11 jaar geleden

De dochters van Zeláfead

We hebben in de bijbel en in het bijzonder in het Oude Testament verschillende plaatsen, waarin ons vrouwen of meisjes als navolgenswaardige voorbeelden genoemd worden. Door het lezen van een artikel over Achsa, de dochter van Kaleb, werd de schrijver van dit artikel aan de vijf dochters van Zeláfead, Machla, Noa, Hogla, Milka en Tirza herinnerd (zie: Numeri 26:33; 27:1-11, enzovoorts). De schrijver gaat verder en zegt: “Verschillende dingen die ons over deze vijf jonge vrouwen worden bericht, zijn mij zeer waardevol geworden. Laten we daarover nadenken welke impulsen van deze meisjes uitgingen en ook vandaag nog uitgaan” …

1. Zij hadden een goede verhouding onder elkaar (Numeri 27:1-2; enzovoorts)

Als de dochters van Zeláfead ergens optraden, dan vinden we hen alle vijf bij elkaar genoemd. Op geen enkele plaats lezen we iets over dat zij streden wie onder hen de eerste plaats innam. Daar heeft duidelijk noch de oudste noch de jongste “benjamin” aanspraak gemaakt op een of andere speciaal recht. Hoe gaan wij in het gezin als broers en zusters met elkaar om? Hoe mooi is het, wanneer wij allen belang hebben bij vrede en goed begrip onder elkaar. En dat geldt zeker niet alleen voor het gezin, maar ook daar, waar wij als brusters op één plaats samen gebracht zijn. We mogen elkaar wederzijds aansporen om de vrede na te jagen (Hebreeën 12:14) en te overwegen wat wijzelf daartoe zouden kunnen bijdragen. Interessante aanwijzingen daarvoor vinden we op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld Filippi 4:2,8; 1 Korinthe 7:9-13 of Romeinen 14:21. Als wij allen deze dingen behartigen, die ons alleen al onder dit punt duidelijk worden, hoeveel problemen zouden in de gezinnen en onder de brusters vermeden kunnen worden. Zijn niet als voorbeeld door erfenisproblemen sommigen heftig tegen elkaar uitgevaren en zijn zelfs van elkaar vervreemd?

2. Zij hebben inzicht in de beloften van God (onder andere Numeri 27:4).

God heeft door Mozes tot Zijn volk gezegd, dat Hij hen in het land brengen wil dat van “melk en honing” vloeit. Deze jonge vrouwen hebben zich daarin geïnteresseerd. Het was hen niet onverschillig, waarheen zij trokken en hoe het daar zou zijn. Zij verheugden zich al op dit land. Maar er was een probleem. Zij waren slechts “meisjes” respectievelijk vrouwen. Hun vader had geen zonen. Alleen gezinnen met zonen hadden de belofte dat zij een erfdeel in het land Kanaän bezitten zouden. Dat wordt uit de verdeling van het land en bijvoorbeeld Numeri 26:52-56 duidelijk. Hun familie moest echter ook een aandeel aan dit wonderbare land krijgen! Dus vatten zij moed en brachten hun verzoek voor Mozes. Daarvoor was veel geloofsmoed nodig. Mozes was de grote man Gods. Hebben zij het recht om met hun vragen naar deze grote man te gaan? Er waren immers nog andere bekwame mannen door Mozes uitgekozen (Exodus 18) om over de rechtszaken van het volk Israël in de woestijn te beslissen. Het was voor de jonge vrouwen echter zo belangrijk, dat zij geen angst hadden om direct naar Mozes te gaan. En toen stonden ze voor hem en voor Eleázar, de priester en voor de oversten en voor de hele vergadering aan de ingang van de tent der samenkomst. Hoe zullen hun harten geklopt hebben? Ik ben ervan overtuigd dat zij deze zaak eerst met hun God besproken hebben. Hij gaf hun toen de noodzakelijke moed. Zij deden dat ook met de nodige eerbied. Zij waren zich bewust, dat God zonde niet eenvoudigweg voorbij kan zien. Dathan en Abiram, vorsten uit de stam Ruben, waren samen met Korach, een vorst uit de familie der Kohathieten, tegen de verordeningen van God met betrekking tot Mozes en Aäron in opstand gekomen. God moest hen door een hard oordeel straffen. Voor dit feit zijn ze niet eenvoudig weggelopen. Ook toen hun vader niet in openlijke verzet tegen zijn God gestorven was (Numeri 27:3), zo trof hem en daarmee ook zijn gezin toch de dood als gevolg van zijn ongehoorzaamheid.

Goede inzichten tot verstaan van de bijbel – onbenut?

Denken we nog eens aan de inzichten, die de meisjes toen hadden. We weten niet hoe oud zij waren en welke dingen zij op de tocht door de woestijn zoal beleefd hadden. Maar uit dat, wat zij uit de wetgeving kenden, hebben zij de juiste conclusies getrokken. Hoe is dat bij ons? Wij hebben het voleindigde Woord van God in de handen. Daar vinden we alle beloften schriftelijk neergelegd, zodat wij ons daar steeds weer mee bezig kunnen houden. Alle gelovigen vandaag hebben toch beslissend meer inzicht. Lees eens 1 Korinthe 2:12: “En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die uit God is, opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn”. Hebben wij er al eens over nagedacht, wat een geweldig iets dat is? Ik schaam mij, wanneer ik mij bewust wordt, hoe ik met deze belofte omga. Onze God kan ons niet vreugde in Zijn beloften schenken, wanneer wij in ongeoordeelde ongehoorzaamheid leven.

Bijbelstudie – puur een mannenzaak?

Over het algemeen heerst de mening dat bijbelstudie in het bijzonder een aangelegenheid van de mannen, de broeders is. Vrouwen mogen immers in de samenkomsten van de gelovigen als gemeente sowieso niet spreken. Wanneer zij vragen hadden, moesten zij hun eigen mannen vragen (1 Korinthe 14:34-35). Zo is bijbelstudie voor vrouwen helemaal niet zo belangrijk. Maar de dochters van Zeláfead tonen iets anders. Vrouwen moeten op de juiste plaats en op de juiste manier met de dingen van God bezig zijn! God hecht daar waarde aan. Hij heeft daaromtrent in Zijn Woord niet alleen in het Oude Testament zulke voorbeelden gegeven. Priscilla, die zes maal in het Nieuwe Testament genoemd wordt, kon door God gebruikt worden, om samen met haar man aan Apollos, die gezegende prediker, de weg van God nauwkeuriger uit te leggen. In het bijbelvers dat ons dat beschrijft (Handelingen 18:26), wordt Priscilla zelfs op de eerste plaats genoemd. Laten we acht geven op het antwoord van God op het verzoek van de jonge vrouwen. “De dochters van Zeláfead spreken recht; gij zult haar voorzeker geven de bezitting van een erfenis, in het midden van de broeders van hun vader; en gij zult de erfenis van hun vader op hen doen komen” (Numeri 27:7).

3. Hun gedrag heeft uitwerking op hun omgeving (Numeri 36:1-4)

Daarover geeft ons de plaats in Numeri 36:1 uitsluitsel. “En de hoofden van de vaderen van het geslacht van de kinderen van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse, uit de geslachten van de kinderen van Jozef, traden toe, en spraken voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van de oversten, hoofden van de vaderen van de kinderen Israëls”. Daar hebben zich mannen met een positie door het gedrag van de vijf vrouwen in hun interesse aan het erfdeel van God laten aansporen. Zij hebben bij zichzelf overlegd, wanneer de meisjes een man uit een andere stam trouwden, dan gaat ons immers het erfdeel onherroepelijk verloren. Nee, zij wilden niet bij hen achterblijven. Dus gingen zij met hun verzoek eveneens naar Mozes. Deze vroeg wederom aan God. Mozes kon het volk als antwoord van God terugbrengen: “De stam van de kinderen van Jozef spreekt recht” (vers 5). God gaf een verordening dat elke dochter die een erfdeel uit de stammen van de kinderen van Israël bezit, telkens een man uit de eigen stam van Israël trouwen moet, opdat de afzonderlijke stammen in Israël altijd het erfdeel van hun vaderen bezitten. Deze verordening geldt voor het gehele volk. Is dat niet een bemoediging voor alle gelovige meisjes en vrouwen in onze dagen? Ik ben ervan overtuigd, dat onze God zulk een gedrag ook vandaag tot rijke zegen voor ons allen zijn laat. Helaas oriënteren we ons alleen te vaak op mensen, die met de zegeningen en beloften van God weinig of helemaal niets in de zin hebben. Met het oog op de stammenvorsten van Manasse zien we nog, dat zij zich niet te voornaam voelden om door het voorbeeld van de dochters van hun stam positief beïnvloed te worden. Het mag zijn dat hun reactie uit een zekere ijverzucht ontsproot. Dat is natuurlijk geen goede beweeggrond. En toch benut God de vragen van de vorsten, om hun interesse aan het erfdeel te ondersteunen. Ik geloof dat ik daar nog veel van heb te leren. Maar wij zouden niet verbaasd moeten zijn, wanneer wij (als mannen) van Godvruchtige vrouwen leren kunnen. Daarvoor zijn er vele voorbeelden in de bijbel. Denken we maar aan Deborah en Maria van Bethanië. Onze Heer wil graag dat wij van elkaar ten goede leren.

4. Zij onderscheiden zich door gehoorzaamheid en geloofsenergie (Numeri 36:10-11; Jozua 17:3-4)

De bovengenoemde beslissingen werden binnen 40 jaar na de uittocht uit Egypte getroffen. Uit Jozua 14 kunnen we afleiden, dat ongeveer 7 jaar voorbijgingen tot Jozua aan het volk het land toedeelde. Tot dit tijdpunt treden de dochters van Zeláfead voor Jozua en Eleázar om hen aan de beloften van God te herinneren. En de dochters verkregen een erfdeel onder de zonen van Manasse (Jozua 17:3-6). We willen echter bedenken dat zij het verkregen alleen op grond van hun gehoorzaamheid. Zij hadden de verordeningen van God in acht genomen en mannen uit hun eigen stam getrouwd (Numeri 36:10-11). Zo blijven deze vrouwen niet achter bij Kaleb, de man van het geloof, die eveneens bij deze gelegenheid weer in het gezichtsveld komt. Ook hij heeft een belofte van God met het oog op het erfdeel in het land Kanaän verkregen en heeft deze belofte in zijn hart bewaard, tot het tijdstip kwam, waar zij in vervulling gaan zou. Ook wij willen met alle geloofsenergie onze weg gaan en de beloften van God voor ons persoonlijk in aanspraak nemen. In 2 Petrus 1 wordt ons beschreven, dat ons de grootste en kostbaarste beloften geschonken zijn, echter verbonden met de opdracht alle ijver en in ons geloof de deugd of geestelijke kracht aan te wenden. Zo zullen ook deze gebeurtenissen die tot onze lering geschreven zijn, ertoe bijdragen dat wij door de volharding en vertroosting van de Schriften de hoop hebben (Romeinen 15:4). Rainer Möckel, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM