2. Is leiding door de Heilige Geest een vrome droom of de werkelijkheid?
“Want allen die door [de] Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God” (Rom. 8:14). Is dit slechts een verheven wijze van uitdrukken, alleen taal in mooie beelden? Of is het de waarheid, de realiteit, dat in gelovige christenen die zonen en erfgenamen zijn geworden, God de Heilige Geest persoonlijk in hen woont en de leiding heeft overgenomen? Laten we deze vraag eerst beantwoorden aan de hand van enkele betrouwbaar gedocumenteerde ervaringen:
1. Belevenis:
Een jonge, gelovige man was als sergeant in het leger gestationeerd. Op een middag, toen hij naar de schietbaan moest voor schietoefeningen, arriveerde hij een half uur te vroeg en ging daarom naar een nabijgelegen terrasje om een kop koffie te drinken, voordat zijn dienst begon. Hij was er nog niet lang toen een luitenant van hetzelfde bataljon arriveerde, die eveneens koffie bestelde en aan dezelfde tafel ging zitten. De sergeant voelde een sterke drang om met de jonge officier te spreken over de reddende genade die in Christus te vinden is. Een stem in hem zei: “Vertel het hem; getuig van het Evangelie!” Maar zijn verstand sprak hem tegen: “Het is maar voor zo’n korte tijd; wat zal hij wel niet denken; hij is je meerdere!” enzovoort.
De tijd was al snel voorbij – men stond op en het schieten op de schietbaan begon. Na zijn dienst ging de sergeant naar huis. Toen hij de volgende ochtend de binnenplaats van de kazerne betrad, was het eerste wat hij hoorde: “Heb u het gehoord? Luitenant X heeft zich vannacht doodgeschoten!” Het was precies de officier aan wie de discipel van Jezus de boodschap van genade nogmaals had moeten overbrengen. Het was de stem van de Heilige Geest geweest die deze anders zo trouwe volgeling van zijn Heer deze boodschap had willen toevertrouwen.
2. Belevenis:
In het kleine stadje L. lag N, een gelovige christen, na een dag werken te rusten; het was na negen uur ’s avonds. Plotseling kwam de gedachte bij hem op: Je moet nu naar X gaan! X was een ontrouw geworden gelovige, die door zijn zondige levenswijze de Heer veel oneer had aangedaan. Hij had zich afgescheiden van de kinderen van God die hem ernstig hadden terechtgewezen; nu ging hij zijn eigen weg alleen. X woonde ver weg, aan de andere kant van de stad. N wuifde de vreemde gedachte die in hem opkwam daarom weg, vooral omdat hij moe was. De gedachte werd echter steeds sterker in hem, als een waarschuwing, als een bevel: “Ga naar X!” Uiteindelijk kon hij de overtuiging niet langer weerstaan, dat het een aanwijzing van God was om daarheen te gaan. Hij stond op, kleedde zich aan en ging.
Toen hij bij het huis van X aankwam, zag hij alleen verlichte ramen op de tweede verdieping; hij klopte op de gesloten voordeur en zag iemand naar beneden komen. De deur was van binnenuit geopend, en daar stond X, die hem vroeg: “Wat brengt u hier, wat wilt u?” – “Een onverklaarbare drang dreef me hierheen; ik weet niet wat ik moet doen, maar ik moest naar u toe komen!” – “Dit is heel vreemd,” antwoordde X, “want toen u op de voordeur klopte, stond ik op een krukje, had ik de strop om mijn nek gedaan en het touw door de lamphaak aan het plafond gehaald om mezelf op te hangen! Toen er beneden werd geklopt, dacht ik: Je kunt altijd even gaan kijken wie er zo laat ’s nachts aan de deur klopt … .”
God heeft hier door daden bewezen, dat wat geschreven staat waar is: “… Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël?” (Ezech. 33:11). Zelfs de meest blinde kan Gods ingrijpen hier herkennen. Hij kan zo spreken, dat men Zijn stem wel móet verstaan! Was het niet de Heilige Geest Die deze man leidde, Die hem met kracht voortdreef om Gods genadige wil te doen, om de wanhopige te redden?
3. Belevenis:
H., een gelovige christen en meesterbakker, liep om middernacht naar huis in het stadje S. Voor zich zag hij een lange man lopen die hij herkende, want het was een populaire dokter. H. voelde een stem in zich: “Ga naar deze man toe en spreek met hem!” Maar hij antwoordde zichzelf: “Hoe kan ik dat doen? Ik ken die man niet; wat zou hij ervan denken?” Na een korte afstand liepen hun wegen uiteen; H. ging naar huis, de dokter de andere kant op, naar zijn woning. De volgende ochtend werd bekendgemaakt dat de dokter om 2:00 uur ’s nachts plotseling was overleden. Het was de Heilige Geest die H. had opgedragen om nog één keer met deze dokter te spreken, die – zonder het te weten – zo dicht bij de rand van de eeuwigheid stond!
4. Belevenis:
In 1897 maakte een begaafde, gelovige student genaamd B., een oprechte jonge christen, het volgende mee: Hij nodigde student D., die bekend stond om zijn terughoudendheid, uit voor een evangelisatiebijeenkomst voor studenten die avond. God verhoorde het gebed, dat bij deze uitnodiging hoorde. De verlegen student accepteerde de uitnodiging en kwam. Het Woord van God raakte hem zo diep, dat hij de intense emotie in zijn hart niet kon verbergen. B. beschreef dit moment als volgt: “Een stem zei zo duidelijk tegen me, alsof ik haar hoorde: ‘Spreek met D!’ Maar ik deed het niet.” De volgende avond kwam D. uit eigen beweging terug. Eén van de gelovige studenten sloeg zijn arm om B’s schouder en smeekte: “Spreek alstublieft met D; we hebben hem nog nooit zo ontroerd gezien.” B. zei dat hij het zou doen. Maar hij deed het niet.
Enige tijd later had B. een droom waarin hij zich niet langer op aarde leek te bevinden. De Heer ontmoette hem, keek hem ernstig aan en vroeg:
- “Weet u nog dat ik u vroeg om met D. te praten?”
- “Ja!”
- “En dat hebt u niet gedaan?”
- “Nee.”
- “Zou u nog een keer van de aarde terug willen komen om D. voor mij te winnen?”
B. ontwaakte, zocht D. op en mocht voor hem een gids naar Jezus worden. Hoe duidelijk kan de Heilige Geest leiden!
5. Belevenis:
In de aantekeningen van een gezegende dienaar van God vinden we het volgende: Hij kwam naar de begrafenis van een jong meisje, dat heel onverwacht was gestorven. Bij het betreden van het rouwhuis ontmoette hij de gelovige dominee, die een nauwe band met de familie had. Hij vroeg hem: “Was Maria een ware christin?” Tot zijn verbazing zag hij een bedroefde blik op het gezicht van de dominee, die antwoordde: “Drie weken geleden voelde ik een sterke drang om met haar te spreken, maar ik heb het niet gedaan, en nu weet ik niet wat ik ze moet vertellen.” Even later arriveerde de zondagsschooljuf van het gestorven meisje; de vragensteller sprak haar met dezelfde woorden aan: “Was Maria een ware christin?” De tranen stroomden over de wangen van de juf en ze antwoordde: “Twee weken geleden was het alsof een stem tegen me zei: ‘Spreek met Maria!’ en ik wist wat dat betekende. Ik wilde spreken, maar ik heb het niet gedaan, en nu weet ik niet wat er van haar geworden is.”
Diep ontroerd benaderde de dienaar van God de moeder van de overledene en vroeg zachtjes: “Was Maria geen gelovig meisje?” De tranen stroomden over de wangen van de moeder en ze snikte: “Een week geleden spoorde een innerlijke stem me aan: ‘Spreek tot Maria!’ Ik heb er steeds aan gedacht, maar ik heb het niet op het juiste moment gedaan, en u weet hoe onverwacht snel ze is heengegaan – nu weet ik het niet meer!”
Wat een ontroerend verhaal! De Heilige Geest wilde de lippen van drie mensen gebruiken om een woord te spreken tot dit jonge meisje, dat zo dicht bij de poorten van de eeuwigheid stond – maar Hij kon dat niet, omdat deze kinderen van God niet bereid waren tot onmiddellijke gehoorzaamheid. Men zou zeker een heel boek kunnen vullen met zulke bewezen gebeurtenissen, waarin de leiding van de Heilige Geest zo duidelijk naar voren komt.
Daarnaast blijft het een ernstig feit, dat veel kinderen van God dit voorrecht, dat de Heer hun heeft beloofd, alleen kennen als iets dat opgeschreven staat, en niet als iets dat ze zelf hebben ervaren. Velen hebben nooit de tijd genomen om Romeinen 8 vers 14 te lezen en zich af te vragen: “Als zij die door de Geest van God geleid worden, kinderen van God zijn – en ik ben inderdaad een kind en erfgenaam, want de Heilige Geest getuigt het met onwrikbare zekerheid aan mijn geest – waarom word ik dan niet door de Geest van God geleid? Waarom weet ik niets van wat dit woord inhoudt?”
Georg von Viebahn; © www.bibelpraxis.de
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW