14 jaar geleden

Ruth (26)

Deze doorlopende overdenking is ontstaan uit voordrachten en zijn voor de praktijk bedoeld. Moge de Heer ons door deze eenvoudige overdenking rijkelijk zegenen! – Het ligt mij op het hart daarop te wijzen, dat men uitleg over het Woord van God alleen met de Bijbel en onder gebed leest.

Wat is het geheim van de rust voor de ziel?

 

Op de dorsvloer van Boaz

“En Naomi, haar schoonmoeder, zeide tot haar: Mijn dochter! zou ik u geen rust zoeken, dat het u welga? Nu dan, is niet Boaz, met wiens maagden gij geweest zijt, [van] onze bloedvriendschap? Zie, hij zal deze nacht gerst op de dorsvloer wannen. Zo baad u, en zalf u, en doe uw klederen aan, en ga af naar de dorsvloer; [maar] maak u de man niet bekend, totdat hij geëindigd zal hebben te eten en te drinken” (Ruth 3:1-3).

Hoe mooi dat Naómi zegt: “Zou ik u geen rust zoeken, dat het u welga?” In het genot van deze rust gaat het ons wel. Bij de vraag: “Hoe gaat het met u?” denken wij gewoonlijk aan het uiterlijk welzijn. Veel belangrijker echter is het welzijn van de ziel, de innerlijke mens. Zeker moeten wij het onszelf toegeven dat het met de rust van onze zielen temidden van al de onrust van het aardse leven niet altijd goed gesteld is. Misschien valt het met het lezen van deze gedeelten samen dat wij het sinds langere tijd nauwelijks konden genieten. Daar is de ganse gejaagdheid van de ouderdom, het werk, de zaak, velerlei zorgen en verplichtingen. Er is geen ontkomen aan! De vraag dringt zich op: kan men dan toch de hier bedoelde rust van de ziel bewaren en genieten? Ik antwoord uit diepe overtuiging: Jazeker, dat kan en dat moet zo zijn!
Het gaat hier om het principe van ons leven, om het “hartecontact” met de Heer. Is onze wil aan de Zijne onderworpen en is ons verlangen in alle verrichtingen van het dagelijks leven met Hem in Zijn juk te gaan, dan zal niets en niemand ons kunnen hinderen overal de rust voor onze zielen te genieten. Daarom wordt ons in de geschiedenis van Ruth getoond, hoe Boaz het middelpunt van haar verdere leven wordt, om haar deze rust te laten vinden.

Naómi spreekt nu met Ruth over Boaz. Dát is het grote ogenblik in de geschiedenis van onze zielen wanneer onze ware Boaz, de Heer Jezus, het alles beheersende middelpunt van ons leven wordt. Ja, dat is ook in de hetze van deze tijd, het jagen en gejaagd worden zoals het bij de hoge eisen in het beroepsleven van de meeste mensen het geval is, een absoluut gegeven mogelijkheid. Is Christus het voorwerp van onze harten dan kan het helemaal niet anders zijn dan dat Hij ook de inhoud van ons leven op deze aarde wordt. “Het leven is voor mij Christus”, zegt de apostel Paulus (Filippi 1:21).

Licht en duisternis

Naómi was een teruggekeerde, een herstelde. Maar wat wist zij wel niet allemaal over Boaz te berichten! “Is niet Boaz, met wiens maagden gij geweest zijt, [van] onze bloedvriendschap?” Zo kon zij spreken nadat zij naar haar plaats temidden van het volk van God was teruggekeerd. Het is een ernstig feit dat “ieder” die zich langere tijd buiten het land ophoudt, zijn licht gaat verliezen. Bij allen die het veld van Boaz verlieten, ging het licht over Goddelijke beginselen verloren. Men stoot zich aan de schemerende bergen, men verwacht daar licht, maar de Heer maakt het tot donkerheid (Jeremia 13:16). Eerst na de terugkeer in het land en op het veld van Boaz schenkt de Heer weer licht. Zo kon dan nu ook Naómi over Boaz als haar bloedverwant spreken. De Heer Jezus heeft zich Zijn verlosten tot verwanten gemaakt. In Hem is “sterkte” en “geweldige rijkdom”, “uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en [wel] genade op genade” (Johannes 1:16). Hij schaamt Zich niet ons broeders te noemen (zie Hebreeën 2:11), maar ons betaamt het niet van Hem als van onze Broeder te spreken, dat zou oneerbiedig zijn.

Laten wij nooit onze ware betrekkingen tot Hem loochenen doordat wij Zijn veld en het land verlaten. Het is de vraag of wij er ooit weer terugkeren. Dat wij ons toch laten bewaren opdat wij niet alleen in het land maar ook op het veld van Boaz blijven. Hij is onze Heiland, onze Redder en Heer, Die ons heeft lief gehad en Zichzelf voor ons aan het kruis van Golgotha heeft overgegeven – onze Boaz!

Wannen – reinigen

Boaz “want” deze nacht op de gerstedorsvloer. Wannen scheidt het koren van het kaf. De Heer Jezus, onze ware Boaz, houdt Zich met dit doel met ons bezig. Hij wil ons van alles reinigen wat voor Hem waardeloos is. De wind, hier een beeld van de Heilige Geest, blaast het kaf weg. Satan begeert ook de gelovigen te ziften doch niet om het kaf te verwijderen, maar om ons alles te ontnemen wat in onze zielen van God is, opdat alleen waardeloos kaf overblijft dat het vuur zal verbranden. De liefdevolle bemoeienissen van de Heer Jezus met ons echter heeft tot doel dat wij wandelen in de kracht van de opstanding, waarvan de gerst spreekt. De nacht is spoedig voorbij, ook de oogst en elke arbeid. Dan volgt de sabbatrust van het volk van God, dan rusten wij met de Overwinnaar van Golgotha in alle eeuwigheid.

“Zo baad u, en zalf u”. Onze wens om de Heer Jezus welgevallig te wandelen, onderstelt de bereidheid ons door Hem te laten “wannen”. Wij moeten het Woord van God onder de leiding van de Heilige Geest lezen en overdenken, het op ons hart en geweten toepassen, dan oefent het een reinigende werking uit en voert tot zelfoordeel. “Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgen afdwalingen. Laat de redenen van mijn mond, en de overdenking van mijn hart welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en Verlosser!” (Psalm 19:13,15). “Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leidt mij op de eeuwige weg” (Psalm 139:23-24). “En een ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is” (1 Johannes 3:3). “… laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van het vlees en van de geest, en de heiligheid voleindigen in de vreze Gods” (2 Korinthe 7:1).

Zalving: leiding

Na het baden komt het zalven, wat spreekt van de leiding van de Heilige Geest op onze persoonlijke weg: “Want zovelen door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God” (Romeinen 8:14). Dat maakt ons praktisch gezien geschikt voor de tegenwoordigheid van Boaz. Hoe helder belicht in dit verband ook het Woord van God de verhouding tussen de geslachten. Zonder trouwen kan er geen huwelijk zijn! In de huidige tijd worden helaas de dwalingen van de mensen in het gedrag vóór en in het huwelijk onschuldiger voorgesteld dan het is, of als normaal beschouwd. Zelfs in de scholen worden in het zogenaamde voorlichtingsonderwijs kinderen en jongeren kennis als sexuele opvoeding overgebracht, die meestal het gezonde gevoel over reinheid en kuisheid verstoren. “Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien” (Habakuk 1:13).

Praktische les

Pas in hoofdstuk 4 wordt Ruth de vrouw van Boaz, niet eerder. Dat moet duidelijk naar voren gebracht worden. Geliefde jonge brusters, laat jullie niet door de leuzen van deze tijd, door haar boze verderfelijke satanische principes verleiden. Moge het bij jullie als mensen van God een voornemen van het hart zijn naar de gedachten van God rein het huwelijk in te gaan. Wij hebben, zoals Johannes schrijft, de zalving van de Heilige Geest en kunnen daarom de dingen om ons heen naar de gedachten van God beoordelen. Maar wij kunnen de Heilige Geest ook bedroeven, Hem verhinderen, ja zelfs uitblussen. Wanneer wij niet dicht bij de Heer Jezus blijven, kan het zo bij ons gebeuren. De Heilige Geest wil in ons werken en het goede tevoorschijn brengen. Galaten 5 beschrijft de vrucht van Heilige Geest bestaande uit negen deugden die echter als één vrucht gekenmerkt worden. “Zalf u!” Het is onze verantwoordelijkheid. Wij bezitten de Geest al sinds de wedergeboorte; maar hier gaat het om de uiterlijke voorstelling van de innerlijke werkelijkheid.

Wordt D.V. vervolgd.

De Schriftplaatsen van deze overdenkingen zijn aangehaald uit de Statenvertaling 1991 (Oude Testament) en uit de z.g. Voorhoevevertaling 4e druk (Nieuwe Testament), tenzij anders vermeld.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM