8 maanden geleden

De opdracht van God aan Jona (1)

Jona 1 vers 1-2

“Het woord van de HEERE kwam tot Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht.”

Zo begint deze kleine maar zeer bekende profeet Jona. Er wordt nergens uitdrukkelijk vermeld, dat Jona de auteur van dit boek is, maar we kunnen het waarschijnlijk wel aannemen. Een aanwijzing is dat alle beschreven personen er goed vanaf komen, behalve hijzelf. Hij noemt zichzelf in dit boek ook geen profeet, maar dat leren we uit het verslag over hem in 2 Koningen 14, waar God al een opdracht voor hem had, en uit de woorden van de Heer zelf in Mattheüs 12 vers 39 en volgende. Het boek Jona is als een ervaringsverslag; de profetische boodschap van het boek ligt eigenlijk niet in de boodschap van Jona, die niet is uitgekomen, maar in zijn leven. En dit blijkt vooral uit zijn verblijf in de buik van de vis, wat de Heer Jezus uitdrukkelijk zo uitlegt. Hoewel het boek Jona inhoudelijk zeer abrupt eindigt, is hij daarna waarschijnlijk in het reine gekomen met zijn God. Hij laat het laatste woord aan God en schrijft zijn ervaringen terugblikkend op.

Maar terug naar het begin van deze kleine profeet en daarmee de vraag wat we praktisch voor onszelf kunnen leren. Het hoofdthema is de grote genade van God ten opzichte van Zijn dienaar, hem te corrigeren, de toestand van zijn hart te beproeven, hem bemoediging te geven en hem te willen gebruiken in het dienen van Hem. De Heer geeft Jona niet op en dat doet Hij ook niet bij ons als wij falen. En hoe vaak is dat het geval!

Het begint met een opdracht van de Heer aan Jona: “Het woord van de HEERE kwam tot Jona.” Jona wist Wie tot hem sprak; hij kende zijn God als de Eeuwige, als Degene die gezag had en aan Wie hij onderworpen was in zijn leven en in zijn dienen. Herkennen wij de stem van God in de verwarring van onze tijd? Hij spreekt ook vandaag tot ons, vooral door Zijn Woord en door Zijn Geest die in ons woont. Hij heeft ook opdrachten, taken voor ons vandaag – voor ieder van ons. Maar Hij wil ons gebruiken, want dat is waarvoor Hij ons hier heeft achtergelaten. Als Hij ons dan een opdracht geeft, kan Hij gehoorzaamheid verwachten. En we mogen weten, dat Hij ons ook de kracht zal geven om het uit te voeren. Zijn we voorbereid als Hij ons roept? Verwachten wij dat Hij spreekt? De levenshouding van Paulus was: “Wat moet ik doen, Heer?” Dit geldt niet alleen voor speciale bedieningen en dienaren van de Heer, maar ook voor u en mij. Dus nogmaals de hamvragen voor ons: herkennen wij Zijn stem en zijn wij voorbereid op het feit, dat Hij vandaag misschien een zeer specifieke opdracht voor ons heeft? De eerste opdracht die Jona in 2 Koningen 14 ontving was goed nieuws; hij moest een boodschap van genade aan het volk van Israël zenden. Nu krijgt hij een heel andere opdracht: het oordeel prediken over Ninivé, een heidense stad. Wij zijn overgelaten als Zijn getuigen en als lichten in deze wereld. De boodschap van het evangelie bevat ook deze twee kanten in haar kern. Het is een boodschap van vreugde, een boodschap van genade. Maar het omvat ook de heiligheid van God en het komende oordeel. De waarschuwing voor het oordeel was en is een oproep tot berouw, verandering van hart en bekering.

God zegt tegen Jona en tegen ons: “Sta op” – dat betekent, dat je energie moet opbrengen en moet opstaan. Vaak houden wij van rust en gemak en Gods goedheid staat ons ook toe zulke tijden te hebben en ze dankbaar te aanvaarden. Maar als Hij een taak voor ons heeft, dan is het een kwestie van klaar staan en dat achter ons laten. Het gaat verder met te zeggen: “Ga naar de grote stad Ninivé!” Voor Jona was dat zo’n 1000 km in concreto. Een lange reis waarbij je ontberingen en gevaren te verwachten had. Maar de Heer zou voor hem zorgen en bij hem zijn. Hij wist niet wat hem te wachten stond en toch was de opdracht veel duidelijker dan aan Abraham. We leren hier: De Heer bepaalt ons werkterrein en over het algemeen moeten wij naar de mensen toe gaan, zij komen zelden uit zichzelf naar ons toe.

God heeft kennis genomen van de slechtheid van deze stad. Hij laat niets passeren, zelfs vandaag niet. Misschien lijkt het soms zo, maar als God nog niet heeft ingegrepen in het oordeel, dan is dat omdat Hij lankmoedig is en niet wil dat iemand verloren gaat (verg. 2 Petr. 3:9 en 1 Tim. 2:4). Ninevé was een grote stad voor Hem, niet alleen geografisch, maar ook omdat Hij de vele mensen zag die er verloren waren.

Ook al is uw taak anders dan die van Jona, voor elke taak geldt hetzelfde: luisteren naar Zijn stem, klaarstaan als Hij ons roept, gehoorzaam op weg gaan in het vertrouwen, dat Hij ons ook alle middelen voor de dienst zal verschaffen en doorgeven wat Hij ons heeft opgedragen, dat is het allerbelangrijkste.

Wordt DV vervolgd met: “Jona voert de opdracht niet uit” (2)

 

Dirk Mütze; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 31.12.2020.

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW