13 jaar geleden

De gave van de Heilige Geest

Vervuld zijn met de Heilige Geest, het wandelen door de Geest, het bedroeven van de Heilige Geest of het uitblussen … wat betekent het en hoe staat het met ons? Wij kunnen één hand in de “mand van het vlees” steken en zaaien voor het vlees, of de andere hand in de “mand van de Geest” steken en zaaien voor de Geest. De hele dag door doen wij het één of het ander. In welke mand steekt u, steek jij voortdurend uw/jouw hand? Wat is het geheim van het wandelen door de Geest? …

Wij gaan nu één van de vreselijke gevolgen van zonde overwegen. De zonde heeft de mens machteloos gemaakt. Niet alleen zijn wij in de slavernij van de zonde gevallen, maar wij zijn volledig krachteloos om God te behagen of te dienen. Maar toch zou het schepsel zijn Schepper altijd (binnen zijn eigen grenzen) volkomen moeten dienen.

Zo hebben wij kracht nodig zowel om ons te verlossen van de innerlijke verlamming die door de zonde wordt veroorzaakt als wel ons in staat te stellen om op de juiste wijze door uiterlijke omstandigheden te gaan in het dienen van de wil van God. Wij krijgen deze kracht door de inwoning van de Geest van God.

Iets minder zou kunnen volstaan hebben, maar God gaf ons wonderbaarlijk Zijn Heilige Geest. Toen de opgestane Christus op het punt stond terug te gaan naar de heerlijkheid, vertelde Hij Zijn discipelen: “Maar u zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt, en u zult Mijn getuigen zijn …” (Handelingen 1:8). Zoals we zien in Handelingen 2, werd deze belofte tien dagen later op de Pinksterdag vervuld.

We hebben gezien dat Ezechiël 36-37 profeteert, dat in verband met het werk van de wedergeboorte en verkwikking in het overblijfsel van Israël in een toekomstige dag zal worden gewerkt, om hen op duizend jaar zegen voor te bereiden. Beide hoofdstukken vermelden ook de gave van de Heilige Geest: “En ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechtten zult bewaren en doen (36:27) … En ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven” (37:14). Als resultaat zal er geestelijke leven in Israël zijn, dat zich in actieve gehoorzaamheid aan de wil van God zal uitdrukken. Zij zullen willen doen zoals God het leidt. Hetzelfde wordt voorspeld aan het eind van Joël 2, dat Petrus op de Pinksterdag citeerde, zeggende dat wat zojuist in hun midden was voorgekomen, een voorbeeld was van wat Joël had voorzegd. Nochtans, de gave van de Heilige Geest op de Pinksterdag had een volheid en bestendigheid die nooit in de Oudtestamentische tijden werd gezien.

De wedergeboorte wordt veroorzaakt door de Heilige Geest en het geeft ons een nieuwe natuur die in zijn wezen geestelijk van karakter is (Johannes 3:6). Dat wat door de Heilige Geest wordt geproduceerd, neemt aan Zijn eigen natuur deel. Maar de wedergeboorte moet van de inwoning van de Heilige Geest worden onderscheiden in mensen die reeds opnieuw geboren zijn, hetgeen datgene is wat op de Pinksterdag gebeurde. Merk ook op dat kracht verbonden wordt met de inwoning van de Heilige Geest Zelf in het lichaam van de gelovige en niet met de nieuwe natuur die door de Heilige Geest werd gevormd (zie Romeinen 7:1-8:4).

In Romeinen 7 zien wij de ervaring van iemand die opnieuw geboren is sinds hij “de innerlijke mens heeft die zich verlustigt in de wet van God” (vers 22). Derhalve wenst hij dat wat goed is maar vindt, dat hij het niet in de praktijk kan brengen. Alleen wanneer hij verlossing vindt in “Jezus Christus onze Heer” (vers 25) en “de wet (controle) van de Geest van het leven” (8:2) kent, heeft hij de kracht “de wet (controle) van de zonde en de dood” (8:2) te overwinnen, en te vervullen de dingen die de wet rechtvaardig eist (8:4). Verlossende kracht wordt alleen gevonden in Christus en in Zijn Heilige Geest.

De bovengenoemde verzen tonen ons de kracht die ons bevrijdt van de innerlijke verlamming die de zonde veroorzaakt. Deze bevrijding moet komen voordat wij door kracht gekenmerkt kunnen worden in het getuigen van onze opgestane Heer. Zie Handelingen 1:8 en Lukas 24:49. We moeten ons herinneren dat wij, zelfs als gelovigen, van nature geen kracht hebben. Nee, al onze kracht komt in de persoon van de Heilige Geest die ons gegeven is.

De 11 mensen tot wie de opgestane Heer sprak in Lukas 24:49 waren apostelen op wie het fundament van de kerk (gemeente) later werd gebouwd. Daarvóór was er een krachtig werk van de Heilige Geest in hen geweest, en meer dan drie jaar waren zij afzonderlijk geïnstrueerd door de Heer Zelf. Niettemin gaf geen van deze dingen hen kracht. Hoe enthousiast zij ook met hun grote werk van getuigen waren begonnen, zij konden dit niet doen totdat de Heilige Geest Zelf hun inwonend gegeven was. Zij droegen het getuigenis van de opgestane Heer tot dan toe helemaal niet. Maar onmiddellijk na de inwoning Geest, werden hun monden geopend met grote en prachtige resultaten.

Op de Pinksterdag bezaten de discipelen de Heilige Geest niet alleen inwonend maar waren vervuld met Hem (Handelingen 2:4). Met de Heilige Geest vervuld zijn, betekent dat er geen kracht wordt toegestaan actief te zijn in de gelovige om zich tegen de kracht van de Heilige Geest te verzetten of te belemmeren. Deze vervulling van de Geest is niet permanent zoals Zijn inwoning het is, want Petrus werd opnieuw met de Geest vervuld in Handelingen 4:8 en nog eens in Handelingen 4:31. Wanneer de Heilige Geest zo de gelovige vervult, is het vlees (oude natuur) van de gelovige veroordeeld en stil gemaakt. De kracht van de Geest is dan niet te weerstaan. Stefanus illustreert dit. Vervuld met de Heilige Geest was hij “vol van geloof en kracht” en zijn tegenstanders “waren niet in staat de wijsheid en de geest waarmee hij sprak te weerstaan” (Handelingen 6:8-10). Niet in staat om zich tegen zijn woorden te verzetten, werden zij woedend en stenigden hem dood, zodoende vernietigden zij de tempel van de Heilige Geest.

De geschiedenis van de eerste kerk (gemeente – vertaler FW) zoals die in Handelingen wordt beschreven, toont aan dat de vervulling van de Heilige Geest slechts zo nu en dan voorkwam, zelfs bij de apostelen. Nochtans worden alle Christenen nu aangespoord in Efeze 5:18 om “vervuld te worden met de Geest”, en dit wordt verrassend tegenover elkaar gesteld door “en wordt niet dronken van wijn”. Wanneer de wijn buitensporig gedronken wordt, heeft het de controle over iemand en voert hem buiten zichzelf. Dergelijke actie is van satan en is verkeerd. Echter kan de Heilige Geest ook iemand volledig controleren en hem buiten zichzelf voeren, maar op een manier die Goddelijk en goed is. Hier in Efeze 5:18 wordt het zeer goede tegenover het zeer kwade gesteld. Dus, als iemand met de Geest wordt vervuld, dan wordt het duidelijk, dat alles wat niet uit Hem Zelf en van Hem is, wordt uitgesloten. Er wordt geen ruimte gelaten voor andere dingen.

Het zijn deze andere dingen (die zo vaak onze gedachten vullen en onze tijd en energie verbruiken) die ons belemmeren om over de kracht te beschikken die wij voor het getuigen en de dienst wensen. Deze andere dingen zijn juist niet alleen de kwade dingen maar ook de vele onbelangrijke en nutteloze dingen waarin wij zo vaak geïnteresseerd raken. Vandaar lezen wij: “bedroeft de Heilige Geest van God niet” (Efeze 4:30). Als wij Hem bedroeven, verliezen wij Zijn inwonende aanwezigheid niet, omdat het vers verder gaat met “met Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing”. Nochtans, zolang wij door gaan met Hem te bedroeven, verliezen wij veel van de voordelen van Zijn aanwezigheid zoals geestelijke kracht en geestelijke vreugde. Enkele dingen die Hem bedroeven zijn bitterheid, gramschap, toorn, geschreeuw en lastering (v. 31). Aangezien deze dingen zo vaak in ons worden gezien, is het een wonder dat Zijn kracht bij allen wordt vertoond!

De apostel Paulus werd geroepen en werd gered zodat hij een voorbeeld zou zijn voor ons om na te volgen (1 Timotheüs 1:16). Daarom kunnen wij zien hoe de Heilige Geest in ons zou moeten werken door te zien hoe de kracht van de Heilige Geest in het leven van dienst en getuigen van Paulus werkte. Zijn dienst had een buitengewone omvang. Binnen ongeveer 25 jaar, had hij mensen het evangelie gepredikt in meer dan honderdduizend vierkante mijlen, te voet en met meermalig gebruik van een schip of van een rijdier. Een wonderbare prestatie inderdaad! Dit was slechts mogelijk omdat hij door de Heilige Geest werd bekrachtigd.

1 Korinthe 2:1-5 toont de eenvoud van zijn prediking. Alle zonder meer menselijke versieringen werden verworpen, zodat het centrale feit van het kruis van Christus helderder zou kunnen worden verkondigd. Zijn prediking werd gekenmerkt door “betoon van de (Heilige) Geest en van kracht”, opdat het geloof van hen die zijn boodschap ontvingen niet zou zijn in “wijsheid van mensen, maar in de kracht van God”.

2 Korinthe 3:1-6 en 4:1-7 tonen ons de ‘levengevende kracht’ van de bediening van Paulus. Zijn bekeerlingen waren “een brief van Christus … geschreven … met de Geest van de levende God, … want de Geest maakt levend”. Zowel het leven als het licht worden met elkaar verbonden in deze passage, want Paulus zegt: “want de God die gezegd heeft: ‘uit duisternis zal licht schijnen’, Die heeft geschenen in onze harten tot de lichtglans van de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jesus Christus. Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid van de kracht van God is, en niet uit ons”.

2 Korinthe 10:1-6 en Efeze 6:12-18 toont ons de kracht van en de noodzaak aan geestelijke wapens in de agressieve conflicten van het Evangelie. Satanische krachten hebben zichzelf in de menselijke geest verschanst en bolwerken van menselijk redeneren en hoogmoedige gedachten gevormd, die slechts door de geestelijke wapens van de Heilige Geest kunnen worden omvergeworpen.

1 Thessalonika 1 en 2 geven ons een mooi beeld van de geestelijke vruchten, die in het leven en de karakters van opnieuw geboren gelovigen worden gezien, wanneer het Evangelie “niet alleen in woord, maar ook in kracht en in de Heilige Geest en in zeer volle zekerheid” komt (1:5). Terwijl zij de levende en de ware God dienden en Zijn Zoon uit de hemelen verwachtten, waren de gelovigen uit Thessalonika navolgers van de Heer, voorbeelden voor andere gelovigen, en verkondigers van het Woord dat hen had gered.

Tenslotte, 2 Timotheüs 1 toont de Heilige Geest als de kracht voor het uithoudingsvermogen en voor de liefde van de Geest die wordt gekenmerkt door de “geest van kracht, liefde en bezonnenheid” (vers 7), zodat de gelovige in staat is om “verdrukking te lijden met het Evangelie, naar de kracht van God” (vers 8). De gelovige kan ook “door de Heilige Geest die in ons woont” het goede toevertrouwde pand van de waarheid bewaren (vers 14).

Zoals wij hierboven zien, kunnen wij met recht zeggen dat Gods gave van de Heilige Geest, evenals Zijn gave van Zijn Zoon, beide onuitsprekelijk zijn (2 Korinthe 9:15).

Nu geloven sommige mensen dat, aangezien God onveranderlijk is en aangezien de kracht van de Heilige Geest aan het begin van het Christendom zeer groot was en in tekenen en wonderen getoond werd, dit alles vandaag óók moet worden gezien. God is inderdaad onveranderlijk maar dit betekent niet dat hij de wijze waarop Hij volgens Zijn wijsheid met de mens handelt, niet kan veranderen, om met veranderende situaties om te gaan. Hij heeft dit in het verleden ook gedaan.

De vertoning van Zijn kracht in wonderen is nooit constant geweest. In feite zijn de wonderen slechts drie keer in de geschiedenis van de mens (dat in totaal over ongeveer 300 jaar handelt, vertaler) gezien. De wonderen werden voor het eerst gezien toen God, door Mozes, tussenbeide kwam om Israël uit Egypte te voeren naar Palestina en met het ‘systeem van de wet’ begint. De wonderen werden daarna ongeveer 500 later jaar gezien toen God door middel van Elia en Elisa tussenbeide kwam om Israël te herinneren aan de wet die gebroken was en om van Zijn goedheid te getuigen. De wonderen werden gedurende nog eens 900 jaar niet gezien totdat God in Christus tussenbeide kwam en kort daarna de kerk (gemeente – vertaler FW) door de apostelen vormde. In andere tijden werden bijna werden geen wonderen gedaan. “Johannes (de Doper) deed geen wonder” (Johannes 10:41). Hij leefde in de periode vóór de tijd toen de derde grote wondertijd in verbinding met Christus begon.

In tegenstelling met het populaire geloof waren deze wonderbare tekenen werkelijk geen grote vertoning van de kracht van de God, aangezien zij voor de aarde slechts tijdelijk efficiënt waren. Bijvoorbeeld in Handelingen 9 werd Aenéas genezen en Dorkas werd opgewekt uit de dood, maar zij stierven allebei enkele jaren later en de wonderen waren, alsof zij nooit waren geweest. Maar Handelingen 9 opent met de bekering van Saulus van Tarsus. Zijn reismetgezellen waren sprakeloos van verbazing hoewel zij het wonder niet begrepen. Het was natuurlijk een groot geestelijk wonder dat nog steeds de gehele wereld beïnvloedt. In feite is elke ware bekering een wonder dat in eeuwigheid blijft en deze grote wonderen gebeuren dagelijks.

De prediking van Paulis liet de kracht van de Heilige Geest zien. Droevig genoeg kunnen wij over de meeste moderne predikingen op die manier niet spreken. Feit is dat veel van zulk modern prediken door de ‘vele dingen’ worden gekenmerkt die Paulus vermeed, zodat zijn prediking in de kracht van de Heilige Geest zou kunnen zijn. Hij deed afstand van alle oneerlijkheid, met inbegrip van het vervalsen van het Woord van God (2 Korinthe 4:2) evenals de zogenaamde achtenswaardige dingen zoals het ‘overredend spreken’ en ‘menselijke wijsheid’ (1 Korinthe 2:1-5).

Maar toch, zelfs wanneer het Woord vandaag getrouw wordt gepredikt zonder dat er toevlucht genomen wordt tot menselijke methodes, schijnt er nog een gebrek aan kracht te zijn. Efeze 4:30 en 1 Thessalonicensen 5:19 kan ons helpen te begrijpen waarom. Vaak wordt de Heilige Geest bedroefd door het leven, wandel en houding van degene die dient, en er vandaar weinig vrucht is op wat hij doet. Zelfs wanneer dit niet het geval is, wordt de Heilige Geest nog bedroefd door de algemene lage geestelijke toestand onder de Christenen. Verder wordt de Heilige Geest uitgeblust (gedoofd) door de introductie van menselijke organisatie (zoals vandaag wordt gezien in alle denominaties, vertaler), welke niet Zijn vrije leiding onder het volk van de Heer toestaat. Steeds meer is er een groeiend ongeloof onder velen die claimen dienaars van God te zijn, zodat zij ontkennen en bijna met elke waarheid spotten, waaraan zij zich verbonden hebben om zich daaraan te houden. Zo wordt de Heilige Geest bedroefd en uitgeblust, juist in het midden van hen die zich de Christelijke kerk (gemeente – vertaler FW) noemen, en dat feiten alleen tellen om achter te houden, om het even hoe groot de vertoning van Zijn kracht dan ook.

Nochtans werkt de Heilige Geest nog steeds en worden mensen bekeerd en gered, alhoewel Zijn werk op een stillere manier gebeurt en minder wordt opgemerkt dan in de vroege tijd van apostelen.

De kracht voor overwinning in ons eigen leven is net zo belangrijk als de kracht voor de dienst. Wij kunnen ‘kracht-voor-overwinning’ ervaren door het wandelen door de Geest (Galaten 5:16). Efeze 1:13 zegt dat de Heilige Geest ons werd gegeven toen wij het Evangelie voor onze redding geloofden. Op het geloof verzegelt de Heilige Geest ons (verbindt ons) zodat wij God toebehoren. Maar als wij dan wandelen door de Geest, is Hij de werkelijke en echte Bron en Energie van onze levens en activiteiten. Het wandelen is één van onze eerste activiteiten als baby, zoals God het als een figuurlijke uitdrukking voor al onze activiteiten gebruikt. Onze gedachten, toespraken en acties moeten onder controle zijn van de Heilige Geest. Slechts dan zullen wij niet de wensen van het vlees, onze oude natuur (Galaten 5:17) vervullen. De Heilige Geest hanteert een stuwende kracht die veel groter is dan de neerwaartse belemmering van het vlees, en wij kunnen die kracht ervaren als wij door Hem wandelen. Lees Galaten 5:13-26.

Hoe wandelen wij door de Geest. Lees Galaten 6:7-9. Ons dagelijks leven bestaat uit zaaien en oogsten, alsof wij elke dag met een zaadmand op elke schouder voorwaarts gaan. Wij kunnen één hand in de ‘mand van het vlees’ steken en zaaien voor het vlees, of de andere hand in de ‘mand van de Geest’ steken en zaaien voor de Geest. Met andere woorden, kunnen wij toegeven aan en dingen doen die alleen het vlees tevreden stellen, of wij wijden ons aan de dingen van de Heilige Geest en zaaien het zaad dat vruchten zal voortbrengen tot eer van God. God doet dit niet voor ons. Wij doen dat zelf! De hele dag door doen wij het één of het ander. In welke mand steekt u voortdurend uw hand? Het geheim van het wandelen door de Geest is de resolute weigering van de ‘mand van het vlees’ en het resolute, actieve gebruik van de ‘mand van de Geest’!

Toch zien wij vele Christenen die zich niet aan ernstig buitensporig wangedrag schuldig maken maar die nog weinig van de vrijheid of kracht van de Geest bezitten. bij hen is er waarschijnlijk ernstige innerlijke achteruitgang in gedrag, zoals het nalaten om zich te concentreren op de geestelijke dingen van God of louter geestelijke luiheid. De Heilige Geest is er om de dingen van Christus te nemen en deze aan ons tonen, en Hij zal zeer bedroefd zijn door onze onoplettendheid, inactiviteit, en luiheid. Als u naar iemand met belangrijk nieuws over een zeer geliefde wederzijdse vriend zou gaan en hij begon uw verhaal met onbelangrijke opmerkingen over andere dingen te onderbreken, of als u hem in slaap zag vallen in zijn stoel, zou u ophouden met uw verhaal te vertellen en u zou bedroefd en boos zijn.

De Heilige Geest is gevoelig voor alles wat de eer van Christus betreft. De onoplettendheid zal Hem net zo veel bedroeven als openlijke zonde. Daarom laat ieder van ons God vragen om ons te tonen hoeveel van onze eigen geestelijke armoede en gebrek aan kracht een resultaat van zowel onze innerlijke als onze uiterlijke houding is.

F.B. Hole, © Toward The Mark

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW