11 jaar geleden

Volg Mij (1)

Wij willen in deze artikelen op een aantal plaatsen in het Nieuwe Testament er op wijzen, waar de Heer Jezus over het volgen van Hem spreekt of mensen ter navolging oproept. Maar niet alleen deze mensen roept onze Heer op. Ook u en mij en jou. Wat betekent dat dan, Hem volgen? Welke plaats heeft Hij in ons leven? …

1. Volgen is een geheel en al persoonlijke zaak (Johannes 1:43-46)

“Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei: Jij bent Simon, de zoon van Jona, jij zult Kefas heten – wat vertaald wordt: steen. De volgende dag wilde Hij naar Galiléa vertrekken en Hij vond Filippus; en Jezus zei tot hem: Volg Mij. Filippus nu was van Bethsaïda, uit de stad van Andréas en Petrus. Filippus vond Nathanaël en zei tot hem: Wij hebben Hem gevonden van Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten: Jezus, de Zoon van Jozef, van Nazareth”.

De Heer Jezus Zelf roept een mens op Hem te volgen. Hij is het die mensen zoekt en vindt zoals hier Filippus. Het werk van de verlossing is alleen het werk van God, het werk van de Heer Jezus. Hij zoekt en vindt het verlorene. God is het die mensen uit kiest, roept, rechtvaardigt en verheerlijkt (Romeinen 8:29-30). Geen mens zoekt uit zichzelf God (Romeinen 3:11; Psalm 14:2-3). Maar een mens moet zich vinden laten en de werken van God zich openen laten.

De weg van navolging is een weg, waar het oog altijd op de Heer gericht is, Die vooraan gaat. Geen mens verdient het, dat wij hem volgen; zij allen kunnen zich vergissen. Onze Heer vergist zich nooit. Wij mogen het geloof van mannen Gods volgen, maar wij volgen hen niet na. Hoe velen zijn een ander nagelopen en hebben later de smartelijke gevolgen ervaren moeten (Psalm 16:4). Wie de Heer Jezus navolgt, houdt zich in Zijn nabijheid op en zal eens bij Hem zijn in de heerlijkheid van de hemel.

Wanneer het oog eenvoudig is, is hele lichaam verlicht (Lukas 11:34). De eenvoud van het geloof bestaat daarin, op JEZUS te zien, de Aanvoerder [Overste Leidsman] en de Voleinder van het geloof (Hebreeëen 12:2). Zo leren wij Hem steeds beter kennen. Weet u, hoeveel namen Hij in de Bijbel heeft? Onderzoek alleen eens de namen, die Hij in het eerste hoofdstuk van het Johannes-evangelie heeft. Vul uw hart met Zijn heerlijkheid.

Vraag je bij alles wat je doet af, wat de Heer Jezus daarover zeggen zou. Vermijdt de zonde, want zij onderbreekt de gemeenschap met Hem en verduistert het zicht op Hem. Een donkere wolk treedt tussen Hem en u in. Je kunt je niet meer in Hem verblijden.

Het duurt niet lang of dan leidt Filippus iemand anders naar de Heer Jezus. Hij ontmoet Nathanaël en vertelt hem, dat hij Hem gevonden heeft van Wie Mozes en de profeten gesproken hebben. De Heer Jezus was de vervulling van alle Oud-testamentische profetieën, die op de Messias betrekking hadden. Filippus was overtuigd op grond van de Schriften. De Schriften zijn de enige zekere grondslag van het geloof. Door het Woord van God worden ook andere mensen in het licht van God gesteld en tot levend geloof gebracht. Nathanaël leert eveneens de Heer Jezus kennen.

2. De Meester is verworpen, Hij heeft geen plaats (Mattheüs 8:18-20)

“Toen nu Jezus een menigte om Zich heen zag, beval Hij naar de overkant weg te varen. En een schriftgeleerde kwam en zei tot Hem: Meester, [of ‘leraar’ (Hebreeuws ‘rabbi’)] ik zal u volgen, waar U ook heengaat. En Jezus zei tot Hem: De vossen hebben holen en de vogels van de hemel nesten; maar de Zoon des Mensen heeft geen [plaats] waar Hij Zijn hoofd kan neerleggen”.

Hier vinden we iemand die van uit zichzelf de Heer Jezus volgen wilde: “Meester ik zal u volgen”. Deze schriftgeleerde kende het buitengewone van het onderwijs van de Heer Jezus (vergelijk Mattheüs 7:29). Maar waarom dit ‘scherpe’ antwoord van de Heer? Hij doorgrondde zijn hart. Zocht deze Joodse geleerde aanzien in de wereld? Dat kon de Heer hem niet beloven. In plaats daarvan wijst Hij hem erop, dat Hij als de ZOON DES MENSEN1 geen plaats heeft, waar Hij Zijn hoofd neerleggen kon. In plaats van aanzien wordt bittere vijandschap Zijn deel. De Schepper van de wereld was in Zijn eigen schepping ingetreden. Hij nam het aan, dat men Hem hier geen plaats om uit te rusten gaf, waar Hij het hoofd neerleggen kon. Hij was veracht en afgewezen.

Toch was er tenslotte toch een plaats waar Hij Zijn hoofd neerleggen kon, namelijk het kruis: “Toen Jezus dan de zure wijn had genomen, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog2 Zijn hoofd en gaf Zijn geest over3” (Johannes 19:30). Op het kruis vond Hij rust, en wel na het volbrachte werk. Dat was de enige plaats waar de mensen Hem rust gunden.

Zijn wij ons ervan bewust dat het afwijzing betekent, wanneer wij deze verachte Heer volgen? Natuurlijk zijn er anderen met wie wij de Heer navolgen mogen, maar achter de wereld moeten wij als het ware een punt zetten. Hoe kan het zijn, dat wij ons met haar verbinden, waar zij de Heer der heerlijkheid veracht heeft?

Of deze schriftgeleerde het woord van de Heer Jezus begrepen heeft? Ik geloof het wel; maar heeft hij daaruit voor zichzelf de conclusies getrokken? Voor dit ogenblik vermoedelijk niet. Of hij het later gedaan heeft, weten we niet.

Hebben wij het met grote beslistheid gedaan?

Wat verwachten wij van een wereld, die geen plaats voor onze Heer haden Hem

aan het kruis bracht?

3. Is de discipel direct bereid? – Navolging gaat vóór familiebanden (Mattheüs 8:21-22)

“Een ander van Zijn discipelen nu zei tot Hem: Heer, sta mij toe eerst mijn vader te gaan begraven. Jezus echter zei tot Hem:Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven”.

Nu volgt een verder onderhoud met iemand, die ook de Heer Jezus volgen wilde, voor wie er echter een beslissende hindernis was. Hij kon niet direct onvoorwaardelijk volgen. Hij zag voor zichzelf als goede zoon voor zijn ouders de verplichting zijn vader te begraven. Was de vader dan net gestorven of wilde hij zijn vader tot aan zijn levenseinde verzorgen? Dat is niet duidelijk. Maar het volgen moet eerste prioriteit hebben voor alle familiebetrekkingen.

Dat betekent niet, dat voor God familiebetrekkingen onbelangrijk zouden zijn. Zij komen van Hem, en Hij verwacht van kinderen dat zij hun ouders eren (zie het 5e gebod in Exodus 20:12). Daarop rust grote zegen. In de tegenwoordige tijd verdwijnt meer en meer de natuurlijke liefde – ook tussen kinderen en ouders en omgekeerd (2 Timotheüs 3:1-4). Hoezeer heeft de Heer de houding van de Farizeeërs scherp aangevallen, God gaven te brengen waarbij ouders verwaarloosd werden (Mattheüs 15:1-6). Gelovigen hebben de zorgplicht voor familieleden, anders gedragen zij zich nog slechter dan ongelovigen (1 Timotheüs 5:8). Dat staat vast en zeker.

Op een andere plaats zegt de Heer Jezus: “Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard” (Mattheüs 10:37). En nog sterker: “Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn broers en zijn zusters, ja zelfs ook zijn eigen leven, kan Mijn discipel niet zijn” (Lukas 14:26). Discipelen van Jezus volgen Hem in zo’n eenvoud en beslistheid, dat het in de ogen van anderen schijnen mag, als zouden zij de natuurlijke band loochenen.

Dat is een belangrijk voorbeeld voor redenen tot verhindering van het volgen. Toch zegt de Heer Jezus tegen deze mensen: “Vog Mij”. Dat kon Hij tegen de schriftgeleerde niet zeggen. Wij moeten erop letten dat deze discipel Jezus met “HEER” aangesproken heeft, wat de schriftgeleerde in de voorgaande verzen niet gedaan heeft. Hij heeft Hem “Meester” genoemd4.

Wordt D.V. vervolgd.

Werner Mücher – © Folge mir nach

NOTEN:
1. “Zoon des mensen” is de titel van de Heer als Degene, die de erfenis van de gehele mensheid aanvaardt. Daartoe moest Hij veel lijden, vernederd worden en tenslotte sterven (Mattheüs 17:12, 22-23; 20:18-19; 26:45; Hebreeën 2:6). Wanneer Hij toch spoedig weerkomen zal, zal Hij in deze eigenschap in macht en grote heerlijkheid verschijnen (Mattheüs 24:30; 25:31; 26:64); ja, Hij zal over het ganse heelal heersen (Psalm 8; Hebreeën 2). Wat een tegenstelling de Heer Jezus enerzijds als de leidende te zien en anderzijds als Degene, die in onvoorstelbare heerlijkheid verschijnen zal.
2. In het Grieks hetzelfde woord als “neerleggen” in Mattheüs 8:20.
3. Dit is de zelfstandige en vrijwillige overgave van Zijn geest in de dood (vergelijk 10:10); dus niet zoals ‘gaf de geest’ (= blies de laatste adem uit) in Mattheüs 27:50.
4. Is het u al eens opgevallen dat wij nooit in het Nieuwe Testament lezen, dat Judas de Heer Jezus “HEER” genoemd heeft, maar alleen RABBI (= Meester)?

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM