15 jaar geleden

Taizé: Waarom gaat het?

Geef acht!

Het is mogelijk dat je nu dingen leest die je ook al bent tegengekomen in het eerste deel van Taizé. Maar er zijn dingen die niet of nauwelijks genoemd zijn, en die in dit gedeelte aan de orde komen. Hopelijk geeft het hierdoor een wat nauwkeuriger beeld.Toen ik jaren geleden ook eens een bezoek bracht met een vriend, kwamen wij niet verder dan aan de ingang van een duistere met kaarsen verlichte kapel. Toen ik naar binnen keek, maakte de Heer mij duidelijk dat ik hier zo snel als mogelijk was, moest verdwijnen. Een grote onrust overviel mij toen. Nu weet ik waarom. Dat wordt in beide artikelen ook duidelijk verwoord. “Wees onnozel in het kwade”, zei Paulus immers al door de Heilige Geest. De “vleitaal en de lofspraak” van Taizé verleiden de harten van de argelozen. (zie Rom. 16:18-19). Wat ben ik dankbaar dat de Heer mij heeft tegen gehouden; Hij zorgde ervoor dat ik me niet verder bloot heb gesteld aan de verderfelijke invloeden van Taizé! Daarom: Geef acht! {vertaler]

Wat is Taizé?

Taizé is een dorp in het Franse Bourgondië. In 1949 werd in dit idyllisch plaatsje door Rogér Schutz, voormalig gereformeerd Genfer predikant (Zwitserland), de zogenaamde communie of gemeenschap van Taize gesticht. Medeleden van deze broederschap verplichten zich ongehuwd te blijven, tot goederengemeenschap en tot gehoorzaamheid tegenover de prior [= hoofd van een (monniken)klooster – vertaler], in dit geval de Genfer priester zelf. In de laatste tientallen jaren nu is de bezoekrsstroon sterk toegenomen. Daarbij gaat het meestal om jeugdgroepen of ook schoolklassen, die voor enkele dagen aan deze gemeenschap deelhebben. Daarbij passend is men intussen ook op het voortdurend komen en gaan ingericht. Een normale dag wordt in Taizé opgevuld met tijden van arbeid en tijden van persoonlijke en gemeenschappelijke godsdienstoefeningen. De godsdienstoefeningen worden voornamelijk door meditatie opgevuld. “Men zit of knielt daartoe in een half- of geheel donkere ruimte op de grond – bij duisternis voor een brandende kaars; men zingt liturgische lof- en boetegezangen; men discussieert met mensen, die ook zoeken zonder gevonden te hebben”1. Uitgangspunten voor de meditaties zijn de regelmatig verschijnende “Taizé-brieven”, die door de priester zelf geschreven worden. Omdat door de steeds meer toenemende bekendheidsgraad steeds meer Christenen eveneens de mogelijkheid van een bezoek aan Taizé overwegen, zal het nu verder vooral om de boodschappen en inhoud van deze communie gaan.

Wat is de boodschap

De boodschap die duizenden – vooral jongeren – in Taizé horen, ik loop nu wat vooruit, heeft met een bijbels evangelie niets te maken. Ik wil dat laten zien aan de hand van enkele uitgekozen passages, die uit boeken stammen die Rogér Schutz zelf geschreven heeft en die door de katholieke HERDER-verlag te Freiburg gepubliceerd werden.

Hoe kan ik Christus vinden?

R. Schutz schrijft: “Het gebed, waardoor wij in de diepten van God afdalen, is er niet voor dat wij ons beter in ons vel zouden voelen. Bidden – niet om er op de een of andere manier beter van te worden, maar om als vrije mensen in de levende gemeenschap met Christus ingevoerd te worden”.2 “In ieder van ons verbergen zich diepten, onbekende dingen, twijfel, ongebreidelde hartstocht … instincten drijven ons op, men weet niet waar ze vandaan komen – voorvaderlijke herinneringen of genetische zekerheid?” “Wanneer wij Christus met kinderlijk vertrouwen in ons laten bidden, zullen op een dag de afgronden bewoonbaar zijn. Op een dag, eens later, zullen wij vaststellen dat zich in ons een revolutie voltrokken heeft”. “Zich op de eenvoudigste wegen van Christus aansluiten. Wanneer jij naar je adem luistert – jij hebt aandeel aan Zijn leven … Wanneer je naar de klok luistert, die het uur slaat … Wanneer je naar de wind luistert, die door de takken van de linden strijkt”. Misschien tonen vooral deze zinnen, op welke noodlottige weg zoekende mensen in Taizé gestuurd worden. Het is de “oeroude” en altijd weer nieuw aangeprezen weg van zelfbevrijding en zelfverlossing. Daar is geen sprake van zonde en schuld, geen sprake van berouw en omkeer, geen sprake van geloof en zeker weten. Het blijft integendeel slechts een voortdurend zoeken. Steeds weeer terugkerende elementen in de boodschap van Taizé zijn meditatie (vaak ook contemplatie3 genaamd) en een niet-eindigend zoekproces. Deze beide oplossingsvoorstellen moeten als onbijbels aangemerkt worden. Het is bijna overbodig nog bijbelplaatsen aan te voeren, die het onbijbels karakter van deze boodschap naar voren brengen. Toch noemen we er enkele: Ter meditatie en contemplati3 als weg tot verlossing: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven” (Joh. 14:6). “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3:3). “Hem geven alle profeten getuigenis, dat een ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door Zijn naam” (Hand. 10:43). Met betrekking tot het onophoudelijke zoeken: “Wij dan, gerechtvaardigt op grond van geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus” (Rom. 5:1). “En gij hebt de zalving van de Heilige en gij weet alles. Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij haar weet en omdat geen leugen uit de waarheid is” (1 Joh. 2:20-21). “Hij nu antwoordde: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; één ding weet ik, dat ik blind was en nu zie” (Joh. 9:25).

Hoe ziet Roger Schulz de kerk van God?

Ten eerste spreekt de gemeenschap in Taizé zich uit voor de vooruitgang van de zichtbare eenheid onder de Christenen. Dat is principieel verheugend. Wat voor eenheid Rogér Schulz daarmee nu bedoelt, maakt hij in een van zijn boeken duidelijk: “Wanneer elke plaatselijke gemeente een herder nodig heeft om de gemeenschap onder hen te bevorderen, die steeds ertoe neigen hun eigen wegen te gaan, hoe kunnen wij op een zichtbare gemeenschap van alle Christenen op aarde hopen, wanneer er geen herder voor allen is? … Zal ons de bisschop van Rome als herder van allen meenemen op de weg tot een kerk van gemeenschap, die niet op economische of politieke machten bouwt? Zo ja, dan zal hij, door zijn plaatselijke gemeenten gedragen, wezenlijk tot het ontstaan van een gemeenschap van allen kunnen bijdragen”. Daarbij passend een opmerking van de prior: “Voor mijn bed staat een icoon van de moeder Gods. Aan het eind van de dag ontsteek ik een licht en vertrouw haar al degenen toe die heengaan (de overledenen)”. Al in 1964 werd Roger Schulz gevraagd waarom hij niet uit de Gereformeerde kerk van Frankrijk trad. Zijn antwoord was toen, dat wanneer hij nu naar Rome overging hij alleen zou komen; als hij echter wacht totdat hij zijn opdracht uitgevoerd heeft, zou hij met een deel van de Franse protestanten komen. Overigens is Schutz toch enkele jaren geleden uit de Gereformeerde kerk getreden.

“Een God die Zich laat vinden”

Wezenlijke uitspraken over de bijbelse heilsleer (de scheiding van de zondaar van God, de middelaarsrol van Christus in Zijn volkomen verlossingswerk aan het kruis, vergeving van de zonden en verzoening met God …) worden in de geschriften van Schutz en dus in Taizé volledig gemist. De daar aangewezen weg is in waarheid een dwaalweg. Niet zonder reden zullen de met deze boodschap geconfronteerde zoekende zielen “voortdurend op zoek” blijven. Hetzij dan dat wedergeboren Christenen hen vertellen, dat dat er een God is die vinden of aanschouwen laat. Als voorbeeld voor miljoenen van vooral jonge zoekende mensen zij dan de “maagd” van Abraham genoemd. Toen zij op haar vlucht voor Sarai in de woestijn kwam, leerde zij een God kennen die zich door haar liet vinden. “Gij, God des aanziens!”, was haar reactie en zo noemde zij ook de bron “Lachai-Roï”. Dat zal ieder ervaren die zijn zonden aan de Heer Jezus Christus belijdt en eeuwig leven ontvangt. Hij/zij zal een God leren kennen die Zich laat vinden en die niet gedurende zijn/haar hele leven een “grauwe spook” zal najagen. Wij hebben een God die zich laat aanschouwen. Vervolgens wordt temidden van wazige uitspraken toch duidelijk, dat Taizé zowel religievermengende tendenzen alsook, zoals al genoemd is, rooms-katholieke trekken vertoont.

En wij?

Het Woord van God is een tweesnijdend scherp zwaard. Richten wij de ene zijde op de ander, zo is de tweede toch op onszelf gericht. Daarom moet aan het einde de vraag gesteld worden, waarom er toch ieder jaar duizenden naar Taizé trekken en Christelijke gemeenten daarentegen van soortgelijke levende interesse alleen maar dromen kan? Waarom gelukt het ons, Christenen, maar zo weinig zoekende zielen met ons leven een wegwijzer tot het heil in Jezus Christus te zijn? Ik ben bedroefd wanneer ik daaraan denk, dat ook dit jaar duizenden in Taizé de nutteloze weg van de zelfverdieping zullen betreden. Leven wij misschien zo weinig echt Christelijk geloof uit? Verspillen wij onze kracht en energie voor de dingen van de wereld, voor dingen die uiteindelijk geen stand houden? Moet zulk een ontwikkeling niet ook een alarmsignaal voor elke ernstige discipel van Jezus zijn? “De verlosten moesten er verloster uitzien” – meende Nietsche al. Misschien kijken we elke morgen eens in de spiegel. Zien onze gezichten er eerder uit als het titelblad van de “Klaagliederen” dan als een verloste, dan zouden wij ons geestelijk “liften” laten. Dat gaat wederom alleen, wanneer wij weer beginnen ons eerlijk voor de spiegel van Gods Woord te stellen en onze eigen fouten herkennen en belijden.

Klaus Güntzel, mei 1997, © Folge mir nach

NOTEN:
1. Hitz, “Entspricht Taizé dem Evangelium?”, Berneck, blz. 7. 2. Schutz, “Kampf und Kontemplation”, Freiburg, bladz. 114-115. 3. Contemplatie = geestelijke bespiegeling (noot Frisse Wateren).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW