“Vreselijk is het om in [de] handen te vallen van de levende God” (Hebr. 10:31).
Vreselijke handen
Eerder hebben we de grootheid van Gods handen gezien en hoe Zijn handen het universum schiep en alles daarin vormgaf. We hebben ook stilgestaan bij hoe diezelfde God naar de planeet Aarde – de Bleke Blauwe Stip – kwam om ons te redden! Ongeveer 2000 jaar geleden werd Jezus, de Zoon van God, in Bethlehem geboren als een hulpeloze baby. De Schepper van het universum trad Zijn eigen schepping binnen als Mens. Waarom deed Hij dat? Om het volgende: “Vreselijk is het om in [de] handen te vallen van de levende God” (Hebr. 10:31).
Als u een klein insect met uw hand oppakt, zou u het gemakkelijk kunnen verpletteren als u dat wilde, hoewel u daar geen reden voor hebt. Denk aan de grootheid van Gods handen? Hij zou u gemakkelijk kunnen verpletteren. Hij wil het niet, maar Hij heeft er een reden voor: “Want allen hebben gezondigd en komen tekort aan de heerlijkheid van God” (Rom. 3:23). Maar Hij wil het niet, “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft” (Joh. 3:16).
God zond Zijn eigen Zoon om in uw en mijn plaats te sterven. Hij zou in de handen van de levende God vallen aan het kruis op Golgotha. Dit zou zo verschrikkelijk zijn, dat de Heer Jezus van tevoren zei: “Nu is Mijn ziel ontroerd … Maar daarom ben Ik in dit uur gekomen” (Joh. 12:27). En ook: “Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze drinkbeker van Mij weg; maar niet wat Ik wil, maar wat U [wilt]” (Mark. 14:36).
Hoewel het verschrikkelijk was, was de Heer Jezus bereid te lijden en te sterven, zodat u en ik kunnen leven, zodat u en ik gelovigen (heilig) kunnen worden in de ogen van God – eens zondaren en onheilig, maar nu gered en heilig, omdat Hij in de handen van de levende God is gevallen! Daarom hoeven we niet langer bang te zijn voor het oordeel van God.
“… toonde Hij hun Zijn handen … zie Mijn handen …” (Joh.20:20,27).
Gewonde handen
Nadat de Heer Jezus aan het kruis op Golgotha gestorven was en op de derde dag was opgestaan, verscheen Hij aan Zijn discipelen. “… toonde Hij hun Zijn handen”: die handen waarmee Hij alles had geschapen, dezelfde handen waarin God alles had gegeven, vlak voordat zij de voeten van de discipelen hadden gewassen, slechts enkele dagen eerder (zie Joh.13:1-17), die handen die doorboord waren door de spijkers waarmee de Romeinse soldaten Hem hadden gekruisigd. Het was alsof Hij tegen de discipelen wilde zeggen: “Kijk wat Ik voor jullie gedaan heb! Kijk wat Ik voor jullie geleden heb!”
Thomas was er niet bij toen dit gebeurde, en toen de anderen hem vertelden wat er was gebeurd, kon hij gewoon niet geloven, dat de Heer was opgestaan. De volgende zondag verscheen de Heer opnieuw. Deze keer was Thomas erbij. De Heer zei tegen hem: “… zie mijn handen … Wees niet ongelovig maar gelovig” (vs. 27). Thomas had een week eerder het goede nieuws van de opstanding van de Heer gehoord, maar kon het niet geloven.
Toen Thomas de woorden van de Heer Jezus hoorde en Zijn handen zag, antwoordde hij: “Mijn Heer en mijn God!” (vs. 28). Nu geloofde hij niet alleen, dat de Heer gestorven was, maar ook dat Hij was opgestaan.
Misschien bent u net als Thomas; u hebt het evangelie gehoord, het goede nieuws, maar u kunt het niet geloven. Misschien denkt u: “Hoe kan ik gered worden door alleen maar te geloven? Waarom kan of hoef ik niets te doen? Is dat niet te mooi om waar te zijn?” Maar dat is het niet! In Psalm 119 vers 68 staat over de HEER: “U bent goed en U doet goed.” Omdat God goed is, wil Hij u redden, en omdat Hij goed doet, heeft Hij al het werk voor u gedaan! De Heer Jezus zei aan het kruis: “Het is volbracht!” Hij heeft alles gedaan wat nodig was om u te redden.
En nu zegt Hij tegen u: “Kijk naar Mijn handen! Dit heb Ik voor u gedaan!” Wat is uw antwoord? “Wees niet ongelovig, maar gelovig!”
“… zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit Mijn hand … en niemand kan [ze] rukken uit de hand van Mijn Vader” (Joh. 10:28-29).
Veilige handen
In Johannes 10 spreekt de Heer Jezus over Zichzelf als de Goede Herder, en wij zijn Zijn schapen. Schapen hebben de neiging om af te dwalen en te verdwalen, maar Hij geeft ons de grote zekerheid, dat we veilig zijn in Zijn handen!
De handen die het universum schiepen en maten, zijn nu de handen waarin wij als gelovigen zijn. Veel gelovigen hebben geworsteld met de zekerheid van hun behoudenis en velen worstelen daar nog steeds mee. “Wat als ik weer zondig? Wat als mijn bekering niet goed genoeg was? Wat als ik niet de juiste woorden gebruikte toen ik mijn zonden beleed? Ben ik wel echt behouden? Kijk eens naar de dingen die ik nog steeds doe en denk! Een gelovige zou toch niet zo zijn!” Klinkt dit bekend? Ik ben ervan overtuigd, dat veel lezers (zo niet allemaal) dit soort gedachten hebben (gehad)!
Maar wat zegt de Heer Jezus? “Jullie zijn Mijn schapen! Ik heb Mijn leven voor jullie gegeven. Jullie zullen nooit verloren gaan! Jullie zijn veilig in Mijn handen!” Hoort u dat? Nooit! Dat betekent: NOOIT. Er is niets wat u kunt doen om uw behoudenis (redding) ongedaan te maken. Als dat wel zo was, zou dat betekenen dat u sterker bent dan de Heer. Dat is niet mogelijk. U kunt uw redding niet ongedaan maken. Maar de Heer gaat hier nog verder. Hij zegt, dat niemand u uit Zijn hand zal rukken. Niet alleen u kunt uw redding niet ongedaan maken, maar niemand anders kan dat ook. Satan kan u voor God beschuldigen zoveel hij wil (zie Openb. 12:10) en twijfel in uw hart zaaien, maar hij kan u niet uit de handen van de Heer rukken.
Mocht u nog twijfelen, dan voegt de Heer eraan toe: “Ook u bent in de hand van Mijn Vader, en ook daar bent u veilig en geborgen! U gaat nergens heen; u bent veilig in Mijn en Zijn handen!” Is dat niet geruststellend? Je hoeft niet te twijfelen aan je redding. Gods handen die het universum schiepen, zijn dezelfde handen die u nu beschermen! Hij zal u nooit loslaten.
“… Ík zal u niet vergeten. Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd …” (Jes. 49:15-16).
Gegraveerde handen
Misschien schrijft u, als u iets moet onthouden, datgene wat u dan ook moet onthouden op uw hand, zodat u het niet vergeet. Dan gaat de dag verder en op een gegeven moment wast u uw handen … Er zit nog wat inkt op, dus u herinnert u nog steeds dat u iets moest onthouden … Maar wat was dat ook alweer?
De Heer toonde Thomas Zijn handen en zei tegen hem: “… zie Mijn handen …” (Joh. 20:27). De wonden die de Romeinse soldaten hem hadden toegebracht, waren nog steeds zichtbaar. In ons vers zegt God ook: “Zie naar Mijn handen.” Deze keer niet zodat wij de wonden zouden zien, maar God zegt: “Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd.” Niet met een pen geschreven, zodat het kan worden weggewassen. Nee, het is gegraveerd. Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt, betekent eigenlijk “gehakt” of “gegrifd.” Archeologen hebben gegraveerde stenen gevonden die duizenden jaren oud zijn en die nog steeds leesbaar zijn (als u die oude talen tenminste kent). De tijd heeft die oude boodschappen niet uitgewist. Ook vandaag de dag zijn ze niet vergeten.
Dit is precies wat God over u en mij zegt: we zijn niet vergeten, we zijn in Zijn handen gegraveerd. We zijn niet alleen veilig in Zijn handen, Hij zal ons ook niet vergeten. Dit is precies wat God over u en mij zegt: we zijn niet vergeten, we zijn in Zijn handen gegrift. We zijn niet alleen veilig in Zijn handen, Hij zal ons ook niet vergeten.
Luister naar wat David aan het einde van zijn leven kon getuigen: “Ik ben jong geweest, ik ben ook oud geworden, maar ik heb de rechtvaardige nooit verlaten gezien …” (Ps. 37:25). David had een moeilijk leven gehad en veel problemen doorstaan. Sommige van deze problemen had hij zelf veroorzaakt, maar veel andere liet God toe om hem te vormen in Zijn school. Toen David terugkeek op zijn leven, zei hij: “God is mij nooit vergeten!” Zelfs toen David zondigde, vergat God hem niet, integendeel! Vooral toen het leek alsof David God was vergeten en met Bathseba zondigde, ging God achter hem aan, confronteerde hem met zijn daden en David bekeerde zich (zie 2 Sam. 11-12).
God gaf Zijn Zoon voor ons, Hij betaalde een te hoge prijs om ons ooit te vergeten! “Ik zal je niet vergeten!”
“Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt” (Jes. 41:10).
Ondersteunende handen
We hebben gezien hoe Gods hand de hemel uitstrekte. We hebben gezien dat Hij Zijn hand gebruikte om de – voor ons -onmetelijke dimensies van het universum te meten. Zijn handen werden verwond vanwege onze overtredingen. We zijn veilig en gegraveerd in Zijn handen. En nu, in dit laatste deel van de serie, leren we, dat Zijn rechtvaardige rechterhand ons ondersteunt en helpt.
De rechterhand in de Bijbel staat vaak symbool voor macht. De eerste keer dat we over Gods rechterhand lezen, is in Exodus 15 vers 6: “Uw rechterhand, HEERE, was heerlijk in macht.” In Psalm 118 vers 15 lezen we: “De rechterhand van de HEERE doet krachtige daden.” De eerste verwijzing hiernaar is in relatie tot Gods overwinning op het hele Egyptische leger met Zijn rechterhand. In Psalm 118 wordt de rechterhand ook gezien in relatie tot de moeilijkheden van het leven: “… de HEERE heeft mij geholpen … De rechterhand van de HEER doet krachtige daden” (vs. 13,16).
Dezelfde rechterhand die zo machtig is en het leger van waarschijnlijk de machtigste natie van die tijd vernietigde, staat nu tot onze beschikking om ons te helpen. We zagen eerder, dat het vreselijk is om in de handen van de levende God te vallen (Hebr. 10:31). De Egyptenaren hebben dat ervaren. Maar voor ons als gelovigen is het geen vreselijke hand meer; het is een “rechtvaardige rechterhand.” Het is verbonden met wat juist of gepast is in Gods ogen. Het is bemoedigend om te weten, dat alles wat Gods hand doet, juist is. Het past altijd in Zijn plannen voor ons.
Hij maakt geen fouten. Hij bezorgt ons geen onnodige problemen. William Freeman Lloyd schreef ooit:
My times are in Your hand;
why should I doubt or fear?
My Father’s hand will never cause
His child a needless tear.
Mijn tijden, Heer zijn in Uw hand;
ik vrees niet, want ik weet:
mijns Vaders hand veroorzaakt nooit
Zijn kind onnodig leed.
In het Nederlands zo weergegeven in lied 198 vers 3 (GL 1979)
Gods rechtvaardige rechterhand houdt ons vast. Daaraan kunnen we ons vastklampen. Hij zal ons nooit loslaten en Hij zal ons ondersteunen tot we onze eindbestemming bereiken, het huis van de Vader!
Paul Meijer; © The Christian Explorer
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW