11 maanden geleden

Fébe – Dienares van de gemeente en helpster voor velen

08.11.2016

Een zin, twee verzen – zo lang is Paulus’ aanbevelingsbrief over Fébe. Maar het is de moeite waard om deze brief te lezen. Je vindt het in Romeinen 16 vers 1-2. Meer kun je overigens niet over haar lezen. Paulus noemt Fébe “onze zuster”. Hoezeer hij trouwe zusters en hun dienst waardeerde, herkennen wij aan het feit dat Paulus een aantal andere zusters in dit gedeelte met name noemt: Prisca, Maria, Tryféna en Tryfósa, Persis, de moeder van Rufus, de zuster van Nereus.

Paulus beveelt Fébe aan bij de vergadering (gemeente) in Rome, terwijl hij haar toewijding in de dienst voor de gemeente in Kenchreeën1 benadrukt, “opdat u haar ontvangt in [de] Heer, op een wijze de heiligen waardig”.

De apostel openbaart ons niet, waaruit haar dienst nu precies bestond of welk belang haar van Griekenland naar Rome bracht. Vast staat dat haar dienst voor de Heer, voor de gemeente in Kenchreeën en voor de apostel zeer waardevol was. Daarom wordt in haar aanbeveling niet alleen de waardering van Paulus, maar van God Zelf weerspiegeld. Hij heeft haar naam en haar werk als dienares en helpster als een indrukwekkend voorbeeld in Zijn Woord vastgelegd.

Doordat zij aan velen “bijstand verleende”, was zij – wat vrouwen betaamt – werkelijk getooid met goede werken (zie 1 Tim. 2:10). Zij was een zuster die “barmhartigheid bewees in blijmoedigheid” (zie Rom. 12:8). Omdat het ons aan gedetailleerde informatie over haar activiteiten ontbreekt, wordt onze blik op de verscheidenheid aan taken gericht, die zusters ook vandaag de dag nog doen kunnen en die de erkenning van de Heer hebben.

Men heeft de mogelijkheid geuit, dat Fébe de Romeinenbrief op haar reis naar Rome bij haar had. Als dat zo was, moet Paulus haar betrouwbaar hebben geacht, anders zou hij haar deze taak niet hebben toevertrouwd. Hijzelf was tot op dit tijdstip verhinderd om naar Rome te komen (zie Rom. 1:13). Paulus moest er dus vanuit gaan, dat Fébe in Rome over hem zou berichten. Moest hij haar niet ook daarin vertrouwen, dat zij een eerlijk getuigenis over zijn persoon zou afleggen? Zeker had hij geen bedenkingen.

En niet in de laatste plaats: Zien we niet ook een geweldig getuigenis van de eenheid van de gemeente? Voor de christenen in Rome was Fébe bij wijze van spreken, een vreemde. Maar er is “één lichaam” (Ef. 4:4); wat God door Fébe onder de broeders en zusters in Kenchreeën gewerkt heeft, zou ook de brusters2 in Rome dankbaar stemmen en aanleiding zijn om haar lief te hebben. Hebben wij ook deze ‘open blik’ op het éne lichaam, die dankbaar erkent wat de Heer door anderen aan andere plaatsen bewerkt? En verblijden we ons over zulken, die wij “in de Heer, de heiligen waardig” ontvangen mogen, omdat zij trouw de Heer dienen?

NOOT:
1. Kenchreeën: Een van de twee oude havens van Korinthe, dat ongeveer 11 kilometer ten oosten ervan ligt; vandaag: Kechries.
NOOT FW:
2. Brusters: In Frisse Wateren vaker als “broeders en zusters” aangeduid. Dit om meer te benadrukken dat broeders en zusters bij elkaar horen en de broeders niet méér zijn dan de zusters. Iets wat in het verleden helaas wel voor kwam. Wel hebben de zusters andere taken en bekwaamheden dan broeders, dat moeten we natuurlijk wel vasthouden.

Tobias Walker, © Bibelpraxis.de

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol