2 maanden geleden

Vurige pijlen

Efeze 6 vers 16:
“… terwijl u bovenal het schild van het geloof hebt opgenomen, waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.”

Hoe belangrijk en noodzakelijk het ook is om onze gedachten en genegenheden in orde te houden door omgord te zijn met de waarheid, om ons gedrag in gerechtigheid te bewaken door het borstharnas en om in vrede door deze wereld te wandelen (vs. 14,15), er is nog iets anders nodig voor de christelijke strijd. We hebben “bovenal” het schild van geloof nodig om ons te beschermen tegen de brandende pijlen van de boze.

Hier betekent geloof niet het aanvaarden van Gods getuigenis over Christus, waardoor we behouden zijn. Het gaat om het dagelijks geloof en vertrouwen in God, dat ons de zekerheid geeft dat God voor ons is (verg. Rom. 8:31). Onder de druk van de vele beproevingen die op ons afkomen, hetzij door omstandigheden, door ziekte, door verdriet, of in verband met de vele moeilijkheden die zich voortdurend voordoen onder de kinderen van God, kan de vijand proberen onze zielen te verduisteren met de verschrikkelijke voorstelling, dat God uiteindelijk onverschillig en niet vóór ons is.

In die donkere nacht, toen de discipelen worstelden met de storm op zee en de golven op het schip beukten, was de Heer Jezus bij hen, maar Hij sliep als iemand die niet geïnteresseerd is in hun gevaar. Dit was een beproeving voor het geloof. Helaas waren ze niet beschermd door het schild van het geloof, zodat een vurige pijl hun harnas doorboorde en de vreselijke gedachte opkwam, dat de Heer zich toch niet om hen bekommerde. Dus maakten ze Hem wakker en zeiden: “Bekommert U zich er niet om dat wij vergaan?” (Mark. 4:37,38).

Een vurige pijl is geen plotseling verlangen om een begeerte te bevredigen die uit ons vlees komt, dat wil zeggen van binnenuit. Het is eerder een duivels influistering van buitenaf, die de goedheid van God in twijfel wil trekken. Satan schoot een vurige pijl naar Job, toen zijn vrouw hem in zijn vreselijke beproeving voorhield: “Zweer God af en sterf!” Job doofde deze pijl met het schild van geloof, want hij zegt: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden wij het kwade niet ontvangen?” (Job 2:9,10). De vijand gebruikt nog steeds de moeilijke omstandigheden van het leven in zijn pogingen om ons vertrouwen in God aan het wankelen te brengen en ons van Hem af te trekken. Het geloof gebruikt dezelfde omstandigheden om dichter bij God te komen en over de duivel te zegevieren. Verder kan Satan proberen om bepaalde afschuwelijke gedachten in onze gedachten te brengen, bepaalde ingevingen van ongeloof die zich in de ziel branden en de geest verduisteren. Zulke gedachten worden niet uitgeroeid door menselijk redeneren of door terug te vallen in “gevoelens” of “ervaringen,” maar door eenvoudig geloof in God en Zijn Woord. [E&E 1993]

 

Hamilton Smith; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 19.04.2006

Geplaatst in: ,
© Frisse Wateren, FW