Zeventig maal zeven
“Toen kwam Petrus bij Hem en zei tot Hem: Heer, hoe vaak zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal? Jezus zei tot hem: Ik zeg je, niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zeven” (Matth. 18:21-22).
In Mattheüs 18 gaf onze Heer ons niet alleen een richtlijn voor hoe we moeten omgaan met mensen die ons onrecht hebben aangedaan, maar stelde Hij ons ook een voorbeeld van vergeving voor. Petrus stelde een vraag die velen van ons al eens hebben verwonderd: hoe vaak moet ik iemand vergeven die tegen mij heeft gezondigd? Petrus dacht, dat zeven keer wel genoeg geduld zou zijn om jegens de overtreder op te brengen. Maar de Heer antwoordt: niet zevenmaal, maar zeventig maal zeven. Toen Petrus dat getal van 490 hoorde, zal hij wel gedacht hebben: “Wie kan er nu bijhouden hoeveel overtredingen dat zijn?” Maar precies dat is het punt! Tegen de tijd, dat u iemand zo vaak hebt vergeven, is vergeven een gewoonte geworden!
Om Zijn punt te verduidelijken, vertelt onze Heer een gelijkenis over een slaaf die een enorme schuld had bij een koning. Hij kon zijn schuld niet betalen, en de koning wilde hem, zijn gezin en al zijn bezittingen laten verkopen om de schuld te voldoen. De man smeekte de koning om geduld met hem te hebben en beloofde zijn schuld te betalen. De koning toonde ontferming en schold hem de lening zelfs kwijt. Maar deze dienaar ging vervolgens naar buiten en greep iemand vast die hem – in vergelijking daarmee – een heel klein bedrag schuldig was. Toen de koning hoorde wat de man had gedaan, liet hij hem overleveren aan de folteraars.
Deze gelijkenis gaat niet over redding, maar over het elkaar vergeven! Ze herinnert ons er allemaal aan, dat ons een schuld is kwijtgescholden die we nooit hadden kunnen terugbetalen, en dat we bereid moeten zijn de schulden van anderen te vergeven. Wij hadden gezondigd tegen een heilig en rechtvaardige God, maar Hij bewees Zijn liefde jegens ons doordat Christus voor ons stierf toen wij nog zondaars waren! Wij behoren elkaar te vergeven.
Een andere les die we uit deze gelijkenis kunnen trekken, is dat de onverzoenlijke dienaar aan de folteraars werd overgeleverd. De ergste gevangenis is een onverzoenlijk hart! Wanneer we weigeren te vergeven, sluiten we onszelf op en bezorgen we onszelf onnodige kwelling. Mensen die niet kunnen vergeven, kunnen tot de meest ellendige en ongelukkige mensen gaan behoren. Maar wie leert vergeven – zoals ook ons vergeven is – is een bevrijd mens, vervuld van vreugde en vrede, omdat hij een navolger van God is geworden: “Maar weest jegens elkaar goedertieren, welgezind, elkaar vergevend, zoals ook God in Christus u vergeven heeft. Weest dan navolgers van God, als geliefde kinderen” (Ef. 4:32-5:1).
Anker voor vandaag
Wie leert vergeven, is een bevrijd mens, vervuld van vreugde en vrede, omdat hij een navolger van God is geworden.
© Anchors For Life
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW