11 jaar geleden

Volg Mij (2 – slot)

In deze artikelen wordt verwezen naar waar de Heer Jezus over volgen spreekt of mensen ter navolging oproept. Maar niet alleen deze mensen roept onze Heer op. Ook u en mij en jou … Wat zijn de voorwaarden om de Heer Jezus te volgen? Ben ik bereid om alles te verlaten om Hem te volgen? Wat doen wij met onze talenten? …

Wij willen in deze artikelen op een aantal plaatsen in het Nieuwe testament er opmerkzaam op maken, waar de Heer Jezus over volgen spreekt of mensen ter navolging oproept.

4. De discipel verlaat alles – zijn hele bezit – en dient zijn Meester daarmee. Ook maakt hij anderen met de Heer bekend (Mattheüs 9:9; Lukas 5:27-29).

Hier roept de Heer Jezus de schrijver van het Mattheüs-evangelie op om Hem te volgen. Mattheüs behoorde tot de beruchtste categorie van mensen in die dagen. Tollenaars werden vaak samen met de zondaars genoemd. Zij verrijkten zich op onrechtvaardige wijze aan de tol, die zij van de reizigers hieven. Zacheüs was eveneens een tollenaar; hij spreekt erover dat hij viervoudig vergoeden wilde. Zonder te zien op rang en positie werd Mattheüs geroepen. Hij is direct bereid Jezus te volgen. In Lukas 5:28 lezen wij verklarend: “En hij liet alles achter, stond op en volgde Hem”.

Blijkbaar was Mattheüs welvarend. Hij organiseert een grote maaltijd in zijn huis, waartoe hij vele tollenaars en anderen uitnodigde. Wilde hij deze mensen met de Heer Jezus bekend maken? Hij heeft alles verlaten – en op hetzelfde ogenblik van de Heer teruggekregen, om het in dienst voor de Heer te gebruiken1.

Dienen wij de Heer Jezus met al onze gaven? De Heer verlangt niet van ons, dat wij iets doen, waarvoor wij geen gave hebben. Het is geen teken van bescheidenheid wanneer wij onze talenten verstoppen. Werkelijke ootmoed en gehoorzaamheid tonen zich in een gezindheid van dienen. Dat was de gezindheid van onze Heer: Hij was gekomen om te dienen (Mattheüs 20:28).

5. Zelfverloochening – opnemen van het kruis (= executie) – volgen (Mattheüs 16:24; Lukas 9:23).

Nu komt een volgende stap van volgen, die twee kanten heeft. Uit Lukas 9:23 maken op, dat dit voor elke dag opnieuw geldt.

Zelfverloochening: Bij navolging behoort onafscheidelijk zelfverloochening. Bij de bekering krijgt een kind van God een nieuw leven. Maar hij houdt ook de oude zondige natuur, het vlees (Johannes 3:6). Dit vlees moeten wij dagelijks verloochenen. Het is van beslissende betekenis dat wij tegenover alles, wat uit de zonde voortkomt een beslist ‘neen’ stellen. Doen wij dat niet, dan wordt het volgen niet.

Dat geldt zelfs voor alledaagse dingen zoals eten en drinken. Hebben wij het geleerd ons in zelfbeheersing en matigheid te oefenen? De zelfbeheersing is een duidelijk teken daarvan, dat iemand onder de werkzaamheid van de Heilige Geest staat. In Galaten 5:22 behoort de zelfbeheersing tot de vrucht van de Geest en in 2 Petrus 1:5-7 tot de deugden van het geloof.

Tussen het vlees en de Geest bestaat een voortdurende strijd.

Iemand heeft eens de oude natuur met een hond en de nieuwe natuur met een adelaar vergeleken. Beiden zijn met een ketting aan elkaar vast gebonden. De vraag is welke van de beide dieren wij voeren, de hond of de adelaar. Wat nemen wij tot ons? De nieuwe natuur wordt door het Woord van God gevoed, de oude door allerlei dwaas spul, door slechte voeding. Wanneer de adelaar krachtig is, verheft hij zich in de lucht en trekt de hond met zich mee naar boven. Is de hond sterk, dan trekt hij de adelaar daarheen, waarheen hij wil.

Het opnemen van het eigen kruis: Wie zijn kruis opneemt, buigt zich niet een beetje onder de tegenslagen van het dagelijkse leven zoals ziekte of iets dergelijks. Dat doen ongelovigen ook. Het opnemen van het kruis herinnert ons daaraan, dat de Heer Jezus Zijn kruis gedragen heeft. Dat heeft Hij gedaan, nadat Hij ter dood veroordeeld was.

Wie zijn kruis draagt, bevindt zich op de weg van oordeel. Zo iemand heeft met zichzelf en de wereld afgedaan. Wie zijn kruis op zich neemt, komt daardoor voor Christus uit, die in deze wereld de dood gevonden heeft. Dat doet ook iemand die zich dopen laat. Het kruis van Christus maakt een scherpe scheiding tussen ons en de wereld: “Doch van mij zij het verre te roemen dan alleen in het kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie voor mij de wereld gekruisigd is, en ik voor de wereld” (Galaten 6:14).

En volg Mij: Zelfverloochening en het opnemen van het kruis zijn twee noodzakelijke voorwaarden voor het volgen. Het is de weg, waarop de Heer Jezus ons voorgegaan is. Hij heeft ons een voorbeeld nagelaten (zie ook 1 Petrus 2:21-25).

6. Een rijke jonge man kan zich niet van zijn bezit losmaken (Mattheüs 19:21)

Hier stelt ons het woord van God een jonge man voor, die een oprechte gezindheid had. Blijkbaar heeft hij het met het houden van de wet zeer serieus genomen. Of dat voor rijke mensen een uitzondering is? Aan de andere kant staat er, dat de Heer Jezus hem aanzag en liefhad (Markus 10:21). Hij wilde graag eeuwig leven beërven – maar zijn hart hing aan de rijkdom. Toch zegt de Heer tegen hem: “VOLG MIJ”, nadat Hij hem gezegd had, alles te verkopen en het aan de armen te geven.

Het scheelde zeker niet veel of hij was de Heer gevolgd. Maar toch ging hij bedroefd weg. Of heeft hij zich later door iets anders bedacht? Rijken hebben het moeilijk in het koninkrijk van God in te gaan. Het zijn niet vele rijken die tot bekering komen. Maar niet alleen deze rijke jonge man was bedroefd, ook de Heer.

Welke verhouding hebben wij tot rijkdom en tot geld? Wij kunnen niet twee heren dienen: òf wij dienen God òf de Mammon (Mattheüs 6:24). Geloven wij dat God ons alles geven zal, wanneer wij eerst naar het koninkrijk van God zoeken en naar Zijn gerechtigheid?

7. De persoonlijke verantwoording in de dienst en het volgen (Johannes 21:19-22)

In dit hoofdstuk wordt het herstel van Petrus beschreven. Hij heeft de Heer Jezus verloochend. Daarbij werd een verkeerde wortel in het hart van Petrus blootgelegd. Hij had namelijk geloofd, dat hij de Heer meer lief zou hebben dan de andere discipelen. Daarin heeft hij zich grondig vergist. Daarom was hij diep gevallen. Dat was zeker een ernstige les voor Petrus. Het goede eraan was, dat hij zichzelf beter leerde kennen.

Nu kondigt de Heer Petrus aan hoe hij sterven zou. Waarschijnlijk is dat een aanduiding van de martelaarsdood van Petrus. In ieder geval zou Petrus bij zijn dood geen vrij man zijn. We leren daaruit, dat de Heer voor elk van Zijn discipelen een bijzondere dienst heeft. Wij doen geen uitspraak noch over het tijdstip noch over de duur van onze dienst, ook niet over de plaats en de wijze van onze dienst. Dat ligt allemaal in de hand van de grote Meester. Ook voor ons geldt: “Volg mij”.

Petrus wilde graag weten, hoe de Heer Johannes leidt. Zeer begrijpelijk. Soms interesseren we ons meer voor de anderen als voor ons zelf. Johannes zou Petrus ongeveer 30 jaar overleven. En hij zou zelfs zijn geschriften (het Evangelie, de drie Brieven en het boek Openbaring) op zeer hoge leeftijd schrijven (in de jaren 90-95). Als de Heer het zo leidt, dan is dat Zijn zaak. Al Zijn wegen met Zijn discipelen ontspringen aan Zijn volmaakt en souverein handelen. Alles is genade. Dat mag een discipel nooit vergeten. Daarom legt hij zijn leven getroost in de handen van zijn Heer.

De Heer moest Petrus de berisping geven: “Als Ik wil …, wat gaat het u aan? VOLG JIJ MIJ” Volgen is de absolute bereidheid zich door de Heer zo te laten leiden, zoals Hij het wil.

8. Dienen en volgen – de heerlijke toekomst van de dienaars (Johannes 12:26)

De volgende woorden van de Heer Jezus, die Hij kort voor Zijn sterven gesproken heeft, laten ons zien dat het persoonlijk volgen nog boven de dienst uitgaat: “Als iemand Mij dient, hij volge Mij”. De dienst voor de Heer zal eenmaal eindigen. Wanneer wij daar zijn, waar de Heer nu is, zullen wij Hem op deze wijze niet meer dienen. Dan zal de dienaar uitrusten. Hij zal zich voor altijd in de tegenwoordigheid van de Heer verblijden, en het overweldigende is: de Vader zal hem eren, die de Heer Jezus gediend heeft.

Engelen hebben onze Heer in eeuwigheid gediend. Toen Hij in zware strijd was, kwam de engel van de hemel en sterkte hem. Voor engelen was het zeker een grote eer de Heer te mogen dienen. Wat zal het voor onze Heer betekenen, wanneer wij heden ten dage – waar Hij door deze wereld afgewezen wordt – Hem mogen dienen? Wat het voor de Vader betekenen zal, dat maken ons deze woorden van de Heer Jezus duidelijk. Hij zal zulken eren. Is een grotere eer voor een dienaar van de Heer Jezus denkbaar?

Is het niet elke moeite waard, de Heer Jezus nu te volgen? Wat verhindert u om Hem beslist te volgen?

Werner Mücher – © Folge mir nach

NOOT:
1. Wie tot levend geloof in de Heer Jezus komt, legt als het ware al zijn gaven, zijn bezittingen enzovoorts in de handen van zijn Heer. Maar dan krijgt hij het terug. In het Mattheüs-evangelie verduidelijkt de Heer Jezus dat in een gelijkenis (hoofdstuk 25). Daar reist een mens naar het buitenland en geeft zijn knechten een verschillend aantal talenten: de een krijgt vijf talenten, de andere twee, de andere één talent, en wel “een ieder naar zijn eigen bekwaamheid”. De Heer knoopt bij de natuurlijke bekwaamheid van een gelovige aan, aan datgene, wat hij al heeft, en geeft hem overeenkomstige gaven. Deze gaven, die ook duidelijk boven de natuurlijke bekwaamheid uitgaan, mag hij nu in dienst voor de Heer gebruiken.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM