9 augustus 2024
Sarai is een vat, dat door God is uitgekozen om gezegend te worden. God was in staat om haar te gebruiken, niet in de laatste plaats tot zegen van Abraham. Zelfs de Heer Zelf genoot van haar gastvrijheid.
De hoofdstukken Genesis 12 tot 25 zijn op een bijzondere manier aan Abraham gewijd. En toch komt in deze hoofdstukken, net als bij Noach en zijn vrouw en zijn zonen en hun vrouwen, steeds weer naar voren dat Sarai gekenmerkt werd door geloof, dat Sarai een vat was van Gods genade en barmhartigheid. En zo willen we in deze aflevering kijken naar hoe God Zijn waardering, Zijn achting voor Sarai tot uitdrukking brengt. In Genesis 12 vers 17 lezen we over de vrouw van Abraham: “Maar de HEERE trof de farao en zijn huis met zware slagen, vanwege Sarai, de vrouw van Abram.” Ja, Abraham had ernstig gefaald door zijn vrouw als een zuster voor te stellen, hij had angst voor de mens; maar we lezen hier, dat God ingreep vanwege Sarai, omwille van Sarai. Hoezeer mogen jullie als gelovige vrouwen weten, dat God jullie belangrijk vindt, dat jullie Hem niet onverschillig laten, maar integendeel, dat Hij vele dingen voor jullie heeft gedaan, die jullie misschien nog niet eens gezien hebben, die jullie pas voor de rechterstoel van Christus zullen ervaren, (2 Kor. 5:10), dat God voor jullie heeft ingegrepen, omdat jullie Hem zo dierbaar zijn.
In Genesis 18 vers 2 lezen we, dat er drie engelen tot Abraham kwamen, van wie er één de Heer Zelf was. Er staat verder in vers 6: “Abraham haastte zich naar de tent, naar Sarai, en zei: Haast je! Kneed drie maten meelbloem en maak er koeken van.” Wat een vertrouwen zien we hier van de man, dat zijn vrouw precies zo met de Heer en deze twee engelen zou omgaan als hij bedoelde, dat ze voor gastvrijheid zou zorgen, dat ze een gastvrij huis had. Families kunnen alleen gastvrijheid beoefenen als hun vrouwen, als de moeders echt deze kracht en dit vertrouwen hebben om hun huis open te stellen. Daar komt veel werk bij kijken en God waardeert dat en wij als echtgenoten waarderen dat ook. We willen niet als vanzelfsprekend beschouwen wat je doet, de toewijding die jullie aan de dag leggen en dat zien we hier. Hier zien we ook een bevestiging van wat de apostel Paulus zegt in Titus 2 met betrekking tot gelovige vrouwen en moeders, dat ze voor het huishouden moeten zorgen, dat ze bezig moeten zijn met de dingen van het huishouden en zo beschikbaar moeten zijn voor hun man en ook hun kinderen, hier zelfs voor de Heer Zelf.
Hoe waardevol is deze taak, die in deze wereld wordt veracht, als jullie echt de tijd nemen voor het huishouden, voor het koken, natuurlijk ook voor jullie mannen en voor jullie kinderen. God waardeert dit en Hij heeft het hier laten opschrijven in het Woord van God, op welke wijze de vrouw van Abraham, haar man en de wensen van haar man en dus ook de toewijding van haar man aan de Heer aan zijn zijde stond. Genesis 21 vers 1 meldt, dat als Hij u onmiddellijk na het huwelijk een kind geeft, mag u het op dezelfde wijze uit Zijn hand ontvangen. U ziet hier, dat God zich tot Sarai wendt en dat doet Hij ook op dezelfde wijze bij u. Dan staat er in vers 6: “Sarai zei: God heeft mij doen lachen; ieder die het hoort, zal met mij meelachen.” Wat een vreugde spreekt uit deze woorden, wanneer God haar op hoge leeftijd op een verrassende, onverwachte manier een kind heeft geschonken. Nu is dat meestal niet het punt in jullie leven, maar jullie zullen ook ervaren, dat God zich naar jullie wendt, dat Hij jullie goed doet, en dan zullen jullie ook degenen zijn die daar met vreugde op reageren, die het opnemen, zoals Sarai deed, en die de vreugde ook met anderen delen, zoals zij hier deed en waar anderen zich met haar hebben verblijd.
In veel opzichten is Sarai hier een lichtend voorbeeld voor gelovige vrouwen en voor andere vrouwen. Ze geniet echt van wat God haar heeft gegeven. God geeft ook u, geeft ook jullie vele gaven. Hebben jullie werkelijk deze vreugde, drukken jullie deze vreugde ook uit, delen jullie deze vreugde ook met anderen en, omgekeerd, zijn jullie degenen die, zelfs als jullie zelf misschien in sommige opzichten verzaking ervaren, dat jullie je verheugen met anderen, net zoals Sarai hier de vreugde van anderen kon ervaren. Wonderbare gemeenschap, die jullie ook met en onder elkaar als zusters mogen hebben tot verheerlijking van God. En dan staat er in vers 9: “En Sarai zag dat de zoon die Hagar, de Egyptische, Abraham gebaard had, aan het spotlachen was.” Sarai had in de gaten wat de zoon van Hagar, dat is Ismaël, aan het doen was, dat hij aan het spotten was. Ze had een sterk gevoel. Ja, en we zullen dit bij een andere gelegenheid zien, ze had ook gefaald. Niet alleen Abraham faalde keer op keer, ook Sarai faalde.
Maar hier zien we, dat ze zich ervan bewust was, dat degene die de erfgenaam van het huis was, degene die God op een buitengewone manier genade had geschonken, bespot werd. En dat laat haar niet onverschillig. Het mag u ook niet onverschillig laten wanneer mensen negatief spreken over gelovigen, wanneer mensen spotten met wat heilig is voor de Heer, wat belangrijk is voor de Heer. Houdt zulk een fijngevoeligheid, niet om dan op de een of andere manier in wraakzucht of iets dergelijks te handelen, maar in het besef, dat alles wat de Heer geeft ook heilig voor Hem is, ook waardevol voor Hem is, en dat we altijd een besef in ons innerlijk moeten bewaren, dat wat waardevol voor de Heer is, niet door een mens bespot kan worden, zonder dat we voelen wat dit ook voor de Heer betekent. Maar in Genesis 21 vers 12 staat: “Maar God zei tegen Abraham: Laat deze zaak met betrekking tot de jongen en uw slavin niet kwalijk zijn in uw ogen. Bij alles wat Sarai u zegt, luister naar haar stem, want alleen het nageslacht van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.” Wat geweldig, dat wij als gelovige mannen echtgenotes hebben die in de Heer geloven en die ons niet alleen in veel opzichten helpen, maar er voor ons zijn.
In dit geval was het Abraham die aarzelde en God zegt tegen hem: luister naar uw vrouw. Ja, niet dat u het zich naar het hoofd moet laten stijgen, maar u mag en moet geestelijk zijn, net zoals we in het Nieuwe Testament vinden bij Priscilla. En hoe waardevol is het als gelovige echtgenoten luisteren naar geestelijke vrouwen, naar hun geestelijke vrouwen en als jullie werkelijk een leven met de Heer leiden, en dan kan God ook tegen ons als jullie echtgenoten zeggen: luister nu eens een keer naar je vrouw. Dit is echt een eer voor Sarai en het was alleen mogelijk omdat ze in dit geval echt dacht, voelde, handelde en sprak naar Gods gedachten. Dat is natuurlijk de voorwaarde in jullie leven en ik wens jullie toe, dat jullie je laten kenmerken door echt Gods Woord te onderzoeken, Gods Woord te lezen, Gods Woord toe te passen in jullie leven en dat jullie zo niet alleen een hulp kunnen zijn voor jullie mannen, maar ook de juiste gedachten kunnen uiten, zodat jullie mannen naar jullie luisteren en daardoor op de goede weg blijven en vervolgens ook werkelijk de Heer volgen.
In hoofdstuk 24 vers 67 staat: “Toen bracht Izak haar in de tent van zijn moeder Sara. En hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw en hij had haar lief. Zo vond Izak troost na de dood van zijn moeder.” Nu heeft dit ook een negatieve betekenis, dat Izaäk nog steeds zo gehecht was aan zijn moeder, ook al was hij een volwassen man, maar we nemen ook de positieve kant, dat hij een hoge achting had voor zijn moeder, dat ze sporen had achtergelaten, positieve sporen in zijn leven; en dat wens ik jullie toe, dat jullie sporen achterlaten in goede gezindheid in het leven van jullie kinderen, jullie echtgenoten, dat jullie gemist worden als jullie er niet zijn, dat jullie gemist worden als de Heer jullie Thuis roept, dat er echt iets is dat jullie achterlaten, een testament, niet in de materiële zin, maar in de geestelijke zin; waar men zegt dat deze zuster een voorbeeld voor mij is geweest. Jullie kunnen leren van Sarai, die echt een positief voorbeeld is van een gelovige vrouw die haar sporen nalaat. De apostel Petrus maakt dit heel duidelijk in 1 Petrus 3 vers 6, waar we lezen: “Zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem ‘heer’ noemde; en haar kinderen bent u geworden, als u goed doet en geen enkele verschrikking vreest.”
Sarai wordt hier beschreven als een voorbeeld, als een toonbeeld van vrouwen die zich gewillig overeenkomstig Gods Woord aan hun man onderwerpen. Er wordt ons niet opgedragen om onze mannen ‘heer’ te noemen en onze mannen te gehoorzamen. Nee, jullie als vrouwen wordt in het Nieuwe Testament verteld, dat jullie je aan jullie eigen mannen onderdanig moeten zijn. Maar er is wel dit lichtende voorbeeld, dat Sarai haar leven leidde in deze houding ten opzichte van Abraham. Ze zei niet ‘ik ben een gelijke, ik ben ook een vrouw, God heeft mij als vrouw in uw leven geplaatst,’ maar ze was bereid, ook al was ze geestelijk, zoals we gezien hebben, om de plaats van onderwerping in te nemen. Hoe geestelijker een vrouw is, hoe meer een vrouw begrijpt van Gods Woord, hoe meer ze wandelt met de Heer, hoe meer ze bereid zal zijn zich te onderwerpen en niet voorop te gaan.
Zo herkent men een Godvrezende vrouw, dat zij zich vanuit het diepst van haar hart aan haar man onderwerpt. En dat is wat ik jullie toewens, dat jullie een hulp kunnen zijn voor jullie mannen, dat jullie je onderwerpen vanuit jullie hart, dat jullie jezelf niet in het middelpunt van de belangstelling plaatsen, dat jullie niet voorop lopen; dat mensen niet zullen zeggen: ‘kijk eens wat zij gedaan heeft,’ maar dat jullie gekenmerkt worden door ingetogenheid, door de vrees voor God, door onderdanigheid en dat jullie daardoor het goede doen en nergens bang voor zijn, omdat jullie een leven leiden met de Heer en weten, dat de Heer jullie en jullie gezinnen zal behoeden. Sarai, zij is werkelijk een prachtig voorbeeld voor gelovige vrouwen, ook in deze tijd, om zich aan de Heer toe te wijden en vanuit het hart gehoorzaam te zijn aan de Heer en dit te bewijzen in een huwelijk.
Manuel Seibel; © www.bibelpraxis.de
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW