Bijbelgedeelte: Deuteronomium 32 vers 29
Leestijd: 2 minuten
Numeri 32 vers 29:
“En Mozes zei tegen hen: Als de nakomelingen van Gad en de nakomelingen van Ruben met u de Jordaan oversteken, ieder die voor de strijd toegerust is, voor het aangezicht van de HEERE, en het land voor u onderworpen is, dan zult u hun het land Gilead tot bezit geven.”
Met deze woorden van Mozes over de tweeënhalve stam beschrijft hij de drie onmisbare voorwaarden voor de strijd tegen de macht van satan.
Ten eerste moesten ze de Jordaan oversteken; toegepast op gelovigen van vandaag betekent dit, dat ze zelf de waarheid moeten erkennen dat ze met Christus gestorven en opgewekt zijn, want de Jordaan is daar een symbool van. De Rode Zee is voor ons de dood en opstanding van Christus, maar de Jordaan is onze dood en opstanding met Christus. Dit geldt voor elke gelovige, zoals zowel de brief aan de Kolossenzen als de brief aan de Efeziërs aantonen. Er zijn echter velen die dit nooit erkennen, die er, voor zover hun ervaring reikt, de voorkeur aan geven om op basis van het vlees te blijven, een toestand vergelijkbaar met die van de Joden onder de wet.
Daarom moet men de juiste woorden van Mozes ter harte nemen, ook als hij de exemplarische betekenis ervan niet begreep. Hij zegt, dat deze stammen de Jordaan moeten oversteken als ze willen deelnemen aan de strijd van de Heer. Zo ook moeten allen die willen deelnemen aan de ware christelijke strijd, zelf de ervaring beleven van het dood en opgewekt zijn met Christus, en eveneens van met Hem plaatsnemen in de hemelse gewesten (wat natuurlijk alleen kan gebeuren door de kracht van de Heilige Geest). Dit houdt noodzakelijkerwijs in, dat men het vlees in alle vormen volledig en praktisch aflegt; de waarheid van Gilgal, of, volgens Kolosse 3 vers 5, het afsterven van de aardse leden, enzovoorts; de erkenning van de dood van alles wat wij zijn als kinderen van Adam, zodat alleen Christus te zien is in ons gedrag en onze wegen.
Bovendien zegt Mozes dat ze uitgerust (bewapend) moeten zijn; en de apostel spoort ons ook aan om de volledige wapenrusting van God aan te trekken, “om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, na alles volbracht te hebben, stand te houden” (Ef. 6:13). Het zou niets dan dwaasheid zijn om onszelf bloot te stellen aan satans aanvallen, listen en vurige pijlen voordat we bekleed zijn met de Goddelijke wapenrusting.
Ten slotte zegt hij, dat allen die zich voor de strijd toegerust hadden de Jordaan moeten oversteken “voor het aangezicht van de HEERE.” Dit is het geheim van moed in de strijd: het besef dat men voor de Heer staat en onder Zijn toeziend oog. Mozes belooft hen, dat als aan deze voorwaarden werd voldaan, het land voor hen onderworpen zou worden, want dan zou de overwinning verzekerd zijn. Als de lezer nu Jozua 6 openslaat en aandachtig leest, zal hij ontdekken, dat de Israëlieten aan deze voorwaarden voldeden toen ze rond Jericho rondtrokken (Joz. 6:7,9,13), en dat de stad daarom door de machtige kracht van God werd veroverd.
Edward Dennett; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 20.03.2017
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW