11 jaar geleden

1 Thessalonika 5 (14)

We hebben we al gevonden, dat de Heer Jezus de Zijnen “redt van de komende toorn”. Vergelijkt u maar eens de uitleg van dit vers. We vinden hier een vernieuwde bevestiging daarvoor, dat de gelovigen vóór de tijd van de oordelen, de grote tijd van verdrukking, opgenomen zullen worden. We mogen ons er dagelijks op verheugen, dat wij spoedig de behoudenis door onze Heer Jezus Christus ontvangen zullen. Wat een dag, o wat een dag, zal dat zijn!!!

1 Thessalonika 5:9-13

Vers 9: ”… want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot [het] verkrijgen van [de] behoudenis door onze Heer Jezus Christus …”.

In hoofdstuk 1:10 hebben we al gevonden, dat de Heer Jezus de Zijnen “redt van de komende toorn”. Vergelijkt u maar eens de uitleg van dit vers. We vinden hier een vernieuwde bevestiging daarvoor, dat de gelovigen vóór de tijd van de oordelen, de grote verdrukkingstijd, opgenomen zullen worden. In 2 Thessalonika 1 en 2 zullen we nog uitvoerig op dit punt ingaan. We mogen ons er dagelijks op verheugen, dat wij spoedig de behoudenis door onze Heer Jezus Christus ontvangen zullen.

Vers 10: “Die voor ons is gestorven, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem leven”.

Die voor ons is gestorven: Plotseling worden wij weer aan de liefde van onze Heer herinnerd. Hij is voor ons gestorven; Hij is voor mij heel ,persoonlijk gestorven. Wij willen het niet vergeten en Hem dagelijks daarvoor danken, dat Hij in Zijn ondoorgrodnelijke liefde mens werd en de verschrikkelijke, smaadvolle kruisdood geleden heeft.

Waken of slapen: Nu wordt van gelovigen gezegd, dat ook zij slapen. Is dat niet in tegenspraak met de uitdrukking “want die slapen, slapen ‘s nachts” in vers 6? Daar zijn het de ongelovigen die slapen. Klaarblijkelijk hebben de beide uitdrukkingen hier een andere betekenis: het gaat om levenden en de ontslapenen (4:14-15). Iets dergelijks zegt de apostel overigens ook in Romeinen 14:8, waar hij eveneens over het leven en sterven van de gelovigen spreekt. Als de Heer Jezus voor de opname van de gelovigen komt, zullen er deze beide groepen van gelovigen zijn. Of wij al ontslapen zijn, of wij bij Zijn komst hier op aarde leven, wij zullen met de Heer leven; wij zullen altijd bij de Heer zijn.

De grondslag voor dit leven “tezamen met Hem” is het feit, dat de Heer Jezus Christus voor osn gestorven is. Zo bevestigen vers 9 en 10 nog eens de waarheid, die Paulus al uitvoerig aan het einde van hoofdstuk 4 uiteengezet heeft.


 

Vragen en aansporingen tot verwerking (zie ook de vorige lessen):

  1. Wanneer begint en eindigt de dag van de Heer?
  2. Zoek meerdere plaatsen in het Oude Testament, die op de dag van de Heer betrekking hebben.
  3. Waardoor kunnen gelovigen dronken worden?Waarin onderscheiden zich de wapenrustingen in 1 Thessalonika 5 en Efeze 6?

 

Vers 11: “Daarom, vermaant en sticht elkaar, zoals gij ook doet”.

Paulus lag het zeer na aan het hart dat de jonge gelovigen in Thessalonika daardoor vermaand zouden worden. Elk droefheid en onzekerheid met het oog op hun ontslapenen was daarmee opgeruimd. Maar hij wenste, dat zij elkaar ook vertroosten en opbouwen zouden (vergelijk hoofdstuk 4:18). En is het vooruitzien naar de opname niet een voortdurende bron van vreugde voor ons allen?

Vers 12-13: “En wij bidden u, broeders, erkent hen die onder u arbeiden en u leiding geven in de Heer en u vermanen; en acht hen zeer hoog in liefde om hun werk. Houdt vrede onder elkaar”.

Handelingen bericht ons hoe de apostel Paulus op zijn tweede zendingsreis op meerdere plaatsen oudsten aanstelde. Van Thessalonika is ons dat niet bekend. Toch kun je er al uit opmaken – zeker heeft Timotheüs paulus daarover bericht -, dat enkele personen daar de Heer dienden, doordat zij bepaalde opdrachten uitvoerden, om daardoor de gelovigen in hun geloofsleven te helpen:

a. zij arbeidden onder hen;

b. zij gaven leiding in de Heer;

c. zij vermaanden hen.

Hoe gelukkig mag zich een plaatselijke vergadering prijzen, wanneer zij zulken in hun midden heeft, die zich aan zulke diensten wijden. Hier had de Heilige Geest vrijheid ieder te gebruiken, wie Hij wilde. Zo staat er in 1 Korinthe 12:11: “Maar al deze dingen werkt één en dezelfde Geest, die aan een ieder in het bijzonder toedeelt, zoals Hij wil”.

Klaarblijkelijk heeft de een of ander er moeite mee, deze arbeiders in de Heer te onderscheiden (of te erkennen). Dat is geen zeldzame verschijning onder het volk van God. Zulke arbeiders van de Heer, die een leidende functie op zich genomen hebben en de dienst van vermaning uitoefenen, stellen zich soms aan kritiek bloot. Vaak krijgen zij behoorlijk wat tegenwind.

De gelovigen worden aangespoord:

a. hen te onderscheiden (of te erkennen);

b. hen hoog te achten in liefde om hun werk;

c. vrede onder elkaar te houden.

Ook wij worden hier aangespoord niet alleen de leiders, hen die leiding geven, onderworpen te zijn, maar onze omgang met elkaar moet de stempel van vrede dragen. In een atmosfeer van vrede kan de Heer Jezus ons zegenen. Vrede is een kenmerk van het rijk van God, waartoe wij geroepen zijn. Wij leven in een wereld van onvrede. Wij willen daarom streven in vrede onder elkaar te zijn.

Wordt D.V. vervolgd.

Werner Mücher, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM