14 jaar geleden

Gescreend door God

Het kan lang duren voordat het hart en geweten wakker worden. Ondanks het niet te verbloemen feit van de gevolgen van de zonden, ondanks de bittere vruchten van de overtredingen die voortdurend “zichtbaar” en “proefbaar” zijn. Uren, dagen, maanden, ja zelfs jaren kunnen zo voorbij gaan.

Maar … dan grijpt God in. Kijk maar eens naar David. Ja, die jonge herder met die slinger en die vijf gladde stenen. Glad gepolijst door het frisse, stromende water. Lange tijd lagen die stenen daar in de beek van God, geschikt voor God. Slechts één ervan was al voldoende om de grootste vijand te doden. Zo moeten ook onze “munitie”, onze “instrumenten” – onze stenen – komen uit deze beek van God. We moeten ze wel zelf oprapen, ons bukken zoals David dat ook deed. Alleen de Bijbel kan ons aan deze “stenen” helpen. Ze zijn voor God geschikt omdat ze komen uit Zijn frisse wateren, uit Zijn Woord. Deze stenen zijn “gepolijst” door Zijn Heilige Geest, dat wil zeggen geschikt gemaakt om instrumenten te zijn door de werking van Zijn Geest. Deze vijf gladde stenen waren de instrumenten, de middelen waarmee David de reus Goliath tegemoet ging om hem te overwinnen.

David had ze al bij zich voordat hij bij de reus kwam. Logisch natuurlijk. O ja? Hebben wij onze “gladde stenen” wel altijd paraat? Ben ik wel altijd zo met de Bijbel bezig dat ik “stenen” verzameld heb? Hopelijk wel. Mijn “tas” moet wel gevuld, zijn anders grijp ik mis!

Een goede reputatie

Deze herder, deze David, was “liefelijk in de Psalmen van Israël” (2 Samuël 23:1). Hij was thuis in de liederen die hij zelf maakte. Liederen die spraken van een innige gemeenschap met God. Ongetwijfeld heeft hij veel inspiratie gevonden in het veld bij de schapen van zijn vader. Denk maar aan Psalm 23 (zie artikel: “Koning Heroïne of Jezus Christus”). Hij was het ook van wie er getuigd kon worden dat “geen kwaad bij u gevonden is van uw dagen af” (1 Samuël 25:28). Welnu, deze man werd door God gescreend. Dat gebeurt doordat Nathan in opdracht van God David een bezoek moest brengen. En Nathan had een boodschap van God. Zo komt het Woord van God tot David.

Om er achter te komen hoe het zover kon komen met David, moet je eerst 2 Samuël 10, 11 en 12 lezen. Dit is overigens altijd goed om te onderzoeken van “wat geschreven staat”. Dit voorkomt veel onkunde en is onontbeerlijk om de Bijbel te begrijpen. Het kost wel even tijd en moeite, maar geeft wel het noodzakelijke “licht”. “De opening van uw Woord geeft licht, de onverstandigen verstandig makende” (Psalm 119:130), niet het ongeopend laten. De bedoeling van dit vers is: Wanneer men ook maar de eerste beginselen van Uw wet heeft gesmaakt, zodra men ze begint te lezen of te onderzoeken, verkrijgt men terstond grote kennis door de kracht en werking van de Heilige Geest (Kanttekening Statenvertaling). Dit wordt ook bevestigt in het Nieuwe Testament. Lees daarvoor o.a. maar 1 Korinthe 3:12-13; Johannes 16:13-14.

Psalm 19:9 zegt trouwens ook: “het gebod des Heeren is zuiver, verlichtende de ogen”.

Troost en genade

De koning van de Ammonieten, Nahas, stierf en zijn zoon Hanun werd koning in zijn plaats. Dit was voor David aanleiding om “weldadigheid” te bewijzen aan Hanun.

De Ammonieten en de Moabieten eveneens waren altijd al vijanden van het volk Israël. Moab en Ammon waren nakomelingen van Lot. De Bijbel zegt van hen: “Geen Ammoniet, noch Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen tot in eeuwigheid. Omdat zij u op de weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, toen gij uit Egypte uitttrok; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, de zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotámië, om u te vloeken. Doch de HEERE, uw God, heeft naar Bileam niet willen horen; maar de HEERE, uw God, heeft u de vloek in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad” (Deuteronomium 23:3-5).

We mogen aannemen dat Nahas dezelfde persoon is als die, waarvan je leest in 1 Samuël 11. Niet zo’n vriendelijke man als je dat leest (zie 1 Samuël 11). Hij was zelfs bloeddorstig en een uitgesproken vijand van het volk Israël. Maar David zegt dat hij weldadigheid aan hem bewezen had. Wanneer wordt nergens vermeld. Maar het was wel zo en daarom David’s weldadigheid. David wil Hanun, de zoon van Nahas troosten. Dat is waaraan David denkt. Daar denkt de Heere Jezus ook aan als u of jij of ik troost nodig hebben. De Heere Jezus troost door Zijn medegevoel en huilt met ons mee wanneer wij verdriet hebben om een geliefde die ons ontvallen is. Niet zoals die drie vrienden van Job (lees dat ook maar eens!).

Hier zie je een kenmerk bij David die er in volmaaktheid bij God is, namelijk genade. Je ziet wel vaker bij David dat hij iet goeds vertelt over zijn vijanden en hun vijandschap en beledigingen vergeet waardoor het licht van de genade straalt.

Het geloof van Joab

Vervolgens zien we dat Hanun naar “verkeerde raad” luistert en de knechten van David smadelijk behandelt. Daardoor komen ze natuurlijk niet goed over bij David die alleen maar genade toont door het zenden van “troostboden” naar Hanun. Zo verwerpt Nahun deze boodschap van genade. Zeer ernstig wanneer dát gebeurt! De Ammonieten zien wel in dat ze zich “stinkende” bij David hadden gemaakt en huren soldaten van de Syriërs. David zendt vervolgens Joab met het hele leger en de helden er op af. Joab maakt een strijdplan en voegt er aan toe: “Wees sterk, en laat ons sterk zijn voor ons volk, en voor de steden van onze God; de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen” (10:12). Hier zie je dat Joab eerst naar eigen kracht kijkt en het zou natuurlijk fijn zijn als de Heere ook nog helpt. “… de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen”. Hier spreekt in ieder geval geen groot vertrouwen op de Heere uit en zeker geen afhankelijkheid van Hem.

Hoe is dat bij ons? Stijgen wij uit boven dit “Joab-geloof”?

Het succes van Joab

Toch heeft Joab succes want de Syriërs worden verslagen en de Ammonieten vluchten nu ze zien dat de Syriërs verslagen zijn. Toch heeft dit succes echter weinig nut omdat weliswaar de vijand verslagen is maar niet overwonnen en gevangen genomen. Nu hergroeperen de Syriërs zich weer en vallen aan. Dit keer vinden we David weer aan het hoofd van het leger en overwint Israël de vijand nu echt.

David krijgt hier de les – en wij ook – dat het onttrekken aan verantwoordelijkheden gevaren oplevert. Verantwoordelijkheden die de Heere aan ons gegeven heeft, moeten wij ook in vertrouwen op Hem en in afhankelijkheid van Hem dragen. Hier aan het eind van hoofdstuk 10 zijn het alleen de Syriërs die verslagen en overwonnen zijn. Zij maken zelfs vrede met Israël en dienden hen. Bovendien halen zij het niet meer in hun hoofd om de Ammonieten, de nog “moeilijker” en “gevaarlijker” vijanden van Israël, te hulp te komen (vers 19).

Het verbond met onze ogen

Zien we dat David aan het eind van hoofdstuk 10 nog aan het hoofd van het leger, in hoofdstuk 11 niet meer. Hij bleef in Jeruzalem.

Is dat dan erg? Dat stelt toch niet zoveel voor?
Iets wat niet zo erg schijnt te zijn en wat voor het oog niet zoveel voor stelt, kan echter wel aanleiding tot een geestelijke val worden. Is meestal de inleiding ervan.

Zo ook hier bij David. Hij is “gestresst” en moe van de strijd en is toe aan wat ontspanning. Hij heeft wel wat rust verdiend. De boog kan immers niet altijd gespannen staan. Hij besluit daarom de leiding weer aan Joab over te laten. De lessen uit hoofdstuk 10 had hij toch niet voldoende geleerd.

Wat doet David dan? Hij ligt op zijn bed. Zo te lezen de hele dag want tegen de avond staat hij op. Om op te kunnen staan, moet je immers eerst liggen. Hij brengt de dag dus door in ledigheid. Is dat niet het oorkussen van de duivel? Dat ligt toch zo lekker, immers “… een weinig slapen, een weinig sluimeren …” (Spreuken 6:10). Daar wacht de duivel op en slaat dan toe.

Bron: “Van de schaapskooi tot de troon” van H. Rossier

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM