14 jaar geleden

De liefde van God en … kunnen broeders ook samenwonen?

“Waar liefde woont, gebiedt de Heer Zijn zegen”. Dat geldt ook voor vandaag!

Psalm 133:1-3:

“Een lied Hammaäloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen. Het is, gelijk de kostbare olie op het hoofd, neerdalende op de baard, de baard van Aaron, die neerdaalt tot op de zoom van zijn klederen. Het is gelijk de dauw van Hermon, [en] die neerdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar de zegen [en] het leven tot in eeuwigheid”.

“Ziet, hoe goed en hoe lieflijk is het, dat ook broeders samenwonen”

“Ziet”! Doe je ogen open en kijk eens wat er gebeurt. Hoe lieflijk is dat toch als broeders en zusters ook samenwonen. Als je samenwoont – we hebben het hier over de Bijbelse zin van het woord, niet over het ‘samenhokken’ van ongehuwde mannen en vrouwen in de 21e eeuw – behoor je tot hetzelfde huis. Dan ben je allemaal lid van dezelfde familie, de familie van God. De Bijbel spreekt niet over “neven en nichten van God”, maar over “kinderen van God”. Neven en nichten wonen niet in hetzelfde huis, maar kinderen wel. En een kind van God wordt je niet door geboorte, maar door “wedergeboorte”. Dan ben je uit God geboren. Daarmee is verbonden dat je Hem aanneemt, die door God gezonden is, de Heer Jezus Christus (Johannes 1:12-13). Dit is de enige mogelijkheid om een kind van God te worden. “Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Johannes 14:6). Niet door Mohammed, de stichter van de Islam (570-632), of door Boeddha, stichter van het boeddhisme, de Voor-Indische prins Gautama (560-480 vóór Christus), of door welk ander ‘hoogstaand sterfelijke mens’ dan ook, hoe ‘edel’ of hoe ‘beschaafd’ deze dan ook mag zijn, want hij of zij is eveneens van nature een zondaar/zondares. De Bijbel zegt: “Er is geen rechtvaardige, ook niet één; er is niemand die verstandig is; er is niemand die God zoekt; allen zijn zij afgeweken; allen samen zijn zij onnut geworden; er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één …” (Romeinen 3:10-12). Daar komen u en ik niet onderuit en ook Mohammed of Boeddha niet. Daar windt de Bijbel – dat wil dus zeggen God – geen doekjes om.

Ook wij, als wij een kind van God geworden zijn – dus zoals een lied uitdrukt: “zondaar eertijds, kinderen nú – behoren bij het Huis van God, want zo wordt de gemeente (naast andere aanduidingen) ook aangeduid. Wij vormen als kinderen van God, als “levende” stenen, een “geestelijk huis” (1 Petrus 2:5) en zijn huisgenoten van God (Efeze 2:19-20). Als die levende stenen hebben wij ook de verantwoordelijkheid ons te gedragen volgens de normen van God in het huis van de “levende” God (1 Timotheüs 3:15). Ook zijn wij ‘priesters’ geworden. Niet door mensen aangesteld maar – om zo te zeggen – door God aangesteld.

Waar het mij in dit artikel nu om gaat, is om te wijzen op hoe “lieflijk” het is als broeders ook samenwonen. Dat zij niet net doen alsof ze niet bij elkaar horen maar dat zij ook de dingen samen delen. De geestelijke dingen maar ook de materiële dingen. Dit deden de “brusters”, de Christenen in het begin van de gemeente ook. “Ho ho ho”, zeg je nu misschien. Nu ga je te ver. Dat we samen de geestelijke dingen delen, oké, maar de materiële … Wel, op het materiële ga ik hier even nu niet verder in. Maar laten we ons eerst eens beperken tot het geestelijke, want dan komt mijns inziens dat andere ook vanzelf.

Hoe staat het daar dan mee? Delen we de dingen echt met elkaar? Bekommeren we ons om elkaar, zoals het normaal is dat een kind zich bekommert om zijn vader en moeder en de ouders om hun kinderen. Je houdt toch ook van je broer(s) of zus(sen). Zij interesseren je toch? Dat is immers normaal in het natuurlijke vlak, zij het dat deze natuurlijke liefde in de laatste dagen wel afnemen zal, zoals de Bijbel ons leert (2 Timotheüs 3:2-3). Dat zien we dan ook heel duidelijk in onze dagen. Maar nogmaals: bekommeren wij ons als kinderen van God, als broeders en zusters (brusters) om elkaar? De liefde van God is in onze harten uitgestort, dus de mogelijkheid om deze liefde te laten werken is heel duidelijk aanwezig. De vraag is echter: Doen we dat ook? Laten we nu niet direct naar elkaar kijken maar alleen eens in ons eigen hart. Dat het (helaas) mogelijk is dat de liefde niet meer zo werkzaam is, dat leert ons de Bijbel ook. Dus wij hoeven niet verbaasd erover te zijn dat de liefde onder Christenen – dus onder ons, die de Heer Jezus Christus toebehoren en Zijn liefde kennen en (hebben) ervaren  – wel eens kan afkoelen. Dat ligt niet aan de liefde die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, want deze liefde komt van God en is uit God. Het wordt zelfs de liefde van God genoemd (Romeinen 5:5). Het ligt dus zeker niet aan God.

Een nieuw gebod

De Heer Jezus zei: “Een nieuw gebod geeft Ik u: dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u heb liefgehad, dat ook u elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten dat u mijn discipelen bent, als u liefde onder elkaar hebt”, en “Dit gebied Ik u, dat u elkaar liefhebt” (Johannes 13:34; 15:17). Dit gebod is niet hetzelfde gebod wat onder de wet aan het volk Israël gegeven “… gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Leviticus 19:18). Het is dan ook een “nieuw” gebod, zoals de Heer Zelf zei. Dit nieuwe gebod van de Heer is nieuw omdat door de dood en opstanding van de Heer Jezus en door de gave van de Heilige Geest een “nieuwe verhouding” tot stand kwam.

Wij nu zijn als kinderen van God, als gemeente, in een heel andere verhouding tot Hem gekomen, namelijk in die van de familie van God. Een heel belangrijk kenmerk van deze nieuwe verhouding is de inwoning van de Heilige Geest (Johannes 7:39; 14:16-17; 16:7; Handelingen 2:33). Dit in tegenstelling tot de Oudtestamentische gelovigen (zie o.a. Ps. 51:13).

Het voldoen aan dit nieuwe gebod van de Heer Jezus laat zien, dat we discipelen van Hem zijn, dat wij ‘bij’ en ‘met’ Hem zijn. Wat heel belangrijk is voor onze tijd – en dat geldt zeker ook voor sommige evangelische kringen – is, dat er niet staat dat we “lief moeten doen” tegen elkaar, maar dat we elkaar moeten “liefhebben”. Dat kan ook wel eens betekenen dat we elkaar moeten terechtwijzen. Want liefde kan het kwade in de ‘medebruster’ niet verdragen. Ook dat leert ons het Oude Testament al. We lezen in Leviticus 19:17: “Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; gij zult uw naaste naarstig berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen”. Wel behoren wij de broeder of zuster in liefde te verdragen (Efeze 4:3), maar niet het kwade in hem of haar. “Hoe” dat moet, leert ons dit vers ook, namelijk: “in alle nederigheid en zachtmoedigheid met lankmoedigheid”. Ingrediënten die we van nature niet in ons hebben want “… wij waren vroeger … hatelijk en elkaar hatende” (Titus 3:3). Dat kwam omdat wij goddelozen, zondaars en vijanden van God waren (zie Romeinen 5:6-10). Wij waren in het vlees en dat betekende dat er vijandschap was tegen God, want het vlees bedenkt vijandschap tegen God omdat het zich niet onderwerpt aan God, hetgeen zij ook niet kon (noch kan!), zo leert Romeinen 8:7-9.

De maatstaf

De maatstaf van deze liefde is de Heer Jezus Zelf. Dit zien we bijvoorbeeld in Johannes 15:12: “Dit is Mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb”.

Het volgende vers (vs. 13) geeft aan wat de grootste liefde is, namelijk als ik mijn leven inzet voor mijn vrienden. Wat heeft de Heer Jezus gedaan? Hij heeft Zijn leven zelfs ingezet voor Zijn vijanden, voor u, jou en mij! (zie Romeinen 5:7). De liefde is de band van de volmaaktheid, zegt de apostel Paulus (Kolosse 3:14). Omdat er in de context van deze tekst iets heel leerzaams staat in verband met ons onderwerp, citeer ik deze verzen letterlijk.

“Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar, als de een tegen de ander een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zó ook gij. En boven dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van Christus, waartoe gij ook geroepen zijt in één lichaam, in uw harten heersen; en weest dankbaar. Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen; leert en vermaant elkaar in alle wijsheid, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, in genade Gode zingende in uw harten. En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus, God, de Vader, dankende door Hem” (Kolosse 3:13-16).

Verootmoediging

Moeten wij ons hoofd niet beschaamd buigen voor alles wat zich vandaag in het midden van de gemeenten afspeelt en zeker ook in het verleden afgespeeld heeft. Wat een verdriet hebben wij onze God en vader en onze Heer Jezus Christus toch vaak aangedaan door onze onverdraagzaamheid. Onze tenen waren vaak zolang dat anderen kilometers moesten omlopen om daar niet op te trappen. Het ging niet echt altijd alleen om de waarheid van de Schrift. Het ging ook vaak om onze eigen eer die naar ons gevoel aangetast werd. Ons vlees werd werkzaam en dat wilden we dan vaak niet oordelen en lieten we ons meeslepen in onverdraagzaamheid. Zijn dit ook niet vaak de oorzaken van kerkscheuringen en verwijderingen onder broeders en zusters geweest? En … jonge broeder en zuster … denk nu niet dat jij beter bent. Kijk nu niet neer op die oudere generatie die er zo weinig van gebakken heeft. Laten we samen – jong en oud – vluchten naar de Heer Jezus en Hem al ons falen, onze zonden tegen Hem en elkaar belijden. Dan is er weer gegronde hoop op herstel! Dan kunnen gelovigen die nu nog gescheiden van elkaar leven, elkaar weer terugvinden aan Zijn voeten. Dan is en komt er ook een basis waar we elkaar kunnen verdragen. Als wij samen naar Hem kijken zullen wij Hem zien en vinden. Dan is er ook de bereidheid om elkaar te verdragen en te vergeven, want we kijken dan naar Hem die ons vergeven heeft. Dan zeggen we met Klaagliederen 3:22-23: “Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot”.

Heeft onze Heiland niet gezegd: “… leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart …”? (Mattheüs 11:29).

Wat een zegen als het woord van Christus weer rijkelijk (en wel in alle wijsheid) in ons woont. Daar moeten we ons dan natuurlijk wel mee bezig houden. Dat zijn we nu dan ook aan het doen, door ons met de Heer Jezus bezig te houden en de Schrift te openen. “Het woord van Christus rijkelijk in ons te laten wonen”, dat gaat niet vanzelf!!! Daar moeten we ons naar uitstrekken, geliefde mede-brusters.

In de Bijbel vinden we Hem, die de verpersoonlijking is van de liefde van God, de Heer Jezus. Het is van groot belang dat we niet met de waarheid “schermen”, maar dat de waarheid ons “beschermd”. Misschien zeg je: de Bijbel leert toch dat liefde de waarheid liefheeft (Efeze 4:15)? Ja, inderdaad. Maar dat betekent niet dat je vervolgens maar met de waarheid om je heen mag slaan als een wilde. Diezelfde liefde die mij zo lief heeft gehad, laat mij zien dat de Heer Jezus behalve de verpersoonlijking van de liefde, ook de verpersoonlijking van de waarheid is. Hij heeft gezegd: “Ik ben … de waarheid …” (Johannes 14:6). De Heer Jezus heeft altijd Zijn waarheid in liefde getoond. Zijn liefdevolle hart ging altijd uit naar het hart van hem of haar die Hij ontmoette. Hij deed dat in volmaakte wijsheid.

Waar liefde woont, gebiedt de Heer Zijn zegen

Is het niet van het grootste belang dat we ons vooral in onze dagen behalve met de waarheid, ook met de liefde bezig houden. Daar moet een geestelijke balans in zijn. Dat kan de Heer ons geven. Laten we nu ook eens kijken wat de liefde wel is en wat ze niet is. Daarvoor citeer ik louter enkele verzen uit de Bijbel, het Woord van God en wel uit 1 Korinthe 13.

“De liefde is lankmoedig; zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde praalt niet, is niet opgeblazen, handelt niet onwelvoeglijk, zoekt zichzelf niet, wordt niet verbitterd, rekent het kwade niet toe, verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verblijdt zich met de waarheid; zij verdraagt alle dingen, gelooft alle dingen, hoopt alle dingen, duldt alle dingen. De liefde vergaat nooit … En nu blijft geloof, hoop, liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde” (1 Korinthe 13:4-8 en 13).

Het is ook altijd goed om ons Zijn liefde te herinneren. Dit doen wij ook zo dikwijls wij Zijn dood verkondigen aan Zijn tafel. Onze liefdevolle Heiland heeft ons gevraagd aan Hem te denken als wij voldoen aan de wens van Zijn hart, namelijk het breken van het brood en het drinken van de wijn. “Doet dit tot Mijn gedachtenis” (Lukas 22:19). We kunnen immers nooit Zijn liefde negeren als wij denken aan Zijn lijden en sterven op het kruis van Golgotha? Dat deed Hij immers niet voor Zichzelf maar voor u, voor jou, voor mij, geliefde medebruster? De apostel Johannes zegt: “Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons heeft ingezet”. Ja, daar kennen wij Zijn liefde in! En als we nu dit vers verder lezen, komen we ook datgene tegen wat we al gezien hebben, namelijk dat de liefde van Christus ook praktisch effect heeft. Dat kan niet missen, omdat het Goddelijke liefde is. “En wij zijn schuldig het leven voor de broeders in te zetten. Wie nu aardse goederen heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden en zijn hart voor hem sluit, hoe blijft de liefde van God in hem? Kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid” (1 Johannes 3:16-18). En ook hoofdstuk 4 van dezelfde brief geeft kostbaar onderwijs over de liefde van God.

Laten we ook maar bemoedigd worden door Zijn liefde en laten we er aan denken: “Waar liefde woont, gebiedt de Heer Zijn zegen”.

Ja, geliefde lezers en lezeressen van Frisse Wateren: God is liefde! (1 Johannes 4:16) en “wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad” (1 Johannes 4:19).

Geprezen zij Zijn Naam!!!

Opmerkingen:

1. De heilige zalfolie heeft een zinnebeeldige betekenis. Deze zalfolie werd op aanwijzing van de HEERE gemaakt. Zo zie je dat het van God kwam en daarom op Zijn wijze bereid moest worden. In Psalm 45 vinden we iets over de Heer Jezus als Messias: “Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten. Al Uw klederen zijn mirre, en aloë, [en] kassie; …” (8-9). De specerijen spreken van de lieflijkheid en bekoorlijkheid van Christus. Zijn kleding rook alsof zij alleen bestond uit mirre, aloë en kassie. De “vreugdeolie” spreekt hier van de Heilige Geest die de bewerker is van alle geestelijke vreugde. Als de Heilige Geest ons oog richt op Hem, ontstaat er vreugde. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de discipelen. Nadat de Heer Jezus uit de dood was opgestaan, kwam Hij in hun midden en na Zijn “vrede” en het tonen van “Zijn handen en Zijn zijde” kwam er blijdschap. “De discipelen dan verblijdden zich toen zij de Heer zagen” (Johannes 20:19-20).

Het samenvoegen van de specerijen en de vreugdeolie laat ons zien dat de lieflijkheid en de bekoorlijkheid van Christus door de kracht van de Heilige Geest tot uitdrukking kwam. De Heer Jezus Christus werd immers door God gezalfd met de Heilige Geest en met kracht (Handelingen 10:38).

2. Aäron en zijn zonen zijn een type van Christus en de gemeente. Aäron werd vóór het bloed vergoten werd, gezalfd met zalfolie. De zalfolie is een type van de Heilige Geest. Ook Christus werd vóór Hij Zijn openbare dienst op aarde begon en vóór Hij Zijn werk op het kruis van Golgotha volbracht, met de Heilige Geest gezalfd (Handelingen 10:38; …). Christus had geen bloed nodig omdat Hij absoluut heilig was, zonder zonde. Maar de zonen van Aäron werden ná de bloedstorting met de heilige zalfolie gezalfd (zie Exodus 29:7, 20; 30:23-25,30). Ook wij konden de zalving met de Heilige Geest (1 Johannes 2:20; verg. Efeze 1:13) niet eerder ontvangen, dan nadat Christus Zijn bloed voor ons had gestort op Golgotha en nadat Hij was opgewekt en ten hemel was opgevaren. Toen ontving Hij van God de Vader de belofte – de Heilige Geest – die Hij toen uitstortte (Handelingen 2:32-33; Johannes 7:39). Wel moeten we op de juiste volgorde en rangorde letten. Eerst Aäron en dan zijn zonen. Eerst de Heer Jezus en dan de Zijnen. Maar ook is Hij Degene die “boven” allen is: “… daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten” (Psalm 45:8; Hebreeën 1:9). Hij neemt immers in alle dingen de Eerste plaats in (Kolosse 1:18).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM