3 weken geleden

De kracht van het nieuwe leven (3)

Romeinen 8 vers 15: “Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader!”

De Geest van zoonschap

De Heilige Geest die in gelovigen woont, gaat in hun harten wonen als de Geest van het zoonschap. “Want u bent allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus” (Gal. 3:26). “En omdat u zonen bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon in onze harten uitgezonden, Die roept: Abba, Vader!” (Gal. 4:6). Hij is niet als de Geest van slavernij in ons, niet als een Geest Die ons naar angst leidt, maar naar vrijheid. Hij leidt ons niet om ons te onderwerpen aan de schrik van de wet. We keren niet terug in opdracht van de Geest van de vrijheid, waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, om onder het juk van slavernij te worden gehouden (Gal. 5:1). De Geest brengt ons er niet toe om te twijfelen aan de liefde van de Vader, of om te vragen of we Zijn kinderen zijn. De Geest brengt ons er niet toe bang te zijn, dat we uiteindelijk ons ​​huis in heerlijkheid niet zouden bereiken. “Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij, om opnieuw te vrezen” (Rom. 8:15). “U bent dus niet meer slaaf, maar zoon” (Gal. 4:7).

Hij die uit God geboren is, is een kind van God en de Geest die in hem woont, leidt hem om de liefde van God te kennen en Hem Vader te noemen. “… maar u hebt ontvangen een geest van zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader!” (Rom.8:15). Geen vader in de zin van Schepper, maar als de Vader van onze Heer Jezus Christus. We zijn in ons zoonschap verbonden met de “Zoon van Zijn liefde” in de hemel; wij zijn zonen krachtens de hemelvaart van de Heer Jezus.

De liefde waarmee de vader Zijn Zoon liefheeft, is de aard van de liefde waarmee Hij ons liefheeft. En de Geest brengt onze harten ertoe om van deze liefde te genieten. Zeker, ons genieten van de liefde is zwak, maar tot op zekere hoogte is het ieders voorrecht ervan te genieten. In zo’n nabijheid brengt ons de adoptie in de familie van God.

Bovendien is deze relatie een individuele zegen – een persoonlijke zegening voor elke gelovige, hoewel de hele familie het bezit. En we kennen de zegen uit ervaring. Eerst en vooral kennen we het, omdat God deze ons in Zijn Woord heeft geopenbaard, maar ten tweede kennen we het ook omdat we ze in ons hart kennen. “De Geest Zelf getuigt met onze Geest, dat wij kinderen van God zijn” (Rom. 8:16). Er is een wederzijds getuigenis van liefde in de harten van aardse ouders en kinderen, maar er is een nog inniger getuigenis in onze harten over God, want dezelfde Geest die bij de Vader is, is ook in onze harten, en Hij bewerkt in onze harten hetzelfde voor onze God en Vader, wat er in het hart van onze Vader voor ons is.

Wordt DV vervolgd.

H. Forbes Witherby, © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 27.09.2015.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol