5 maanden geleden

Alfa en omega – het begin en het einde

Job 1 en 2

 

Toen ik dit gedeelte (Job 1 en 2) uit Gods Woord las, werd ik voornamelijk getroffen door de eenvoudige en tegelijkertijd geruststellende gedachte, dat waar Satan hard is voor Gods kinderen, het God Zelf is van Wie de beproeving uitgaat. God zet de eerste stap door Zijn dienstknecht te prijzen. Zijn woorden zijn gericht tot Satan. God maakt hem opmerkzaam op Job. Met andere woorden, God Zelf is de eerste persoon die hier handelt, waardoor Zijn dienstknecht bezoek krijgt.

Nu, te allen tijde, vóór of na Christus, heeft de grote waarheid gegolden, die ten grondslag ligt aan al Gods werk en Zijn openbaringen, namelijk dat God de Allerhoogste is: “God boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid” (Rom. 9:5). Hij is “God de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit” (Gen. 14:22). Hij kan het toelaten, dat in zekere zin zelfs de hemel verontreinigd wordt door de aanwezigheid van een rebel (Hebr. 9:23; Ef. 6:12), die, nadat zijn eer hem al ontnomen is, daar spoedig zal worden geoordeeld. Want het Woord maakt duidelijk, dat de Heer met de koningen van de aarde op aarde handelen zal, maar dat Hij “de legermacht van de hoogte in de hoogte … zal straffen” (Jes. 24:21). In het gebied waar hun grote zonde tegen God heeft plaatsgevonden, zal ook hun vergelding gezien worden.

Maar hoewel de aarde het toneel is van allerlei soorten onrecht, zijn er nog steeds mensen die heel dicht bij het hart van God staan, die Hij liefheeft, naar wie Hij Zich vanuit de hemel neerbuigt, om naar hen te zien. Hij ziet nog steeds veel dingen in hen die moeten worden gecorrigeerd. En op dat moment stond God op het punt Zijn dienstknecht Job te louteren. Maar dat weerhield Hem er niet van zijn waardering en vreugde te uiten. Net zoals ouders naar hun kind kijken en met liefde en welgevallen over hem spreken. Anderen hebben misschien het gevoel, dat ze blind zijn voor de fouten van het kind. Maar zij zijn toch de ouders en ze hebben hun kind lief; allen die dit begrijpen, waarderen het ook. Van dit soort, maar dan in een veel hogere zin, is die liefde die God voor Zijn geliefde kinderen op aarde heeft.

Doordat God zó boven alle kwaad staat, spreekt Hij tot Satan over Zijn dienstknecht Job. Hij weet waarop deze vijand zint en wat hij in het bijzonder tegenover de mensen in zijn schild voert. En als sommige mensen Satan meer een doorn in het oog zijn dan anderen, dan zijn het degenen die God door genade heeft geroepen om Zijn heiligen te zijn. Maar omdat Gods liefde en macht boven alles staat, wat Satan aan boosheid doen kan, gebruikt Hij hem ten behoeve van Zijn kinderen. En dat is precies de inhoud van de wonderbare geschiedenis, dat zo omvattend voor ons wordt uitgespreid in het boek Job. We weten al, dat wanneer de strijd voorbij is en de overwinning is behaald, Job gezegend is met rijke zegeningen en zelfs zijn vrienden nog door hem gezegend worden.

Zoals al gezegd, is het God Zelf die de beproeving inleidt. Satan mag dan als werktuig worden gebruikt, maar God is hem altijd voor en altijd boven hem. Mensen worden eerst door een ramp verrast en dan is genezing nodig. Maar dat is niet Gods manier. De verlossing is niet alleen een remedie tegen het kwaad, dat Satan en de mens op aarde aangericht hebben; het was altijd al in de gedachten en in het hart van God. Het is niet alleen een remedie, bereid om het kwaad onder ogen te zien. Het is tegelijk ook de triomf van God, de volledige openbaring van het feit, dat Hij boven alle kwaad verheven is. Want God Zelf zou zoals Hij is, niet alleen door redding gekend zijn. Daarom ziet Hij niet alleen naar de mens of de duivel, maar Hij zoekt naar een gelegenheid om Zijn liefde te tonen. Hij wil Zijn kracht, wijsheid en liefde uitdrukken door het kwaad tegemoet te treden, ja zelfs de vader van alle boosheid te gebruiken als een middel om Zijn kinderen een groter goed te geven dan wanneer hij helemaal niet zou bestaan. De mens ontkent het kwaad, bagatelliseert het en veracht daardoor God. Of hij probeert God in de een of andere vorm als oorzaak van het kwaad te plaatsen en haat Hem. Wat een vreugde is dan het voor ons, wanneer we zien mogen wie Hij werkelijk is en dat Hij altijd boven alles staat.

We vinden deze twee gedachten in de hele Schrift. Het zijn de twee belangrijke wegen waarin God Zichzelf openbaart. Ten eerste is er Zijn genade die bevrijdt en vergeeft en tot Hem brengt. Maar daarnaast is er ook de regering van God, Zijn regering eens over de wereld en Zijn regering nu over zielen. Naar hun aard zijn zowel de genade als de rechtvaardige regering van God duidelijk te onderscheiden. Het kan goed zijn te bedenken, dat welke vorm de regering ook aanneemt, het toch altijd wat Zijn kinderen betreft alleen de genade is die Zijn regering in beweging zet. Het blijft waar dat de Vader “oordeelt zonder aanzien des persoons” (1 Petr. 1:17), maar het is toch “Abba Vader”. Zo ook hier; in het begin laat God Zelf duidelijk zien, hoe dicht Job bij Zijn hart is. Hij vraagt ​​Satan als het ware aandacht te schenken aan Zijn dienstknecht Job en te zien of er zo iemand op aarde is. De vijand gaat daarop in en antwoordt, dat het niet zonder reden is dat Job God dient. Daarom staat God Satan toe hem in zijn omstandigheden te beproeven. En het resultaat? Niets minder dan dat Job neervalt en God aanbidt! Zijn vroomheid heeft een nog hoger niveau bereikt, en het einde is, als we het zo mogen zeggen, dat hij de kroon van het leven wegdraagt. Hij ligt op zijn aangezicht om de naam van de Heer te prijzen. Als hij eerder de zegeningen had gekend die voortvloeien uit het feit dat de Heer geeft, leert hij nu de zegeningen te begrijpen die voortvloeien uit het feit dat de Heer neemt.

Dan komt er een nieuw beproeving. Deze keer wordt hij zelf getroffen. Dit is moeilijker dan wanneer het ‘alleen’ gaat om de uiterlijke omstandigheden van kuddes vee en kinderen. En Satan weet dat. Hij zegt: “Huid voor huid! Alles wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven” (Job 2:4). De Heer veroorlooft Satan om Job erge dingen toe te brengen, alleen moet hij zijn leven sparen. Toch komt Job niet alleen niet ten val, ofschoon zijn vrouw zijn beproeving vermeerdert, maar veeleer blijft hij trouw door alles heen in een licht, dat nog feller schijnt. En pas nadat Satan klaar is met Job, komt de Heer tussenbeide en legt Hij Zijn vinger op de zere plek, die behandeling nodig heeft, en dit moet door Jobs vrienden worden gedaan.

Laten we er eens aan denken, waar wij nu staan! We kunnen niet alleen eraan denken, dat God boven Satan hoog verheven is, maar Satan is een vijand die door het kruis, de opstanding en de hemelvaart van Christus overwonnen is. We weten niet alleen, dat God superieur is aan Satan; we zien hoe God vóór ons is. Satan was bij het kruis en ook God was daar, en de Heer Jezus Christus werd verbrijzeld. En Hij, Degene – geprezen zij Zijn Naam! – was aan de ganse macht van de vijand overgeleverd, maar Hij overwon hem en verhief Zich tot een een altijddurend opstandingsleven, met de sleutels van de dood en de hades in Zijn hand. “Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke” (Richt. 14:14). De Heer heeft de overwinning behaald, en wij hebben deze hemelse en nieuwe vrucht om onze ziel daarvan te voeden.

Telkens wanneer we “Satan” in een zaak herkennen, wanneer we de kracht van het kwaad voelen en het als kwaad veroordelen, is het krachteloos voor zover het ons betreft. Wel moeten we vrezen voor zijn bedrog en listige aanvallen! Maar onze troost is, dat we met alle macht die Satan nog steeds kan uitoefenen – of het nu in onze omstandigheden is of meer nog tegen ons persoonlijk, ja bij alle verontrustende verwarring waarin we terecht kunnen komen – we in de eenvoud van ons hart op de Heer vertrouwen en in Zijn vrede rusten mogen; en dit in het vertrouwen, dat Hij tevoorschijn zal komen, dat Hij zal werken, dat de Satan moet wijken, en dat de beproeving zelfs zal dienen om een ​​nog grotere zegen te verzekeren voor degenen die naar Hem opzien.

William Kelly; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits 28.10.2015.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW