3. Strekt de leiding van de Heilige Geest zich ook uit tot persoonlijke conclusies en kleine dingen?
Er is leiding van de Heilige Geest, niet alleen in zaken die te maken hebben met het laatste woord van genade voor bedreigde zielen – nee, deze Goddelijke leiding is ook aanwezig in persoonlijke aangelegenheden, in de grote en kleine beslissingen in het leven van Gods kinderen. Genadige, stille kinderen van God kunnen hun hele dagelijkse pad onder deze leiding bewandelen. Zulke mensen kunnen vaak – hoewel misschien niet altijd – zeggen: “Ik weet, dat ik nu deze brief moet schrijven, die ik eigenlijk nog niet had bedacht, of dat ik dat bezoek moet afleggen, dat niet op mijn planning stond.” Natuurlijk is deze waarneembare leiding waarschijnlijk niet constant; soms manifesteert ze zich duidelijker bij genadige kinderen van God en is ze op andere momenten niet voelbaar. Dit hangt waarschijnlijk samen met de mate van rust in hun hart.
1. Belevenis:
Enkele jaren geleden was dit een belangrijke, door God gewilde bekendmaking van een groep gelovigen ter ondersteuning van de onschendbaarheid van de Bijbel. Satan deed zijn best om dit getuigenis te dwarsbomen. Op een avond schreef een van de betrokken broeders, met de beste bedoelingen, een brief over deze zaak, die het risico met zich meebracht dat ze dit belangrijke standpunt voor de Goddelijke waarheid zouden opgeven. De schrijver deponeerde de brief laat die avond in de brievenbus van het hotel en ging, blij dat hij na een lange werkdag deze plicht had vervuld, naar bed.
Nauwelijks was hij gaan liggen of een onverklaarbaar gevoel van angst greep hem aan. Slapen was uitgesloten. Hij vroeg: “Heer, wat is dit?” Toen herinnerde hij zich de brief. Hij stond op, liep naar de voordeur, keek hoe laat de brievenbus de volgende ochtend geleegd zou worden en besloot vroeg op te staan om de brief onmiddellijk terug te eisen van het postkantoor. De angst verdween, hij viel vredig in slaap, haalde de brief de volgende ochtend op om hem te vernietigen en wist vol lof en dankbaarheid: De Heilige Geest heeft me geleid en beschermd.
2. Belevenis:
Een jonge, gelovige man van adellijke afkomst voelde zich gedurende ongeveer anderhalf jaar steeds meer gedwongen om de hand te vragen van een jong meisje, dat hij nauwelijks kende, maar van wie hij er zeker van was, dat ze een vrome christin was, volledig toegewijd aan de Heer. Zijn hartenwens ging al lange tijd in andere richting. Daardoor ontstond er een groeiende innerlijke strijd: moest hij zijn oorspronkelijke neigingen en persoonlijke verlangens opgeven of eraan vasthouden? Hij voelde steeds meer, dat God dit gelovige meisje voorbestemd had om zijn vrouw te worden.
Uiteindelijk leidde deze vraag tot een innerlijke gebeds- en geloofsstrijd, totdat hij tegen de Heer moest zeggen: “Heer, alleen Uw wil! Mijn leven behoort U toe, ik ga Uw weg!” Wekenlang had hij met deze beslissing geworsteld, zoekend naar vrede en helderheid. Hij werd steeds zekerder: als je werkelijk een belijder van Jezus wilt blijven en sterk genoeg wilt worden om voor Hem te leven, dan moet je met dit meisje trouwen. Uiteindelijk besloot hij de brief met zijn verzoek te schrijven. De brief was af; hij las hem steeds opnieuw – en uiteindelijk zei hij tegen zichzelf: “Nee, je kunt je oorspronkelijke ingeving niet loslaten en iemand ten huwelijk vragen die je nauwelijks kent.” De brief werd in het vuur gegooid.
De volgende avond zat de briefschrijver weer alleen. Hij kon geen rust vinden. Een onweerstaanbare kracht dwong hem de verbrande brief opnieuw te schrijven. Hij wist het: het is toch de wil van de Heer! De brief werd verzonden en werd het begin van overvloedig geluk, een stroom van zegeningen die vele mensen heeft overspoeld vanuit het huis waarvan de gronding met die brief de eerste stap was. Het was de leiding van de Heilige Geest die het leven van deze jongeman op het pad zette dat God voor ogen had.
3. Belevenis:
Een dienaar van God was in B. het evangelie aan het prediken. Zijn vriend, bij wie hij logeerde, zei op een ochtend: “Ik zou je willen vragen om vanmorgen een zieke gelovige te bezoeken; ze heeft al drie jaar vreselijke pijn en zou het heel fijn vinden om je te zien.” Ze was een diepbedroefd kind van God, een fabrieksarbeidster die niet alleen door een ongeluk verminkt was geraakt en niet meer kon werken, maar ook leed aan ernstige inwendige verwondingen en onbeschrijflijke pijn.
De evangelist ging ’s ochtends naar de zieke vrouw, die hem als volgt begroette: “Ik ben erg blij dat u komt, maar u heeft geen idee wat uw bezoek voor mij betekent. Bedenk, toen ik vanmorgen mijn dag begon, bad ik: <Heer, u weet dat ik niet naar de evangelisatie-bijeenkomsten kan gaan waar anderen zoveel zegeningen ontvangen. Als U denkt, dat het goed is, zendt dan toch de broeder hierheen om mij te bezoeken; maar Heer, alleen als U het goed vindt.>”
God had dit kinderlijke gebed gehoord en had door Zijn Geest de huiseigenaar van de evangelist geleid, zodat deze, zich niet bewust van wat hij deed, zijn vriend vroeg de zieke vrouw te bezoeken. Wat een glorieuze, mysterieuze verbinding tussen de opstijgende gebeden van Gods kinderen en het antwoord van de luisterende Vader, die weet hoe Hij Zijn boodschappen moet overbrengen!
Het ligt voor de hand, dat Gods kinderen, afhankelijk van hun toewijding en innerlijke vrede, verschillende posities innemen, dichterbij of verder van het hart van de Vader. Zo ervaren zij ook verschillende graden van persoonlijke leiding van de Heilige Geest. Aan vorstelijke hoven is er doorgaans een kleine kring van mensen die, door hun nauwe vriendschap, het voorrecht genieten van een vertrouwelijke omgang met de familie van de heerser. Zo hebben gelovigen ook het voorrecht van een vertrouwelijke omgang met God.
Eén van degenen die dit voorrecht genoten, was Mozes. “En de HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt” (Ex. 33:11). De Heer zei tegen Zijn discipelen: “Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van Mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb” (Joh. 15:15); en later zegt Hij: “Wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden; want Hij zal uit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen” (Joh. 16:13).
Mogen de kinderen van God in deze woorden de nauwe, vertrouwde omgang met God herkennen waartoe zij geroepen zijn. Wie echter van zulke voorrechten wil genieten, moet zich voortdurend bewust zijn van Gods tegenwoordigheid en zich in gedachten, woorden en daden gedragen op een wijze die eerbied voor de Heer weerspiegelt, Die altijd tegenwoordig is.
Georg von Viebahn; © www.bibelpraxis.de
Laatste verandering: 14.10.2021 11:09
Geplaatst in: Christendom, Toekomst
© Frisse Wateren, FW