3 maanden geleden

Petrus – Val en herstel (01)

Bijbelgedeelte: Mattheüs 26 vers 31–35

 

De Bijbel toont ons vele beelden van het leven, zowel positieve als negatieve. Niets wordt buiten de maat van God benadrukt en niets wordt verdoezeld. In dit artikel willen wij enkele situaties in Petrus’ leven bekijken, waarbij wij hem niet veroordelen, maar belangrijke aspecten leren voor ons geloofsleven in het licht van Gods Woord. Vaak lijken wij meer op Petrus dan wij denken, en daarom kunnen wij naar hem kijken als in een spiegel die God ons in Zijn genade geeft. Specifiek willen we in 7 stappen kijken naar de val van Petrus en zijn herstel.

De val van Petrus

 

Petrus verloochent de Heer bij het houtskoolvuur, maar hoe komt hij daar? Dit toont ons dat Petrus op de verkeerde plaats was en in het verkeerde gezelschap. Een groot gevaar ook voor ons leven, en we vinden belangrijke aspecten die een waarschuwing voor ons moeten zijn. Laten we de afzonderlijke stappen eens nader bekijken.

Stap 1: Petrus verheft zich boven zijn broeders en overschat zichzelf

 

“Toen zei Jezus tot hen: U zult allen over Mij ten val komen in deze nacht; want er staat geschreven: ‘Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.’ Nadat Ik echter zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galiléa. Petrus echter antwoordde en zei tot Hem: Al zullen allen over U ten val komen, ik zal nooit ten val komen. Jezus zei tot hem: Voorwaar, Ik zeg je dat je in deze nacht, voordat [de] haan kraait, Mij driemaal zult verloochenen. Petrus zei tot hem: Ook al moest ik met U sterven, ik zal u geenszins verloochenen. Evenzo spraken ook alle discipelen.”

Alle zonde vindt zijn oorsprong in ons hart, daar begint het allemaal mee. Mattheüs 15 vers 19 vertelt ons, dat boze overleggingen uit het hart voortkomen. Dit is ook het geval met Petrus. Hij verheft zich boven zijn broeders en denkt, dat hij beter is dan zij. Al zullen allen, ik nooit …! Er schuilt altijd een gevaar in ‘nooit’ of ‘te nimmer’ zeggen, want wij zijn tot alles in staat. Het laat ons zien, dat Petrus zijn hart nog niet goed genoeg kende.

Hij vertrouwde op zichzelf en zijn kracht, maar hij moet nog leren dat in hemzelf niets goeds woont (Rom. 7:18). Hij had zeker goede bedoelingen, wilde zijn liefde voor de Heer uitdrukken, maar zonder het te beseffen, gaat hij de verkeerde kant op. Hij keek meer naar zichzelf in plaats van naar de Heer. Petrus had al wonderlijke ervaringen met de Heer gehad, bijvoorbeeld toen hij op water kon lopen. Maar het was veeleer om hem in afhankelijkheid van Hem te brengen en niet tot dit ongezonde zelfvertrouwen.

De Heer waarschuwt hem zelfs. Hij zegt hem dat hij nog dieper zou vallen dan de andere discipelen. Het zou heel snel gebeuren, diezelfde nacht. Is dit niet de wonderbare genade van onze Heer, die zo begaan is met ons (geestelijk) welzijn? Maar in plaats van te luisteren naar de waarschuwing van de Heer en voorzichtig te zijn, overschat Petrus zichzelf volledig. Onder de werking van de oude natuur laat hij zich niet beteugelen en zegt hij dat hij Hem niet zou verloochenen, al moest hij met de Heer sterven.

Dit zijn allemaal belangrijke lessen voor ons: we moeten onszelf nooit met anderen vergelijken en zeker niet denken dat we beter zijn dan anderen. Wij zijn tot alles in staat, dus het is altijd goed om voorzichtig te zijn met het woord “nooit” of “nimmer.” Uiteindelijk zijn wij dagelijks afhankelijk van de genade van onze trouwe Heer. Laten wij altijd acht slaan op Zijn woorden, ook op Zijn waarschuwingen, en onszelf niet overschatten. Dit zal ons behoeden voor zondigen, tot onze zegen en tot Gods eer!

Wordt DV vervolgd.

 

Manuel Dietermann; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 11.06.2021.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW