13 jaar geleden

Wij willen dansen en vrolijk zijn …

Is dansen een zonde? Moeten we het Bijbelse voorbeeld volgen en zoals David voor God dansen? (2 Samuël 6:14). Wat zegt de Bijbel over dit thema? Zoals bij alle thema’s, willen wij ons eerst afvragen – en wij willen daarbij voor een kort ogenblik onze vooropgezette meningen en tradities voorzichtig opzij zetten – Heer, wat zegt Uw Woord ons over dit thema? Heer, alstublieft, spreek door Uw Woord tot ons. Wij willen graag de Bijbel als Uw Woord voor ons, voor hier en nu ernstig nemen …

Is dansen zonde?

 

Basisverzen: Markus 6:21-22; Lukas 15:25; 2 Samuël 6:14-16.

  • “En toen er een geschikte dag gekomen was en Herodes op zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn rijksgroten en de legeroversten [eigenlijk chiliarchen, dit betekent letterlijk vertaald ‘oversten over duizend’ – FW] en de voornaamsten van Galiléa en de dochter van deze Herodias binnenkwam en danste, behaagde zij Herodes en hun die mee aanlagen. De koning nu zei tot het meisje: Vraag van mij wat je wilt en ik zal het je geven. En hij zwoer haar : Wat je mij ook zult vragen, ik zal het je geven, tot de helft van mijn koninkrijk. En zij ging weg en zei tot haar moeder: Wat zal ik vragen? Deze nu zei: Het hoofd van Johannes de Doper. En zij ging terstond met haast naar binnen naar de koning en vroeg aldus: Ik wil dat u mij onmiddellijk op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft. En hoewel de koning zeer bedroefd werd, wilde hij om de eden en om hen die aanlagen, het haar niet weigeren” (Markus 6:21-26).
  • “Nu was zijn oudste zoon op het veld; en toen hij terugkeerde en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans” (Lukas 15:25).
  • “En David huppelde met alle macht voor het aangezicht des HEEREN; en David was omgord met een linnen lijfrok. Alzo brachten David en het ganse huis Israëls de ark des HEEREN op, met gejuich en met geluid der bazuinen. En het geschiedde, toen de ark des HEEREN in de stad Davids kwam, dat Michal, Sauls dochter, door het venster uitzag. Toen zij nu de koning David zag, springende en huppelende voor het aangezicht des HEEREN, verachtte zij hem in haar hart” (2 Samuël 6:14-16).

Het woord ‘dansen’ in de Schrift

Het woord ‘dansen’ of ‘reidansen’ komt in de Bijbel niet zo vaak voor. In totaal ongeveer 20 maal [daarvan ik meen slechts vijf maal in het Nieuwe Testament] – berekend met een computer-concordant. [zie voor Nieuwe Testament: Mattheüs 11:17; 14:6; Markus 6:22; Lukas 7:32; 15:25 (gerei genoemd in Staten Vertaling)];
Wanneer men deze plaatsen nauwkeurig onderzoekt, dan stelt men vast dat dit woord bij negatieve gelegenheden gebruikt wordt, bijvoorbeeld bij het dansen om het gouden kalf, maar ook in zeer positieve zin, bijvoorbeeld toen David met het volk des HEEREN danste in 2 Samuël 6:14, of toen het volk door reidans haar waardering voor God tot uitdrukking bracht – zie Psalm 87:7.

Ook kan men vaststellen, dat er in geen geval sprake van is, dat man en vrouw met elkaar, dus op een of andere wijze omstrengeld, gedanst zouden hebben. Het waren of afzonderlijke personen, een geheel volk of vele vrouwen [zie bijvoorbeeld Exodus 15 – FW] en dit ook alleen in het Oude Testament. Natuurlijk is het ontbreken van deze dingen er nog geen bewijs voor, dat deze dingen ‘wettelijk’ verboden waren.

Prediker zegt ons: “Er is een tijd om te kermen, en een tijd om op te springen” [dit woord ‘om te springen’ kan men ook vertalen door ‘dansen’ – FW]. En wanneer wij het dansen eens vanuit positieve zijde bezien, dan betekent het zoveel als: Wij willen ons verblijden! Het is de uitdrukking van vreugde, tenminste in het Oude Testament. En wie eens de vrolijke uitgelatenheid van de Israëlieten gezien heeft, is zeker ook gefascineerd door de sterke uitdrukking van de vreugde. In het Nieuwe Testament vinden we echter een zeer interessante plaats, namelijk in Jakobus 5, waar we lezen: “Is iemand welgemoed [dus: verheugt zich iemand]? Laat hij lofzingen” (vers 13-14). [Staten Vertaling heeft, evenals sommige andere vertalingen: ‘psalmzinge’. Het is interessant dat daar niet staat: “hij danse en zinge daarbij psalmen”, zoals het in enkele zeer goede vertalingen [Engelse en Duitse; de Statenvertaling niet – FW] in Psalm 87:7 staat: “En zingend en in reien dansend zullen zij zeggen: Al mijn bronnen zijn in u!” Betekent dat nu, omdat het in Jakobus 5 niet staat, dat het daarom verboden zou zijn, te dansen? Wij moeten om objectief te blijven, zeggen, dat het voor de Heer Jezus vanzelfsprekend was, in een gelijkenis het volgende te vertellen: “… en toen hij terugkeerde en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans”. Dat was voor de toenmalige tijd heel normaal, dat men zijn vreugde door (rei)dans tot uitdrukking bracht. Toch moeten we ook bedenken dat de Heer Jezus voorbeelden uit die tijd gebruikte, welke de mensen begrijpen konden, zoals wij ook vandaag voorbeelden naar voren zouden kunnen brengen welke de mensen begrijpen, maar wat niet gelijktijdig betekent dat wij deze dingen tot navolging aanbevelen. Wij laten deze plaats dus eerder qua waarde daar staan, waar zij staat en willen de inhoud van deze muziek en het (rei)dansen niet uit het oog verliezen, namelijk dat de vader zich verblijdde omdat hij zijn zoon terug heeft gekregen.

Het Nieuwe Testament is dus zeer spaarzaam, wanneer het om het dansen gaat. Het wordt op geen enkele plaats veroordeeld, maar het wordt ook op geen enkele plaats aanbevolen.

Wat is er met de disco?

Kunnen wij nu dus ongehinderd dansen, omdat de Bijbel immers ons dat niet verbiedt? Wat is er dan nu met de disco en de typische dansavonden, waar eerder traditioneel gedanst wordt zoals bijvoorbeeld de wals, de tango of foxtrott.

Zeker mag men deze beide hedendaagse dansvormen niet op één lijn stellen. In de disco is het immers niet alleen de dans, maar ook de totaal overtrokken harde muziek, die iemand in extase brengen kan [die ten dele ook nog godslasterlijke teksten hebben of die immoraliteit goedkeuren]. Ieder die al eens in de disco was – en bovendien, wanneer ik het zo zeggen mag, ik spreek daarbij uit ervaring – zal bevestigen, dat het hier vaak, zo niet altijd, om vleselijke lusten gaat. Of, om het anders uit te drukken, zodat het onze jonge lezers begrijpen, dat het om “aanrotzooien” gaat. En het staat op één lijn met de dochter van Herodias, welke voor koning Herodes danste en deze zo beneveld werd door haar erotische uitstraling in haar dans, dat hij bereid was het hoofd van Johannes de Doper te laten halen. Daarom willen wij jongeren dringend voor deze dingen waarschuwen. Wie meent zich aan deze verzoeking te kunnen blootstellen, die moet zich niet verwonderen wanneer hij daarbij in de ergste zonden valt, wat hij daarvoor helemaal niet wilde of zelfs voor mogelijk hield – want ook Herodes had Johannes zeer gewaardeerd, want er staat van hem: “… want Herodes was bang voor Johannes, daar hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij beschermde hem {of: hij lette op hem}; en toen hij hem had gehoord, was hij in grote verlegenheid; en hij hoorde hem graag” (Markus 6:20). Het was dus eigenlijk het allerlaatste wat Herodes wilde.

Dansavonden / dansclub

Wat nu te denken van dansavonden, waar ik misschien alleen met mijn vrouw dans en geen zondige gedachten en ook geen extatische dingen een rol spelen? Ook hier willen wij natuurlijk niet verder gaan dan de heilige Schrift en ook niet daar geboden plaatsen, waar er geen staan en we zijn ons beslist bewust, dat dit soort van dansen niet met een typisch discobezoek te vergelijken is. Maar wij willen wel zoveel te bedenken geven: Er is geen enkele plaats in de Bijbel, waar man en vrouw met elkaaromstrengeld dansen, waarbij het op geen enkele wijze verwerpelijk is, wanneer een gehuwd echtpaar dit doet. Maar de vraag is immers ook: Wáár doen zij dat? En is niet ook de gezelligheid met ongelovigen al dát, wat de Schrift”vriendschap met de wereld” noemt? Natuurlijk kunnen er situaties zijn, waar iemand tot geloof komt en jarenlang naar een dansclub of naar dansavonden gegaan is, en waar nu de mogelijkheid bestaat aan vrienden en bekenden het evangelie te verkondigen. Toch zullen dit zeker zeldzame uitzonderingen zijn, die men niet als regel moet verheffen. Verder is het in elke dansclub of bij iedere dansavond volkomen normaal en gebruikelijk, dat er of damesruil of herenruil is, waar het er dus om gaat niet met de eigen partner te dansen maar met een vreemde; en hier hoeven we niet op de bewaring van God voor verkeerde gedachten te rekenen, want een werelds spreekwoord zegt al: Wie zich in gevaar begeeft, komt er in om! Men kan immers ook niet naar een bordeel gaan en zeggen: Heer, bewaar mij alstublieft, ik wil alleen maar eens kijken hoe het er daar uitziet. Zulke gebeden zal God in de regel niet verhoren. Deze punten willen wij elke lezer ter overweging onder gebed aanbevelen. Belangrijk bij dit alles is, dat wij niets uit overdreven wettische ijver doen, maar uit liefde tot de Heer.

Aanbiddingsdansen

Een andere kwestie is nog, dat er vandaag al gezegd wordt, dat er ook aanbiddingsdansen zijn en dat men de spontaniteit van de Geest inperkt, wanneer men dat in de samenkomsten niet zou toelaten. Deze gedachten wijzen wij echter met beslistheid af. Zeker ontbreekt in vele samenkomsten de spontaniteit van de Geest en er zijn zeker veel meer dingen mogelijk, dan datgene, wat wij in der regel benutten1. Maar om nu aanbiddingsdansen in te willen voeren, gaat ons inziens te ver en opent deuren en poorten voor vele ongoddelijke en vleselijke dingen. Daarbij wordt blijkbaar vergeten, dat de aanbidding in de eerste plaats in GEEST en in waarheid gebeuren moet, dus op een geestelijke wijze, waarbij het op het oprechte en door de Geest bewogen hart aankomt, en dat niet op een natuurlijke of aardse wijze; en men vergeet ook, dat positieve voorbeelden daarvoor in het hele Nieuwe Testament volledig ontbreken, en bovendien ons nog bepaalde Bijbelplaatsen eigenlijk tot precies tegenovergestelde acceptatie leiden, bijvoorbeeld Efeze 5:19: “… en spreekt tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingend en jubelend in uw hart tot de Heer”.

Hierbij willen we echter ook niet in het andere uiterste vallen, als zou de uiterlijke houding helemaal geen rol spelen. Integendeel, vele voorbeelden zijn er in de Schrift te vinden, waar gelovigen een bepaalde houding voor God ingenomen hebben en wel zo, dat het gezegde door hun houding [knielen, opheffing van handen2] ondersteunden. Zo is het juist niet verkeerd, wanneer men een geestelijk lied staand of wat mij betreft knielend zingt, zoals het voor ons immers ook heel normaal is, in de bidstonden op de knieën te gaan. Maar de eigenlijke waarde, de inhoud of dat, waaraan de Heer Jezus werkelijk Zijn vreugde hebben kan, speelt zich in onze harten af. Daar ziet de Heer, wat werkelijk aan aanbidding en waardering voor Hem aanwezig is.

Aanbidding die uit de harten komt

Maar wij willen tot slot nog de ernstige vraag voorleggen: Waarom komt men nu op zulke ideeën, dat ook zogenaamde aanbiddingsdansen ingevoerd zouden moeten worden? We hebben immers gezien, dat de dans op zichzelf genomen niet verwerpelijk is en ook een uitdrukking van spontane vreugde zijn kan. Wanneer zulke vragen dus opkomen, dan moeten wij dat zeer, zeer ernstig nemen. Want wat is de diepe oorzaak van deze dingen? Wil men misschien de innerlijke diep ervaren leegte in vele samenkomsten bijvoorbeeld op de zondagmorgen’ op sieren’3? Wij kunnen immers toch – bijvoorbeeld op zondagmorgen – alleen dát zijn en dát brengen, wat we in de week met de Heer en bij de Heer geleerd en van Hem gezien hebben. Maar wanneer we in de week slechts een oppervlakkig Christen-leven geleid hebben, kunnen we dan ook de spontaniteit van de Geest op bijvoorbeeld de zondagmorgen verwachten? In de regel zal mij dát, wat mij op zondagmorgen bezighoudt, al in de week getroffen en beziggehouden hebben. Het is bijvoorbeeld een goede gewoonte [zonder dit tot wet te willen maken], zich minstens éénmaal per week, bij voorkeur misschien zelfs op de zaterdagavond, op een bijzondere wijze met dát bezig te houden, wat op zondagmorgen voor onze ogen zou moeten staan. Het is toch geen goede oplossing deze innerlijke oppervlakkigheid en de door velen ervaren leegte – die zich door het voortdurende herhalen van dezelfde gebeden, dezelfde Bijbelgedeelten en dezelfde gedachten [zonder dat wij daarbij ons nog veel voorstellen] uitdrukt – nu met aanbiddingsdansen of iets dergelijks gaan compenseren, maar dat wij opnieuw beginnen ons hele leven als een “God welgevallig slachtoffer” over te geven en een leven met en voor de Heer te leven. Wanneer het onze diepste wens is, onze Heer 24 uur per dag te eren, dan zal ons dat ook bijvoorbeeld op de zondagmorgen niet zwaar vallen en dat zullen dan ook allen merken. Dan zullen wij weer opnieuw beleven, dat wij zoals in Mattheüs 13:52: “uit onze schatten oude en nieuwe dingen voortbrengen” . Wij zullen dan net zoals de Israëliet in Deuteronomium 26 zijn, die met de korf van zijn eerstelingsvrucht naar de priester ging en de korf voor het altaar van de HEERE neerzette. Ontbreekt echter dit nieuwe – deze eerstelingsvrucht -, [waarbij dit nieuwe niet betekent: een nog nooit gehoorde kennis, inzicht, maar een frisse zaak!] dan hoeven wij ons over schraal geworden aanbiddingsuren niet te verwonderen.

Ik wens jullie en mij een echte bezieling en een diep gevoelde aanbidding voor onze Heer Jezus Christus. Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad! (zie 1 Johannes 4:10).

S. Isenberg, © SoundWords

NOTEN (OPMERKINGEN) VERTALER ‘FRISSE WATEREN’:
1. Toch moeten we wel heel voorzichtig zijn met deze uitspraak, dat er geen spontaniteit van de Geest in de samenkomst zou zijn. Het kan ook zo zijn, dat ik een verkeerd onbijbels idee heb over ‘spontaniteit van de Geest’. Of omdat ik denk dat ik iets zou moeten ‘voelen’; en wanneer ik dan op een gegeven ogenblik niets ‘voel’, zou het niet meer spontaan zijn. Het gaat in de samenkomst van de gemeente in de eerste plaats helemaal niet om gevoelens, tenminste niet om ‘natuurlijke gevoelens’ van bijvoorbeeld blijdschap of ontroering. Gevoelens die opgewekt worden door uiterlijke schoonheid, hetzij muziek of dans.
Maar als het al wel om gevoelens gaat, dan zijn dat gevoelens die door het zien van de Heer Jezus in mijn hart worden opgewekt veelal door iets wat in de Bijbel van Hem gezegd wordt. Dit zijn gevoelens van aanbidding, van liefde tot Hem, die onder de controle staan van de Heilige Geest die onze aandacht op Hem richten. Doordat de Heilige Geest deze’geestelijke gevoelens’ opwekt door het Woord van God, is dit niet een ‘zwevende’ zaak, dat niet controleerbaar zou zijn, maar een duidelijke aanwijzing en leiding van de Heilige Geest. Dit lezen we bijvoorbeeld in het Johannes-evangelie. Daar vinden we de Geest van de waarheid die getuigt van de Heer Jezus (15:26) en die over de Heer Jezus spreekt, ja die de Heer Jezus zal verheerlijken. De Heilige Geest zal het uit het Mijne nemen (of: ontvangen) en het u verkondigen (16:13-15). De Heer Jezus is daarom ook het Voorwerp van aanbidding. Een aanbidding die in overeenstemming zal moeten zijn met de waarheid (zie 4:23-24). Het verband van deze verzen maakt duidelijk dat het ook daar niet gaat om iets tastbaars, iets zichtbaars – tempels of mooie gebouwen, een berg of een stad, zelfs niet Jeruzalem – maar iets geestelijks. Aanbidden in geest en waarheid heeft daarom zeker ook niets met muziekinstrumenten te maken, maar met ons hart. Ons hart dat instrument geworden is van de Heer Jezus die Zelf de lofzang daarin aanheft.”Ik zal Uw naam aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal Ik u lofzingen” (Hebreeën 2:12). De ‘inhoud”aanleiding’ van ware aanbidding zal dus altijd in overeenstemming moeten zijn met wat in de Bijbel aangaande de persoon van de Heer Jezus is geopenbaard. De Heilige Geest zal dat in onze harten – als wij ons daarvoor open stellen – spontaan laten zien doordat Hij wijst op Hem. Daarbij gaat het niet om onze verlossing maar om onze Verlosser.
Gevoelens die door ‘dans’ en ‘muziek’ worden opgewekt, hebben weliswaar een uiterlijke charme, maar mist de balsemgeur van de ware aanbidding. Maria van Bethanië is voor ons een voorbeeld van de ware aanbidster. Haar aanbidding was zo spontaan en zo puur, dat het hele huis met balsemgeur werd vervuld. En haar aanbidding werd veroorzaakt door de dood van Hem; zij was bezig met Zijn begrafenis, zij was bezig met Hem! Johannes schrijft over deze Persoon:”… Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief” (zie: Johannes 12:3 en 11:5). Als de gelovigen op de zondagmorgen samenkomen om de dood van de Heer Jezus te verkondigen, dus het avondmaal houden tot Zijn gedachtenis, gaat het ook om de dood van Hem die stierf op Golgotha, die Zichzelf daar uit liefde gaf voor mij, voor u voor de gemeente!
Hiermee wil ik niet zeggen dat er in de harten van de gelovigen geen geestelijke dorheid en oppervlakkigheid kan zijn. Helaas wel! Dit zal ongetwijfeld invloed in de samenkomsten hebben. De remedie daarvoor is: terug naar Hem! Dingen die een plaats ingenomen hebben tussen de Heer Jezus en ons wegdoen uit onze harten en onze levens. Ons richten op de Bijbel en onder gebed bezig zijn met het ‘vullen van onze korven’ (zie Deuteronimium 26) die we dan bij het altaar kunnen brengen. Daarvoor hebben we dusgeen ‘dans’ of ‘muziek’ – hoe schoon ook – nodig. Nee, een luisteren naar Hem en een zien naar Hem die onze ziel zo bemint.
2. Opheffing van heilige handen: hiervoor verwijs ik naar het artikeltje “Mannen en vrouwen die bidden?”.
3. In dit artikel wordt bij aanbidding-samenkomsten gedacht aan die samenkomsten van de gemeente waar de gelovigen als priesters tot God in het heiligdom naderen en daar offers brengen van lof en dank en aanbidding. Omdat het avondmaal ons herinnert aan het Offer – namelijk de Heer Jezus, het lam van God – wordt daar dan ook gestalte gegeven aan aanbidding (zie o.a. Hebreeën 13:15; 1 Petrus 2:5). Het “doet dit tot Mijn gedachtenis” moet ons daarbij voortdurend voor ogen staan, ja Hij moet voor onze ogen staan. Dit alleen bewaart ons voor ‘leegte’ en voor zogenaamde aanbiddingsdansen. Dit is totaal ongepast in Zijn tegenwoordigheid en verraad alleen maar dat het ons Bijbels onderwijs ontbreekt. We moeten daarbij ook niet vergeten dat op die plaatsen waar men dit soort ceremoniën – die aangenaam zijn voor het vlees – steeds hogere culturele eisen gaat stellen, want dan moet ook het beste uit de ‘kast’ worden gehaald. Dan krijg je naast muziekbands ook de aanbiddinggroepen die de aanbidding in de gemeentelijke samenkomst moeten aanzwengelen. Men zal dan ook van tevoren – net zoals de muziekgroepen – moeten oefenen om het zo goed mogelijk te doen. Het spreekt in de meeste gevallen dan ook vanzelf, dat men al van tevoren weten moet wat de gemeente zal gaan zingen. Dan moet er dus een ‘liturgie’ komen. En wie zal die liturgie dan moeten samenstellen? Ja, juist, dat zal dan de voorganger of de predikant moeten doen, eventueel in samenspraak met de elite aanbiddingsgroep, die de aanbiddingsdans heeft ingestudeerd. Ik ga nu maar niet verder … waar zijn we toch mee bezig als we dit doen, of gaan doen? Wat is de reden ervan en de grond ervoor? Wie heeft dit bevolen? Waar komt dit vandaan? Nergens in de Schrift worden we hiertoe bevolen noch aangespoord. Laten we terugkeren naar de ‘oude paden’. Dit zijn beproefde paden die door de Heilige Geest ‘belicht’ worden in de Schrift.

“Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen [daarin] niet wandelen. Ik heb ook wachters over u gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren” (Jeremia 6:16-17).

Geplaatst in: , ,
© Frisse Wateren, RM