6 maanden geleden

Overdenking Psalm 119 (7)

Bijbelgedeelte: Psalm 119 vers 11-12

Vers 11: Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig.”

Uit vers 11 begrijpen wij, dat de psalmist Degene heeft gevonden naar wie zijn hart in zijn jeugd had gezocht. Maar er werd nog een stap gezet: Sinds zijn jeugd had hij het Woord in zijn hart bewaard. Ook al was hij jong, hij had al ingezien, dat dit de enige houding was die zou voorkomen dat hij in zonde zou vervallen.

We hechten veel belang aan wat we bewaren om het te beschermen tegen de vijand. Zien we het Woord van God als een schat die ons in verrukking brengt? Hoe kan het een jonge man of een jong meisje in verrukking brengen? Niet door aandachtig te luisteren naar de atheïstische, evolutionaire of filosofische theorieën van onze grote leerscholen. Daniël, een jonge puber in ballingschap, werd onderwezen in de leer van de Chaldeeuwse wijsheid, maar toch keerde zijn hart zich nooit af van God. Hij besloot in zijn hart om zich niet te verontreinigen met de fijne spijzen van de koning. Door welke kracht maakte hij dit besluit van zijn hart? Door het Woord van God te ontvangen, ook al was hij nog maar een jongeman. “Laat het woord van Christus rijkelijk in u wonen,” schrijft de apostel Paulus (Kol. 3:16).

Bovenal moet de Schrift in onze harten doordringen, zodat we de vijand kunnen antwoorden: “Er staat geschreven” (zie: Matth. 4:4-11).

Vers 12: “Geloofd zij U, HEERE, leer mij Uw verordeningen.”

Als hij terugdenkt aan zijn jeugd, kan de psalmist alleen maar loven voor Hem die hem bewaard heeft en die hem onophoudelijk onderwijst. De lofprijzing voor God barst uit het hart: “Mijn lippen zullen vrolijk zingen, wanneer ik psalmen voor U zal zingen, mijn ziel, die u verlost hebt” (Ps. 71:23). Lofprijzing is verbonden met de behoefte om onderwezen te worden. In Psalm 25 laat de gelovige dit verlangen zien in verzen 4 en 5, en Gods antwoord is te vinden in verzen 8 en 9 en in vers 12: “Wie is de man die de HEERE vreest? Hij onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen” {of: “die Hij (de HEER) verkiest”; volgens de voetnoot van Psalm 25 vers 12 in de Bijbelvertaling van J. N. Darby}.

De gelovige wandelt niet alleen op de weg. Ieder is verantwoordelijk om de inzettingen van God te kennen, om samen te aanbidden en te wandelen. Hoe kan iemand de waarheid leren kennen? Door regelmatig het Woord van God te lezen en erover na te denken met de hulp van de Heilige Geest en door gebruik te maken van de mondelinge en schriftelijke diensten van Gods begenadigde dienaren.

 

M. Roy en Filipczak; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 13.09.2012

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW