11 jaar geleden

De plaats van de vrouw (2)

volgens de Heilige Schrift

Nadat wij bij de schepping gezien hebben, dat de vrouw een plaats van onderdanigheid tegenover haar hoofd inneemt en zij toch aan hem gelijk is, willen wij nu nagaan, welk aandeel zij had in de zondeval van de mens in de hof van Eden, en welke plaats haar, tengevolge daarvan, werd toegewezen. iets waaraan vandaag gemakshalve veelvuldig wordt voorbijgegaan. In Genesis 3 zien we, dat de stammoeder Eva door de slang verleid werd om van de verboden vrucht te nemen en dat zij het was, die daarvan nam en at en ook haar man gaf, die er eveneens van at. Daarom zei God tegen Eva: “Met smart zult gij kinderen baren en tot uw man zal uw begeerte zijn en hij zal over u heersen”. Iets waaraan vele vrouwen zich vandaag proberen te onttrekken met alle nare gevolgen van dien. Ook zien we hoe Eva, de eerste vrouw, de leiding overneemt en daarmee haar natuurlijke plaats van afhankelijkheid verlaat. Komt ons dit niet bekend voor vandaag? …

Hoofdstuk II

Met betrekking tot de zondeval

Nadat wij bij de schepping gezien hebben, dat de vrouw een plaats van onderdanigheid tegenover haar hoofd inneemt en zij toch zijn gelijke is, willen wij nu nagaan, welk aandeel zij had in de zondeval van de mens in de hof van Eden, en welke plaats haar, tengevolge daarvan, werd toegewezen. Uit het Schriftverhaal van Genesis 3 zien we, dat de stammoeder Eva door de slang verleid werd om van de verboden vrucht te nemen en dat zij het was, die daarvan nam en at en ook haar man gaf, die er eveneens van at (vers 1 en 6). Daarom zei God tegen Eva: “Met smart zult gij kinderen baren en tot uw man zal uw begeerte zijn en hij zal over u heersen” (Genesis 3:16).

Hier zien we hoe Eva, de eerste vrouw, de leiding overneemt en daarmee haar natuurlijke plaats van afhankelijkheid verlaat. In plaats van de listen van de slang af te wijzen en hulp en steun te zoeken bij haar hoofd, die zij van God ontvangen had, handelde ze in onafhankelijkheid en werd ze door de slang tot ongehoorzaamheid aan Gods verbod verleid. Daarom heeft God eens voor al bepaald, dat zij tegenover haar man, de plaats van onderdanigheid moet innemen.

Maar het is bovendien ook niet aan onszelf overgelaten, uit deze feiten onze eigen gevolgtrekkingen te maken. In 1 Timotheüs 2:11-14 verwijst Gods Geest naar dit “verleid-worden-van-Eva-door-de-slang”, en voert dit aan als reden, waarom in de tegenwoordige tijdsbedeling van de Gemeente de vrouwen niet over de man mogen heersen. Hier lezen we: “De vrouw moet zich stil, in alle onderdanigheid laten leren; maar ik sta aan een vrouw niet toe, dat zij leert of over de man heerst, maar zij moet stil zijn. Want Adam is eerst geformeerd, daarna Eva; en Adam is niet verleid, maar de vrouw werd verleid en viel in overtreding”.

Wij zien hier dus twee redenen, waarom de vrouw in de Gemeente niet mag leren:

  • ten eerste had Adam in de schepping de eerste plaats in zijn positie als hoofd;
  • ten tweede was het de vrouw die door de slang bedrogen werd.

Adam werd niet op dezelfde wijze bedrogen als zijn vrouw; hij zondigde bewust en zijn schuld was groter dan die van zijn vrouw. Maar Eva was degene die bedrogen werd. Dat was haar aandeel in de zondeval. En daar ze zich in dit opzicht een slechte leidster had getoond, heeft God haar – in Zijn Wijsheid – een plaats ontzegd, op grond waarvan zij zou kunnen leiden of leren. Hier wordt dus voor het eerst en nadrukkelijk er tegen gewaarschuwd, dat de vrouw in de Gemeente de leiding zou nemen. Wij moeten dit voor een duidelijk waarschuwingsteken aanzien, dat reeds dadelijk bij het begin van de geschiedenis van de mensheid werd geplaatst.

Bij een andere gelegenheid heeft reeds iemand er op gewezen: Als een vrouw de haar toegewezen plaats verlaat, kan zij gemakkelijk een prooi van de duivel worden. In de bekende gelijkenis is het een vrouw, die het zuurdeeg onder drie maten meel verborg (Mattheüs 13:33), een beeld van het inbrengen van verderfelijke grondbeginselen. Het was een vrouw – Eva – die in overtreding was geweest.

Vrouwtjes zijn het “met zonden beladen en gedreven door allerlei begeerten”, die in de zware tijden van de laatste dagen door boze mensen gevangen genomen worden (2 Timotheüs 3:6). Een vrouw is het – Isébel – die in de geschiedenis van het Oude Testament als een beeld van alles, wat walgelijk en boos is, wordt gegeven. Deze vrouw vinden we ook in de Openbaring terug, als een voorbeeld van de verdorvenheid van de gemeente en van vrome goddeloosheid in de ergste graad (1 Koningen 21 en Openbaring 2:20).

In onze dagen* bestaat de overgrote meerderheid van de spiritistische media uit vrouwen; door vrouwen (de gezusters Fox in Amerika) ontstond het moderne spiritisme. Het was een hysterische vrouw – Mrs. White – die als gevolg van haar godslasterlijke aanmatigingen, de leiding tot zich trok in het Zevende-Dag-Adventisme (Sabbatisme), waarvan zij ook voor het grootste deel de grondlegster is geweest. De “Christian Science” (Christelijke Wetenschap), die noch “Christelijk” noch “wetenschappelijk” is, dankt haar ontstaan aan Mrs. Eddy Baker, een vrouw (hierbij zij opgemerkt, dat uit een lijst der aanhangers van de “Christian “’Science” van een grote stad blijkt, dat van deze volgelingen 75% vrouwen zijn). De Teosofie, zoals ze op het Westelijk Halfrond bekend is, werd door een vrouw – Mevr. Blavatsky – populair gemaakt en haar werk werd door een vrouw – Mevr. Besant – voortgezet” (A. J. Pollock). Aan deze lijst zou men ook de moderne Pinkster-Beweging met haar zoetelijk fanatisme enz. kunnen toevoegen, waarvan ook de vrouwen de belangrijkste en meest bezielende leidsters zijn.

* Deze brochure is ergens in het midden van de vorige eeuw geschreven, waardoor deze alinea natuurlijk niet meer actueel is. Toch laten wij dit zo staan vanwege de toch belangrijke informatie. In de 21e eeuw ziet het er in de genoemde bewegingen er zeker anders uit, maar niet beter wat deze punten betreft [bewerker FW].

Het ligt, bij dit alles, zeker niet in de bedoeling de vrouw naar beneden te halen, want in zedelijk opzicht heeft zij in het algemeen betere eigenschappen dan de man, en in de regel is zij in toegenegenheid en in onderdanigheid tegenover de Heer de meerdere van de man. Ook gaat het hier niet om de capaciteiten van de vrouw, want we geven graag toe, dat zij niet voor de man onder behoeft te doen in geest, ontwikkeling, tact, spreektalent, etc. Maar overeenkomstig de plaats staat de man boven de vrouw en wij willen op dit ene punt nadrukkelijk wijzen: dat, zodra de vrouw de haar door God gewezen plaats en de sfeer van haar bezigheden verlaat en een plaats van “leren” en “leiden” inneemt, zij dikwijls een zeer bijzonder slachtoffer van de bedriegerijen van Satan en dan tevens licht een verkondigster van zijn leugens en ketterijen wordt. Dit leren we uit de geschiedenis van Eva in de hof van Eden en uit de geschiedenissen ten opzichte van de vrouw, die daaruit zijn voortgekomen.

Aan de andere kant is de vrouw, zolang ze op de plaats blijft, haar door God aangewezen, een uiterst werkzame kracht tot het goede. En haar aanwezigheid en werkzaamheid in de dienst voor de Heer en onder de leiding van God, zijn voor het leven en voortbestaan van de Vergadering volstrekt noodzakelijk. De Bijbel is vol van voorbeelden van godvruchtige, trouwe en dienstwillige vrouwen, die binnen het haar door God afgebakend gebied, belangrijk werk voor God verricht hebben. Daarover zullen wij op een andere plaats meer zeggen.

Als we hetgeen we tot hiertoe gezegd hebben samenvatten, komen we tot deze gevolgtrekking:

Omdat Eva door Satan bedrogen werd en zij bij het bedrijven van de eerste zonde de leiding nam, werd de vrouw als gevolg hiervan, door Gods ordeningen met ons aan de man onderworpen, zodat ze zich in alle stilheid en onderdanigheid moet laten leren en nooit over de man mag heersen. Dat is ons onderwijs over de plaats van de vrouw die naar de Schrift is, en die gebaseerd is op haar aandeel in de zondeval in Eden. Deze aanwijzing, die door God gegeven is, blijft ook in de tegenwoordige tijdsbedeling van de genade voor de vergadering [gemeente] onveranderd. Bovendien is er op gewezen, dat de geschiedenis van de vrouw alleen wijsheid en gerechtigheid laat zien, als ze zich binnen het door God bepaalde gebied, beweegt.

Wordt D.V. vervolgd.

R.K. Campbell

Als brochure verkrijgbaar bij:
Stichting “Uit het Woord der Waarheid”, Postbus 260, 7120 AG Aalten

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW