14 jaar geleden

Jonge mensen in de Bijbel (25)

Saulus ontmoet de Heer Jezus

Handelingen 9:5-6

 

De grote verandering

De ommekeer tot God voltrok zich “in één slag”. Hij werd “verootmoedigd” en “volledig verbroken”. Kijk maar eens hoe zijn houding compleet veranderde. “En hij zei: Wie bent U Heer?” (Handelingen 9:5). Hij herkende Hem. Die stem van de hemel had zijn werk gedaan. “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur, en het is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en zij die deze hebben gehoord zullen leven” (Johannes 5:25). Hij hoorde de stem en leefde. Van dat ogenblik af was hij een wedergeboren ziel. Hij had herkend dat hij in de tegenwoordigheid van Iemand die alles van hem wist. Ben jij al eens in de tegenwoordigheid van de Heer gebracht, en heb jij al eens een antwoord gekregen zoals hij? “En Hij zei: Ik ben Jezus die jij vervolgt”. Moet Hij nu ook tegen jou zeggen: “Ik ben Jezus die jij vervolgt”? Wanneer je Hem nog niet liefhebt en Hem volgt, of Hem nog niet hebt leren kennen en Hem nog niet gediend hebt, dan spreekt nu Zijn stem uit de heerlijkheid tot jou, en Hij zegt: “Wil je Mij leren kennen en Mijn wil doen?” Dan, wanneer Hij Zichzelf als Jezus, jouw Heiland aan je ziel openbaart, zul je iets van die wonderbare ommekeer van gevoelens die in de ziel van deze gebroken man plaatsvond, begrijpen. Hij onderkende opeens dat die Ene die hem bedwongen had, dat die Ene wiens licht hem verblindde, die Jezus was die hij vervolgde. Hij zag Jezus tot dusver als een bedrieger en dacht dat hij God een dienst bewees als hij deze Naam op aarde zou uitroeien. Maar terwijl hij fanatiek bezig was op zijn “moordenaarstour”, werd hij door de heerlijkheid van God die van het aangezicht van diezelfde Jezus scheen, tot stilstand gebracht. Ik zeg het nog eens: Wat een omkeer van gevoelens vond in die ziel plaats. Hij zag in één ogenblik waarmee hij in zijn leven bezig was. Hij zag de verwerpelijkheid van zijn gevoelens in, de omvang van zijn zonden, het verschrikkelijke van zijn schuld, en ik twijfel er niet aan dat hij de consequenties van zijn dwaasheid en zonde inzag. Ben jij ook niet precies zo schuldig? Ik geloof dat dit voor ons allen van toepassing is. Wij waren allen meer of minder in vijandschap met Christus, al heeft zich onze vijandschap misschien dan niet in zo’n brandende haat gemanifesteerd als bij Saulus.

Wanneer jullie echt bekeerd zijn, zal er ook in jullie een geweldige verandering van gevoelens zijn. Ik geloof niet in een bekering die een mens niet veranderd, maar als je je werkelijk tot de Heer Jezus bekeert, zal dat een grondige verandering in je leven brengen. Als dat er niet is, mag je werkelijk wel twijfelen of je wel bekeerd bent. Was Saulus niet compleet veranderd? kijk maar eens naar hem. “En ik zei: Wat moet ik doen, Heer? En de Heer zei tot mij: Sta op en ga naar Damascus, en daar zal met je worden gesproken en alles wat over je is bepaald om te doen” (Handelingen 22:10). Hij gehoorzaamt direct. Als hetkarakteristieke van het nieuwe leven in zijn ziel vinden we onmiddellijke afhankelijkheid en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid . Door de levend makende stem van de Zoon van God opgewekt, uit de dood opgestaan, wordt de aanwezigheid van het nieuwe leven in zijn ziel gedemonstreerd door de vraag: “Wat moet ik doen, Heer?” Tot nu toe heb ik mijn eigen wil gedaan, maar van nu af aan behoor ik U toe!

Open je ogen nu

De Heer Jezus zei: “Maar sta op en ga op je voeten staan; want daartoe ben Ik je verschenen, om je voor te bestemmen tot een dienaar en getuige zowel van wat je [van Mij] hebt gezien als van dat waarin Ik je zal verschijnen, terwijl Ik je wegneem uit het volk en uit de volken,” – die zich om het evangelie niet bekommerden – “tot welke Ik je zend om hun ogen te openen, – dat was zijn opdracht – opdat zij zich bekeren van [de] duisternis tot [het] licht, en van de macht van satan tot God; opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij” (Handelingen 26:16-18). Verblind en op de grond liggend vraagt hij: “Wat moet ik doen, Heer?”“Ga naar de volken”, zegt de Heer Jezus, “en open hun ogen”.

Dat is het allereerste wat een mens nodig heeft. Zijn jouw ogen al geopend dat je op de weg van het eeuwig verderf bent? Het is zeer belangrijk dat de mensen hiervoor de ogen geopend worden, want eerst dan erkent hij het gevaar waarin hij zich bevindt. Zijn jouw ogen al geopend voor het feit dat je Christus nodig hebt, omdat je je in een zeer groot gevaar bevindt? Moge God je ogen openen en je uit de macht van satan tot Zichzelf leiden! Wat is de positie van de mens die niet bekeerd is? Zijn ogen zijn gesloten en hij bevindt zich onder de macht van de satan.

Ik verwonder mij niet over de ontstemming die de tuinman van een rijk heer aan te zien was, toen hij van een aan hem gegeven opdracht terugkeerde. De lievelingshond van zijn meester had een worp welpen. Zoals je weet, worden jonge honden blind geboren, maar openen ongeveer op de negende dag hun ogen. De negende dag ging voorbij, zelfs de vijftiende en de twintigste, maar geen van de jonge honden opende het oog. Tenslotte zei de heer tegen zijn tuinman: “Ze zijn nutteloos, ze zijn allemaal blind, verdrink ze allemaal maar”. De tuinman gehoorzaamde zijn heer, nam de welpen en verdronk ze in een vijver. Na enkele minuten trof zijn heer hem helemaal ontdaan aan. “Heb je gedaan, wat ik je zei?”, vroeg hij. “Ja, heer”, antwoordde de tuinman, maar het was geen aangenaam karwei”. “Maar ze waren toch allemaal blind en onnuttig” – “Ja”, zei de tuinman, “maar toen ze kopje onder gingen, deden ze allemaal de ogen open”.

Het zal je weinig helpen, mijn vriend, wanneer je ogen dan pas geopend worden als je in de eeuwigheid overgaat; ja, juist dan, wanneer je onbekeerd de hel in gaat, zullen je de ogen open gaan, reken daar wel op! Wanneer je daar bent, zullen je ogen geopend worden, maar dan is het te laat. Laat je lievernu door God je nood, je verderf en het gevaar tonen, waarin je je bevindt. In een van zijn brieven schrijft Paulus: “Als dan ons evangelie al bedekt is, is het bedekt in hen die verloren gaan; in wie de god van deze eeuw de gedachten van deze ongelovigen verblind heeft, opdat de lichtglans van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die [het] beeld van God is, [hen] niet zou bestralen” (2 Korinthe 4:3-4).

Heiligen en zondaars

Paulus onderkende later de verschrikkelijke macht die hem blind gemaakt had, voordat hem dit hemelse licht verlichtte. Daarom werd hem de opdracht gegeven om naar de volken te gaan, om “hun ogen te openen, opdat zij zich bekeren van [de] duisternis tot [het] licht” – dank God ervoor! – “en van de macht van de satan tot God; opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden ontvangen door geloof in Mij” (Handelingen 26:18). Nadat hij deze woorden gehoord had, stond hij op om de lieflijkste boodschap die ooit aan een sterfelijk mens toevertrouwd werd, uit te dragen. Welke boodschap? Dat er in de heerlijkheid een Heiland is, die de macht en de genade heeft de slechtste mens die er op de aarde is, te redden. Ja, op de meest goddeloze man die dit leest, wacht de Heiland. Wanneer je in Hem gelooft en tot Hem komt, zal ik je vertellen wat je ontvangt, namelijk “vergeving van zonden en een erfdeel onder degenen, die door geloof in Hem geheiligd zijn”. En wie zijn dezen? Zij worden in het Nieuwe Testament voortdurend “heiligen” genoemd. Er zijn twee klassen in deze wereld – mogelijk ook onder hen die dit lezen – heiligen en zondaars. En wie zijn de heiligen? “Zij die in de hemel zijn”, antwoord je misschien. God zij dank – ze zijn er onder hen die dit lezen en er zijn er nog veel meer op de aarde en ik zou zo graag willen, dat jij ook bij hen hoort!

Wordt vervolgd D.V.

Misschien wil jij niet graag een heilige genoemd worden … dan nodig ik je uit om toch het laatste deel van deze serie artikelen te lezen.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM