12 maanden geleden

Hallo-ween … hallo-jubel

Om te bereiken wat in de titel van dit artikel staat, nodig ik u uit om onderstaand artikel rustig te overwegen en uw hart daarvoor open te stellen. Vertaler FW

Gedachten over Psalm 63

 

Vers 1: Een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda was.

Op zijn vlucht voor de vervolging van Saul moest David vaak naar de woestijn vluchten om zich daar te verbergen (1 Sam. 23:14,15,24; 24:2; 25:1; 26:2,3). Welnu, in die moeilijke tijd is deze Psalm, geïnspireerd door Gods Geest, ontstaan.

De gelovige christen leeft geestelijk in een soortgelijke droge omgeving, want de wereld die hem omringt, heeft niets wat op een of andere manier zou kunnen voldoen aan de behoeften van zijn nieuwe leven. In dit opzicht is de wereld als een woestijn.

Daarom kunnen we de gevoelens van David wel een beetje begrijpen en mogen we ons zijn ervaringen eigen maken. Het valt ons op, dat in deze psalm, hoewel in de woestijn geschreven, sprake is van veel vreugde en lof. Hoe kon David in een land zonder water zich verheugen? In deze psalm geeft hij zelf het antwoord daarop.

* * *

Vers 2: O God, U bent mijn God! U zoek ik vroeg in de morgen; mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water.

David spreekt met God en noemt Hem zijn God. Deze persoonlijke relatie met God, dat het deel is van iedere verloste, bewerkt een verlangen, een dorst naar Hem.

U zoek ik vroeg in de morgen

“Vroeg” kan daarbij verschillende dingen betekenen:

  1. In de vroege uren van de dag. Hoe goed als we het voorbeeld van onze Heer volgen toen Hij hier op aarde leefde en werkte. “En ’s morgens vroeg, toen het nog diep in de nacht was, stond Hij op, ging naar buiten en ging weg naar een woeste plaats, daar bad Hij” (Mark. 1:35). Het verlangen naar Zijn God wekte Hem en dreef Hem vroeg naar een plaats, waar Hij ongestoord met Hem alleen kon zijn.
  2. Vroeg in het leven. David had al op jonge leeftijd een persoonlijke relatie met God die hij in stand hield en waardeerde. Zo kon hij voor koning Saul een mooi getuigenis over zijn “jeugdervaringen” met zijn God afleggen en als jonge man de strijd met Goliath aangaan (1 Sam. 17:34-37). En wat een verlangen naar God, Zijn Vader, zien wij bij onze Heer toen Hij nog een kind was! (Luk. 2:46-49).
  3. Vroeg betekent zeker als eerste, dat betekent: voor al het andere. Laat niemand van ons God zoeken pas nadat hij het overal anders geprobeerd heeft.

Mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water.

Als vluchteling in de woestijn had David geen mogelijkheid om naar het heiligdom van God te gaan. Daarom deze dorst en dit verlangen van zijn ziel naar God.

Wij zijn niet op de vlucht, maar we leven als vreemdelingen en pelgrims ver van ons huis, het hemelse Vaderhuis. De wereld om ons heen gaat zonder God en zonder Christus. Ze kan op geen enkele wijze de diepe behoeften van ons hart stillen. Daarom hunkert ons hart ook naar het huis van de Vader.

* * *

Vers 3. Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd, Uw macht en Uw heerlijkheid gezien.

Bij God – in de tegenwoordigheid van God

David weet waar God te vinden is: in het heiligdom. En zo blijven zijn gedachten bij het in die tijd materiële heiligdom van God, waar alles – de materialen, de voorwerpen, de gordijnen en de dekkleden – een openbaring van God is en van de Heer Jezus spreekt. En alles wordt door het licht van de kandelaar – een beeld van de Heilige Geest – verlicht.

Het is goed, wanneer ook wij ons bewust in het heiligdom, dat is in de tegenwoordigheid van God, ophouden. Daar zullen we onder de leiding van Zijn Geest Zijn wegen herkennen (Ps. 77:14) en Zijn grootheid, Zijn kracht en Zijn heerlijkheid zien, die vaak in de omstandigheden van het dagelijks leven helemaal niet zichtbaar zijn. Dit zal ons ervan weerhouden om te vragen: Waar is God, en waar is Zijn hulp?

* * *

Vers 4. Uw goedertierenheid is immers beter dan het leven; daarom zullen mijn lippen U prijzen.

De goedertierenheid van de Heer begeleidt ons altijd

Hoewel David zich in de woestijn bevindt, jubelt zijn hart. Daarvoor heeft hij twee redenen. De eerste noemt hij hier, de tweede in vers 8.

David’s lippen prezen de Heer omdat hij ondervond, dat het weten dat God het goed met hem meent, beter is dan gewoon de uiterlijke zegeningen van het leven.

Ook wij mogen weten, dat de genade en goedertierenheid van de Heer boven alle omstandigheden van ons leven staan. Zo kunnen we ons altijd in de Heer verheugen, en dat is veel meer dan tevreden zijn zolang goede leefomstandigheden overheersen.

* * *

Vers 5. Zo zal ik U loven in mijn leven, in Uw Naam zal ik mijn handen opheffen.

Een voortdurend loflied in ons leven?

Niet alle gelovigen loven God gedurende hun hele leven. We weten allen hoe snel onze lof verstommen kan. En toch zou dat het deel van alle verlosten moeten zijn, om de Heer te loven gedurende hun leven. Maar dit vereist een ononderbroken vertoeven in Zijn aanwezigheid (Ps. 84:5).

* * *

Vers 6. Mijn ziel zal als met vet en overvloed verzadigd worden; mijn mond zal roemen met vrolijk zingende lippen.

Vers  7. Wanneer ik aan U denk op mijn bed, over U peins in nachtwaken –

Aan Christus genoeg te hebben – dat is het doel

Het verlangen naar God lijkt David soms ook ’s nachts wakker gehouden te hebben. Wanneer hij in deze slapeloze uren over God nadacht, was hij erg blij, want hij had genoeg aan zijn God. Zijn ziel was vervuld met vrede.

Zo’n toestand van het hart komt overeen met de vaders in Christus in het Nieuwe Testament. Van hen wordt gezegd in 1 Johannes 2 vers 13: “Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent, die van [het] begin af is”. In de familie van God onderscheiden de vaders in geloof zich hierdoor, dat zij  volledig genoeg hebben aan de Heer Jezus, die als de eeuwige God waarachtig Mens geworden is en in Wie God Zich geheel geopenbaard heeft. Meer dan Hem hebben ze niet nodig.

* * *

Vers 8. Voorzeker, U bent een Helper voor mij geweest; onder de schaduw van Uw vleugels zal ik vrolijk zingen.

Beschermd in de handen van Christus

Hier geeft David ons de tweede reden voor het zingen van zijn hart aan. De Heer hielp hem in de problemen. Nu zingt hij vrolijk, omdat hij zich onder Zijn bescherming geborgen en veilig weet.

Zijn we slechter af dan David? Helemaal niet! Laten we dan nog eens Romeinen 8 vers 31-39 lezen, en denken we dan na over ons leven tot nu toe! Hebben we niet al vaak de waarheid van deze verzen ervaren?

* * *

Vers 9. Mijn ziel klampt zich aan U vast, komt achter U aan, Uw rechterhand ondersteunt mij.

Het recept voor een jubelend hart

Dit vers spreekt over geloof in God en bevat het recept voor een jubelend hart.

David zegt tegen zijn God: “Mijn ziel klampt zich aan U vast, komt achter U aan”. In de navolging van de Heer Jezus mag er geen afstand zijn tussen de Meester en de discipelen. Niets wat stoort mag zich tussen ons en de Heer Jezus schuiven. Dan kan niets ons van Hem afleiden en geen misstap zal de gemeenschap met Hem bezoedelen.

Zo is het ook helemaal bij de wandel met God. We wandelen alleen dan werkelijk met Hem, als we hetzelfde doel volgen als Hij en op dezelfde weg als Hij en in Zijn tempo voortgaan. Dan zullen we ervaren hoe God in elke situatie vóór ons is en Zijn hand ons overeind houdt.

1

In deiner Nähe bin ich glücklich,

in deiner Nähe glaubensfroh,

in deiner Nähe wiegt die Trübsal,

die Not, der Kummer lang nicht so.

1

In Uw nabijheid ben ik gelukkig

in Uw nabijheid heb ik geloofsvreugde,

in Uw nabijheid weegt de verdrukking,

de nood, het verdriet lang niet zo.

2

In deiner Nähe kann ich siegen

und leiden, ja, selbst sterben hier

Doch wie wird alles schwer und düster

geh, Herr ich einen Schritt von Dir!

2

in Uw nabijheid kan ik overwinnen

en lijden, ja, zelfs sterven hier

Maar hoe is alles zwaar en somber

wanneer ik, Heer, een stap van u af ga!*

W.G.

* * *

Vers 10. Maar dezen, die mij naar het leven staan om dat te verwoesten, komen in de laagste plaatsen van de aarde.
Vers 11. Men zal hen neer doen storten door het geweld van het zwaard, zij zullen de vossen ten deel zijn.
Vers 12. Maar de koning zal zich in God verblijden; al wie bij Hem zweert, zal zich beroemen, want de mond van de leugenaars zal gestopt worden.

Niemand kan het eigendom van de Heer schaden

Hoewel dit de woorden van een gelovige van het Oude Testament is en we deze niet zonder meer op ons kunnen toepassen, mogen we er toch uit afleiden dat geen vijand en geen tegenspoed diegenen echt kunnen schaden, die het eigendom van God zijn (Rom. 8:33-39).

Spoedig zal de Heer Jezus Zijn macht en Zijn heerlijkheid – die de gelovige reeds in het heiligdom aanschouwd heeft, publiekelijk ontvouwen. Het zal tot grote vreugde van al de Zijnen zijn.

******

* Dit is een letterlijke vertaling van het Duitse lied.

Marcel Graf, © Beröa-Verlag
Halte Fest, jaargang 1999 – bladz: 267

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol