2 uur geleden

Wonderen (2) – Het tweede boek van Mozes

Bijbelgedeelte: Exodus

Leestijd: 6 minuten

13. De brandende Doornstruik (Ex. 3)

Na minstens 400 jaar verrichtte God weer een wonder: Hij verscheen aan Mozes! Wanneer men de Septuagint geloven mag, naderde Mozes een brandende braamstruik die niet verteerde. Het vuur toonde zijn verterende kracht niet, omdat God in de struik aanwezig was. (Eeuwen later maakten Daniëls drie vrienden iets soortgelijks mee.) God, Die een verterend vuur is, verbrandde het zondige, “doornige” volk niet, maar zou hen nu in genade uit Egypte leiden.

14. De staf die in een slang verandert (Ex. 4:1-4)

De twijfelende Mozes krijgt van God wonderen te zien, die zijn missie bewijzen. De staf in zijn hand verandert in een slang. En wanneer hij de slang vastpakt, verandert deze weer in een staf. Dit toont Gods macht over Satan aan.

15. De hand die melaats wordt (Ex. 4:6-7)

Mozes ontvangt nog een teken: zijn hand, die hij op zijn hart  (boezem) legt, wordt melaats. En hij wordt weer genezen wanneer hij zijn hand naar zijn hart brengt. God is sterker dan de zonde.

16. Water wordt bloed (Ex. 4:8-9)

Het derde teken voor Mozes: water verandert in bloed. In tegenstelling tot de andere tekenen zal hij dit niet in het bijzijn van het volk verrichten. Het zal het eerste teken van het oordeel over Egypte worden.

15. De melaatse hand (Ex. 4:9)

De Nijl is de levensader van Egypte. Toen het water in bloed veranderde, werd de basis van hun bestaan ​​bedreigd. Enige tijd daarvoor werden vele pasgeboren Israëlitische jongetjes in de Nijl gegooid en zijn daar gestorven. Het was veelbetekenend, dat de Nijl nu in bloed veranderde, een teken van de dood, als straf voor de Egyptenaren.

18. Kikkers (Ex. 8:1-6)

Tijdens de eerste plaag stonk het water (Ex. 7:21); nu, doordat de kikkers alles bedekken, stinkt het hele land (Ex. 8:14). De Egyptenaren hechtten veel waarde aan hygiëne. En nu dit! Kikkers zijn niet mooi om te zien, ze voelen vies aan en hun gekwaak is onaangenaam voor het oor.

19. Muggen (Exodus 8:16–19)

Het gaat bij deze plaag niet om een wonderbaarlijke toename van een bestaande populatie, zoals het geval was met de kikkers, maar er werden muggen geschapen ​​uit stof. De waarzeggende priesters moeten erkennen, dat dit de vinger van God is.

20. Steekvliegen (of ongedierte) (Ex. 8:20-31)

De muggen vielen vee en mensen aan, maar nu lezen we dat de steekvliegen ook de huizen binnendrongen. Zelfs in het huis van de farao. Daarom zien we, dat de farao directe actie onderneemt en Mozes roept (Ex. 8:25).

21. Plaag over het vee (Ex. 9:1-7)

Pest kwam vaak voor en had herhaaldelijk verwoestende gevolgen. Maar dit was iets buitengewoons, een oordeel van God. Want het werd aangekondigd (Ex. 9:5), de dieren van de Israëlieten werden gespaard (Ex. 9:6), en de pest trof alle dieren van de Egyptenaren.

22. Ovenas veroorzaakt zweren (Ex. 9:8-12)

Er zijn enkele weken verstreken sinds de eerste plaag. Nu worden de mensen er direct door getroffen. De waarzeggende priesters konden zelfs niet meer voor Mozes staan (Ex. 9:11). Hun bedorven denken was voor iedereen duidelijk (2 Tim. 3:8).

23. Zware hagel (Ex. 9:13–26)

Zware hagelbuien zijn zeldzaam in Egypte. Wanneer er een met zo’n kracht toeslaat, is dat een duidelijk teken. Deze keer spreekt Farao voor het eerst over de HEER (de Eeuwige, Jahweh) (Ex. 9:27).

24. Sprinkhanen (Ex. 10:1-20)

In Egypte breekt een buitengewone sprinkhanenplaag uit. De farao wordt gedwongen God te erkennen (Ex. 10:16-17), en dit brengt hem zelfs tot een vrij uitgebreide (hoewel uiteindelijk ontoereikende) belijdenis van zijn zonden.

25. Drie dagen van duisternis (Ex. 10:21-29)

Een bovennatuurlijke duisternis kwam over Egypte. Een zandstorm is, zoals wel is gesuggereerd, niet denkbaar. Het was in ieder geval iets, dat God onder directe controle hield.

26. Het doden van de eerstgeborenen (Ex. 11; 12:29-33)

De eerstgeborenen zouden gedood worden, maar er was niet gezegd wanneer de straf zou worden voltrokken. Maar op een nacht gebeurde het, en een luid schreeuw vervulde het land.

27. De wolk- en vuurkolom (Ex. 13:21-22)

De wolk zorgde overdag voor schaduw en ’s nachts voor licht. Hij leidde de mensen bovendien door de padloze woestijn. Het is mogelijk, dat de wolk de mensen verliet in de vlakten van Moab, in Abel-Sittim.

28. De overtocht door de Schelfzee (Ex. 14)

Toen de farao en zijn strijders van de strijdwagens de Israëlieten achtervolgden, werd het volk bevangen door angst. Maar het feit, dat God het volk zo ver had gebracht, zou voldoende moet en zijn geweest voor hun geloof. Ze waren ‘bedekt’ door het bloed van het Lam en beschermd door de Goddelijke wolk. En God opende een weg voor dit volk door de Rode Zee. Maar diezelfde zee bedolf ​​de farao en zijn leger. De Bijbel zegt niet welke farao het was. Misschien was het Thoetsmosis III [1]. In ieder geval is hij de enige uit zijn dynastie wiens graf niet is gevonden [1].

29. De genezing van het water in Mara (Ex. 15:22-27)

Nauwelijks waren de mensen de woestijn ingetrokken, of ze hadden al een bittere ervaring: het water in Mara was bitter. Maar door een stuk hout, dat Mozes in het water wierp, werd het op wonderbaarlijke wijze drinkbaar, en het mopperende volk konden zich door Gods genade verfrissen.

30. Het brood uit de hemel (Ex. 16:1-4,14-15)

Voor de derde keer morden de Israëlieten na hun vertrek uit Israël. Deze keer was het niet de angst voor de farao of de vrees om van de dorst te sterven, maar nu ging het om het verhongeren. Maar God gaf hen genadig manna uit de hemel, poëtisch het voedsel van de hemel genoemd (Ps. 105:40). Het manna was bedoeld om de hele woestijnreis te overbruggen en was van groot belang voor de Israëlieten, maar het was niet hun enige voedsel (Lev. 7; Deut. 2:6, enz.). Toen de Israëlieten het graan van het land hadden opgegeten, hield het manna op (Joz. 5:10-12) – God verricht geen onnodige wonderen en verspilt zijn macht niet.

31. Een groot aantal kwartels (Ex. 16:8, 11-13; Num. 11:31-34)

Vanwege het gemor gaf God het volk ook vlees: kwartels zover het oog reikte. De kwartels waren moe geworden tijdens de overtocht over de Rode Zee, dus deze vogels, meegevoerd door de wind, werden gemakkelijk gevangen. Het wonder bestond erin, dat zo’n groot aantal vogels precies op het juiste moment in het kamp terechtkwam. Geen vogel valt op de grond zonder de wil van de Vader (Matth. 10:29).

32. Het water uit de rots (Ex. 17:1-9)

Het volk Israël kwam bij Refidim, wat rustplaats betekent. Het was echter geen rustplaats, maar een plaats zonder water. De Israëlieten vergaten de wonderen en riepen woedend om water. Mozes kreeg de opdracht om met zijn wonderstaf op de rots te slaan. En zie, er stroomde water uit. Dit wonder moet worden onderscheiden van de parallelle gebeurtenis bij Meriba (Num. 20:1-5).

33. De wonderbaarlijke overwinning op Amalek (Ex. 17:8-16)

God had voor Israël gezorgd door middel van wonderen, waarmee Hij duidelijk maakte, dat zij Zijn volk waren. De aanval van Amalek was dan ook een aanval op God Zelf. De twee mannen, Aäron en Mozes, beiden ouder dan tachtig jaar, konden niet meer actief vechten, maar ze konden wel bemiddelen, wat Mozes in het bijzonder deed. En zolang Mozes zijn handen uitstak, had Israël de overhand in deze bijzondere strijd.

34. Het wonder op de berg Sinaï (Ex. 19:16-25)

De wetgeving werd vergezeld door tekenen van Gods macht en grootheid: donderslagen, bliksemflitsen, vuur, rook, duisternis, het geluid van bazuingeschal, aardbevingen, door God beschreven stenen tafelen, een vastenperiode van veertig dagen en het stralende gezicht van Mozes in Gods aanwezigheid.

NOOT:
1. Het graf werd gevonden door een team van Egyptische en Britse archeologen.  in 2022 gevonden in de bergen ten westen van de Vallei der Koningen in Luxor, waar meer dan zestig graftombes liggen. Dit artikel werd in 2015 gepubliceerd.

 

[De nummering verwijst naar het totale aantal wonderen vanaf het eerste boek van Mozes.]

 

Gerrid Setzer; © www.bibelsudium.de

Online in het Duits sinds 22.08.2015

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW