Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben”. Is dat niet een heerlijke belofte voor hen die Hem toebehoren?! Als u Hem nog niet kent, lees dan ook vers 4. Neem dat aan en geloof dat. Dan zult u ook een heerlijke reis naar en in de eeuwigheid kunnen maken en vast kunnen instemmen met het volgende lied:

O, daar te zijn,

waar nimmer tranen vloeien,

waar‘t hart geen angst,

geen zorgen kent noch pijn,

waar doorn noch distel groeien.

O, daar te zijn! O, daar te zijn!

O, daar is ‘t schoon,

in ‘t Vaderhuis der vromen,

daar is geen kruis, dan is de doornenkroon

van ‘t buigend hoofd genomen.

O, daar is ‘t schoon! O, daar is ‘t schoon!

O, daar, daarheen, waar ziekten zijn noch graven

Dorst hier het hart naar Gods gerechtigheên,

‘t kan daar zich eeuwig laven.

O, daar, daarheen! O, daar, daarheen!

O, daar zijt Gij,

de bron en Heer des levens.

Daar ben ik thuis, daar van de zonde vrij,

en eeuwig zalig tevens.

O, daar zijt Gij! O, daar zijt Gij!

Gods onmisbare nabijheid toegewenst in het nieuwe jaar!!!

Wilt u reageren? Dan kan. U klikt op de button CONTACT van deze site en u kunt een mail sturen. Doe het gerust als u, jij daar behoefte aan hebt. Met de hulp van de Heer zal ik de vragen proberen te beantwoorden.

Met een hartelijke groet in Hem die ons zeker brengen zal in Zijn heerlijkheid.

December 2008

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM