4 jaar geleden

Wat wensen wij voor het nieuwe jaar?

 Wát wensen wij eigenlijk?

“Wat de rechtvaardigen wensen, brengt enkel geluk; wat de goddelozen hopen, loopt uit op toorn” (Spreuken 11:23 – NBG).

Deze woorden zijn zo waar als maar wat. Ze komen ook uit de bijbel, dus dat kan ook niet anders. Een rechtvaardige is iemand die gerechtvaardigd is door het geloof in God. Omdat het recht over de Heer Jezus Christus vaardig geworden is, en daardoor vrede gemaakt is door Hem, heeft een ieder die in God gelooft vrede met God en is gerechtvaardigd. Romeinen 5 zegt: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus”.

Wat een genade is dat. Nu wil ik u die dit leest ook het allerbeste wensen, en dat is dat u Jezus Christus kent (of Hem leert kennen) en met Hem 2014 ingaat. De wensen en de hoop van deze wereld komen overeen met wat ons vers hierboven zegt: “wat de goddelozen hopen, loopt uit op toorn”. Hun hoop is gericht op henzelf, op het hier en nu. Hoe heb ik het hier het allerbeste, ook al gaat dat ten koste van anderen. Hetzelfde hoofdstuk zegt: “Wie het goede nastreeft, zoekt welgevallen, maar wie het kwade najaagt, die zal het overkomen. Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal ten val komen, maar de rechtvaardigen zullen groeien als loof” (Spreuken 11:27-28). Het resultaat van een goddeloze is hopeloos, loopt uit op toorn. En als hij zich niet bekeert tot de levende God zal hij de eeuwige toorn van God ondervinden.

Zien we dit vandaag ook niet om ons heen? De rechtvaardige, dat is een gelovige, dat is een kind van God, zoekt, wenst het goede. Hij vindt dan welgevallen! De goddeloze echter – let wel! dat is iemand die zonder hoop en zonder God is in deze wereld, zo zegt God het in Efeze 2 (zie vers 11 en 12) – jaagt het kwade na en is geneigd op zijn rijkdom te vertrouwen. Dat laatste zal hem of haar windeieren leggen. De uitdrukking is: geen windeieren leggen. Dat betekent dat wanneer iemand veel voordeel zal verkrijgen het hem geen windeieren zal leggen. Als een vogel te weinig calcium binnen krijgt, zullen deze eieren leggen zonder kalkschaal. Het mineraal calcium (kalk) geeft stevigheid aan het skelet en aan het gebit. Ook de spieren hebben behoefte aan calcium om goed te kunnen functioneren. Er is nog meer waarvoor dit nuttig is. Maar eieren zonder kalkschaal worden windeieren genoemd. Zo krijgt dit overdrachtelijk de betekenis van ‘waardeloos, onnuttig’. De uitdrukking ‘geen windeieren leggen’ betekent dus dat iets wél veel voordeel en winst oplevert, dat je ergens de vruchten van plukt. Wel, zo is het met iemand die op rijkdom vertrouwt. Daarvan is onze huidige westerse maatschappij vol van en in de media gaan heel veel berichten en nieuws over dit onderwerp: rijkdom. Rijkdom is immers onder andere gekoppeld aan het hebben van veel geld en is het tegenovergestelde van armoede. En hoe houdt de ‘zogenaamde’ kredietcrisis’ velen bezig. Daar merken we allen iets, of misschien wel veel, van. Maar het vertrouwen op rijkdom is een gevaarlijke bezigheid die je zo spoedig mogelijk vaarwel moet zeggen.

Vertrouwen op rijkdom

Dat iemand op rijkdom kan vertrouwen, geldt zeker niet alleen voor ongelovigen. Vele gelovigen zijn helaas ook in die strik van de duivel gevallen en worstelen daar dagelijks mee, met alle gevolgen van dien. Wederom geeft de bijbel daarop een duidelijk antwoord: “Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten” (1 Tim. 6:17). Het is niet zo dat je niet rijk mag of kunt zijn als Christen. Dat blijkt ook duidelijk uit voorgaande tekst. Maar het gaat erom dat we niet op onze rijkdom vertrouwen. Nee, wij moeten op de levende God vertrouwen. En Hij geeft ons ook om ervan te genieten. Genieten is dus ook niet uit den boze, maar is iets wat God ook geeft. Laten we dan genieten van alles wat God ons geeft, maar laten we genieten met Hem en vanwege Hem. “Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang” (1 Tim. 6:9). Dit vers geeft aan hoe het zal gaan als ons verlangen bestaat uit ‘rijk willen worden’. Dit zien we dagelijks om ons heen. Maar nu gaat het om uw en mijn hart. Hoe is het daar mee gesteld? Het is goed om ons als gelovigen daarop te bezinnen. We weten immers dat God onze harten kent. Het gebed van David aan het eind van Psalm 139 is ook in dit verband aangrijpend: “23. Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten. 24 Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg”.

Gods wens: Rijk zijn in Hem

De Heer Jezus wijst in een gelijkenis (Luk. 12:13-21) op een man die in verband met ‘hebzucht’, veel lijkt op vele mensen vandaag: Hij was rijk geworden en uitermate druk (u weet wel: druk … druk … druk …) hoe hij deze rijkdom kon beheren en kon bewaren. “Hij overlegde bij zichzelf” (vs. 17), zegt de Heer Jezus daar. Dat is het kenmerk van iemand die zonder God zijn leven leidt. Helaas leven gelovigen ook vaak zo. “Bij jezelf overleggen” maakt dat God daarin geen plaats heeft. In dat gedeelte vind je dan ook dat er verschillende malen het woordje “ik” staat. “Wat zal ik doen”, “want ik heb geen …”, “Dit zal ik doen”, ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen”, “ik zal daar al mijn gewas ….”, “ik zal tot mijn ziel zeggen”. Hij was er helemaal op gefocust om voor vele jaren te kunnen rusten, eten, drinken, en vrolijk te kunnen zijn. De Heer Jezus vervolgt dan: “Maar God zei tegen hem: “Dwaas! in deze nacht zal men uw ziel van u opeisen; en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn? Zo is het met hem die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God” (vs. 21). Daar gaat het in ons leven om: Rijk zijn in God. De Heer Jezus roept vervolgens in Lukas 12 zijn discipelen op om niet bezorgd te zijn. Daarbij wijst Hij op de raven: “Let op de raven … God voedt hen. Hoe ver gaat u de vogels te boven?” (vs. 24) Ook moesten zij letten op de lelies, hoe zij groeien (vs. 27). Ook het gras komt aan de beurt (vs. 28). In vers 7 vinden we, dat alle haren van ons hoofd zijn geteld.

Geliefde medegelovige, geliefd kind van God, mijn wens is dat u en ik dit jaar rijker mogen worden in God. Dat betekent onder andere dat we ons bezighouden met de Heer Jezus Christus. Ons meer bewust worden ‘hoe rijk’ we wel in Hem zijn. Dan kunnen we zeker met het volgende lied instemmen: Heer hoe rijk zijn wij in U.

Heer, U maakt het altijd goed!
Veilig zult U alle dagen
vol van liefd’ en trouw ons dragen
in Uw hand die wond’ren doet.
Heer, U maakt het altijd goed!
Heer, U maakt het altijd goed!
 
Heer, hoe trouw is toch uw hart!
Bij U zijn wij wèl geborgen.
U bevrijdt van alle zorgen,
troost ons in de grootste smart.
Heer, hoe trouw is toch Uw hart!
Heer, hoe trouw is toch Uw hart!
 
Heer, hoe rijk zijn wij in U!
Alle schatten van dit leven
kunnen niet de blijdschap geven,
die wij reeds genieten nu.
Heer, hoe rijk zijn wij in U!
Heer, hoe rijk zijn wij in U!
 
Heer, bij U ons tehuis!
Spoedig zullen wij hierboven
vrij van zorg U eeuwig loven
in het hemels Vaderhuis.
Heer, bij U is ons tehuis!
Heer, bij U is ons tehuis!

Geestelijke Liederen 193

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol