6 minuten geleden

Wonderen (8) – Het eerste en tweede boek van Samuël

Bijbelgedeelte: 1 Samuel 5 vers 1-12; 1 Samuel 6 vers 19-21; 1 Samuel 28

Leestijd: 2 minuten

52. Dagon valt op de grond (1 Sam. 5:1-5)

Ten tijde van Samuel, die op een bijzondere manier geboren en geroepen werd (1 Sam. 1 en 3), vonden er verschillende wonderen plaats. De Filistijnen stalen de ark van het verbond. Enige tijd daarvoor waren duizenden Filistijnen in Gaza omgekomen door toedoen van een blinde Hebreeër in de plaatselijke afgodstempel. Nu was de tijd aangebroken om hun superioriteit over de Israëlieten te tonen in een Dagon-afgodstempel in Asdod. Dagon (“visgod”) was de belangrijkste godheid van de Filistijnen. Het was een afgodsbeeld met een menselijk hoofd en handen en een visskelet – vis was belangrijk voor de welvaart van de Filistijnen. Dit afgodsbeeld viel voor de ark van het verbond. De volgende dag viel het opnieuw voor de ark, ditmaal waren het hoofd en de handen van het beeld afgehakt. Dit wekte slechts bijgeloof op en geen ontzag voor God (1 Sam. 5:5).

53. De gezwellen onder de Filistijnen (1 Sam. 5:6-12)

De Filistijnen bogen nog niet voor de ware God, ook al lag hun afgod gebroken op de grond. Dus God moet gezwellen sturen. Het is waarschijnlijk, dat dit bloedende gezwellen in het anusgebied zijn – een bijzondere vernedering. De Asdodieten vroegen de vijf Filistijnse vorsten wat ze moesten doen. Op hun bevel kwam de ark naar Gath. Ook daar woog de hand van God zwaar op de inwoners, die met gezwellen werden getroffen. Er wordt nog een andere toename genoemd: iedereen werd hier getroffen, van klein tot groot. De ark kwam naar Ekron. Nu wordt er gezegd, dat de hand van God heel zwaar op hen drukte, en er worden ook dode mensen genoemd die stierven door Gods ingrijpen.

54. Plagen in Beth-Semes (1 Sam. 6:19-21)

De Filistijnen stuurden de ark met twee zogende koeien naar de Levitische stad Beth-Semes. De koeien keerden niet terug naar hun lammeren, maar gingen rechtstreeks naar Beth-Semes. De inwoners van Beth-Semes waren dolblij en vierden een feest. Hebben ze in hun uitbundigheid misschien in de ark van het verbond gekeken? Of wilden ze misschien zien of de Filistijnen er iets uit hadden gestolen? God doodde 70 man onder hen.

55. De dodenbezweerster van Endor (1 Sam. 28)

Saul zat in grote problemen. De Filistijnen belegerden hem. En bovenal was God zijn vijand geworden. Hij antwoordde niet meer op Sauls gebeden. Mensen konden hem niet helpen, en God wilde hem ook niet helpen. Wat deed Saul toen? Hij wendde zich tot de duivel – en ging naar een waarzegster. Zij moest Samuel, de profeet, in het dodenrijk ondervragen. De waarzegster, die gewoonlijk met demonen communiceerde, was behoorlijk verrast toen er daadwerkelijk iemand uit het dodenrijk opstond. Ze prevelde niet om de stem van een dode na te bootsen (Jes. 8:19; 29:4), maar Samuels stem klonk duidelijk! Een wonder van God! Samuel voorspelde Sauls aanstaande dood, en die voorspelling kwam uit.

 

Gerrit Setzer; www.bibelstudium.de;

Online in het Duits sinds 22.09.2015

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW