11 jaar geleden

Over opstanding en oordeel

Zien we de mensen terug zoals ze waren tijdens hun leven of ouder geworden met het verstrijken van de tijd tussen overlijden en opstanding? Hoe kun je een kind van God worden? Opstanding ten leven … opstanding ten oordeel … wat is dat? Hoe krijg ik deel aan de eerste opstanding?

Wat kun je verwachten bij de wederopstanding van de doden?

Vraag: Zien we de mensen terug zoals ze waren tijdens hun leven of ouder geworden met het verstrijken van de tijd tussen overlijden en opstanding?

Aan de hand van enkele Schriftplaatsen wil ik proberen hierop een antwoord te geven. Maar allereerst vooraf dit: Alleen iemand die opnieuw geboren (dit is ‘uit God geboren”) is, dus een kind van God is, zal de wederopstanding ‘van-tussen-uit’ de doden meemaken. Het is dus van het grootste belang dat ik weet of ik wel of niet een kind van God ben.

Hoe kun je een kind van God worden?

Door de doop? NEE! Door het lidmaatschap van een kerk of groep? NEE! Door mijn Christelijke opvoeding? NEE! Hoe dan wel? Daarvoor citeer ik de volgende Schriftplaats:

Johannes 1:12: “Maar zovelen Hem aangenomen hebben, hun gaf Hij het recht kinderen van God te worden, hun die in Zijn naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van de man, maar uit God geboren zijn”. Deze bijbelplaats is al ruimschoots voldoende om te zien dat je alleen door het geloof in de Heer Jezus – want over Hem gaat het in Johannes 1 – een kind van God kan worden. Maar ook de volgende tekstplaats bewijst dit: Galaten 3:26: “… want gij zijt allen zonen van God door het geloof in Christus Jezus”.

Enkele opmerkingen over Johannes 1:12

  • Niet uit de wil van het vlees: Wat ik ook probeer, hoe heilig ik ook probeer te leven, het zal niet lukken. Ook mijn goede bedoelingen niet. Zelfverbetering is niet de weg tot het kindschap van God. Alle trainingen om tot een volmaakt mens te komen ten spijt.
  • Niet uit bloed: Dit betekent dat het kindschap van God niet van ouders geërfd kan worden. Al kom ik ook uit het ‘beste nest’ van de wereld, het helpt niets.
  • Niet uit de wil van de man: Niet door daden van anderen, niet door de wil van welk hoogstaand mens ook, niet door kerkelijke ceremoniële handelingen, zoals bijvoorbeeld de doop of het opdragen van een kindje/baby. Dit laatste leert de Schrift ook nergens.

Het is goed om ook te zien dat niet de Vader ons tot kinderen verklaart, maar dat “de Zoon van God die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij overgegeven heeft” (zie Galaten 2:20) dat doet. In vers 10 en 11 vinden we respectievelijk “de wereld” en “de Zijnen” (Israël). Beide wilden niet met Hem van doen hebben. Toch waren er enkelen die Hem wel aannamen, en aan dezen gaf Hij – de Heer Jezus – het recht (het gezag) om een kind van God te worden. Ik heb Hem ook aangenomen en ik heb nu het recht van het ‘kindschap’ van Hem verkregen en mag nu binnenkomen bij de Vader want ik ben Zijn kind en behoor nu tot Zijn familie. Ik mag nu vrij voor Hem staan als verloste zondaar want ik heb de toevlucht tot de Heer Jezus genomen, ik heb Hem aangenomen in het bewustzijn dat ik ook behoorde tot het geslacht van ‘zondaars’. “Er is geen rechtvaardige, ook niet één” en “allen hebben gezondigd en bereiken de heerlijkheid van God niet” maar “worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is” (zie Romeinen 3:10, 23-24). De Heer Jezus heeft als het ware tegen mij gezegd toen ik Hem aannam: Nu ben je een kind van God. Nu heb je ook zelfs het recht om een kind van God te zijn, jij, die vroeger niet alleen in de duisternis wandelde maar ook duisternis was (Efeze 5:8). Nu mag ik dus als kind van God mijn plaats innemen voor God, die nu ook mijn Vader is en mag ik gemeenschap met Hem en met Zijn Zoon hebben (1 Johannes 1:3). Maar alleen door het geloof“hun die in Zijn Naam geloven” – is dit alles mijn deel!

Hebt u Hem al aangenomen? Gelooft u al in Hem die leed en stierf op Golgotha om verzoening tot stand te brengen tussen God en u? Zo ja, dan bent u een kind van God en zult u niet verloren gaan! Zo nee, dan behoort u tot hen die ‘duisternis zijn’ waar satan heer en meester is. Dan gaat u ook voor eeuwig verloren. “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16).

Maar nu dan tot onze vraag:

Wat kun je verwachten bij de wederopstanding van de doden? “Zien we de mensen terug zoals ze waren tijdens hun leven of ouder geworden met het verstrijken van de tijd tussen overlijden en opstanding?”

De wederopstanding van de doden, wat is dat?

De uitdrukking “de wederopstanding van de doden” kan verwarring geven, omdat er onderscheid is tussen “de opstanding van de doden” en “de opstanding uit1 (of ‘van-tussen-uit’) de doden”. Er is namelijk een opstanding “ten leven” en een opstanding “ten oordeel”. De “opstanding ten leven” is hetzelfde als de “opstanding der rechtvaardigen” (Lukas 14:14; Handelingen 24:15).

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur en het is er, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en die ze gehoord hebben, zullen leven. Want zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven, leven te hebben in Zichzelf, en Hij heeft Hem ook macht gegeven om gericht te houden, omdat Hij [de] Mensenzoon is. Verwondert u daarover niet, want er komt een uur, dat allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zullen uitgaan: zij die het goede gedaan hebben tot de opstanding ten leven, en zij die het kwade bedreven hebben tot de opstanding ten oordeel. Ik kan van Mijzelf niets doen. Naar wat Ik hoor, oordeel ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft” (Johannes 5:25-30).

Opstanding ten leven:

Dit is de opstanding die bij het leven behoort. Elk kind van God zal hieraan deel hebben, omdat hij of zij het eeuwige leven bezit. Hij is “uit de dood overgegaan in het leven” (Johannes 5:24; 3:16). Hij zal niet in het oordeel komen omdat de Heer Jezus dit oordeel voor hem gedragen heeft op het kruis van Golgotha. In vers 25 gaat het om hen die geestelijk dood zijn, “dood in misdaden en zonden” zoals Efeze 2:1 het uitdrukt. Toen zij het woord van God hoorden, de stem van de Zoon van God, kwamen zij tot “leven”, het “eeuwige leven” en komen niet in het oordeel. Kinderen van God bezitten dit eeuwige leven. Daarom komen zij ook niet in het oordeel. Zij hebben deel aan de “opstanding van het leven”. Deze opstanding vindt eerder plaats dan de opstanding ten oordeel. De Schrift noemt dit dan ook de “eerste opstanding”. Daaraan hebben alleen de gelovigen in Christus deel. De ongelovige doden blijven nog minstens duizend jaar in het graf (Openbaring 20:5-6). We kunnen dus spreken over een opstanding “tussen-de-doden-uit”, een opstanding uit de doden. De opstanding ten leven zal plaats vinden ruim vóór het 1000-jarig vrederijk en wel door de stem van de Zoon van God. De doden in Christus zullen eerst opstaan en verenigd met de gelovigen, die dan nog op aarde zijn, zullen zij hun Heer tegemoet gaan in de lucht. Verder zullen de martelaren uit de grote verdrukking – die vooraf gaat aan het 1000-jarig vrederijk – vlak vóór de oprichting van dit Vrederijk opstaan (Openbaring 20:4-6).

Opstanding ten oordeel:

We begrijpen dat dit niet hetzelfde is als de “opstanding van de doden”, want de ongelovige doden blijven in hun graf tot na het 1000-jarig vrederijk. Deze “onrechtvaardigen” zullen dan opstaan opdat zij hun oordeel zullen ontvangen. Zij gaan voor eigen rekening het oordeel in en zullen dit zelf moeten dragen. Zij zijn in hun zonden gestorven. Verschrikkelijk! Ze zullen om hun werken geoordeeld worden en in de poel van het vuur geworpen worden, evenals de dood en de hades. Dit is de tweede dood. Hun eerste dood is dus gewoon het sterven als mens, helaas wel in hun zonden. Zij ontslapen ook niet, zoals de gelovigen. Alleen van gelovigen in Christus wordt gesproken van ‘ontslapen’. Deze tweede dood zullen de ongelovigen ook bewust meemaken. Eeuwig gescheiden zijn van God en eeuwige pijn is hun deel (Openbaring 20:11-15; zie ook: Mattheüs 25:41 en 46). In Openbaring 20 vinden we de opstanding van de doden; het zijn de “overige doden” uit vers 5.

Wat kunnen wij verwachten bij de opstanding?

Wij, als Christenen van deze genadetijd kunnen verwachten dat zij die ontslapen zijn, eerst zullen opstaan van tussen uit de doden en wel op de stem van Hem die ons kocht en betaalde met zijn kostbaar bloed. Daarna zullen wij verenigd worden met hen en de Heer tegemoet gaan in de lucht. Wat daarbij het heerlijkst is dat we dan met Hem zullen zijn en Hij zal ons invoeren in het huis van de Vader met de vele woningen waar Hij ons een plaats heeft bereid (Johannes 14:1-3). Echter, hoe wij en de opgewekte gelovigen eruit zullen zien qua lichaam, weet ik niet. Wel zegt de Bijbel dat ons lichaam veranderd zal worden tot gelijkvormigheid aan het lichaam van zijn heerlijkheid (Filippi 3:21). We zullen eem hemels lichaam ontvangen dat geschikt is om in de hemel te zijn/wonen. De lichamen van de ontslapenen zullen in onvergankelijkheid worden opgewekt (1 Korinthe 15:42). Wij allen – zij die ontslapen waren én zij die nog niet ontslapen zijn – zullen veranderd worden en de onvergankelijkheid aandoen. Dan zullen wij onsterfelijk zijn (1 Korinthe 15:51-54). Hoe echter ons lichaam eruit zal zien, weet ik niet en voor zover ik weet, zegt de Schrift daarover ook niets. Mijn dochter is sinds 26 juli ‘93 in het paradijs en haar lichaam ligt in het graf. Zij was toen 20 jaar. Of zij er nog zo jong zal uitzien als de Heer komt – want Zijn komst om de gelovigen op te nemen valt immers samen met de opstanding, zoals we al zagen -, weet ik niet. Er zal wel herkenning zijn, maar of die herkenning ook ligt in het lichaam zoals wij onze geliefden gekend hebben, denk ik niet. Immers dan zal dat ons herinneren aan het sterfelijke lichaam, waarin zij toen woonden, en sterfelijkheid herinnert aan de zonde, immers “het loon van de zonde is de dood” (Romeinen 6:23). Ik geloof helemaal niet dat er een enkele herinnering zal zijn aan ook maar iets van de zonde. Ook ons lichaam dat we hier en nu bezitten, waarin we nu wonen, is onderhevig aan de gevolgen van de zonde. Dat zal straks zeker anders zijn wanneer de volledige verlossing een feit zal zijn (Romeinen 8:23). Nee, ik geloof dat de herkenning zal liggen in het feit, dat wij onze geliefden herkennen “als verlosten door het bloed van het Lam”. Dat is namelijk iets wat “eeuwig” van aard is. Als wij straks in de hemel zullen zijn, zullen wij Hem wel zien “staande als het Lam dat geslacht werd” en zullen het nieuwe lied zingen met als onderwerp dat Hij geslacht werd om ons – uit elk geslacht en taal en volk en natie – te kopen voor God (Openbaring 5:6-9). Wat zal dat zijn?!!!

NOOT:
1. In Lukas 2:34-35 lezen we: “… maar die waardig geacht zijn deel te hebben aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden …”. Ook de apostel Paulus sprak over deze opstanding uit de doden, hij verlangde daarnaar (Filippi 3:11).

Kennen de gelovigen straks elkaar in de hemel?

Wat ik elders las:

<<2 Sam. 12:13-23: David was zeer onder de indruk van de ziekte van zijn zoontje. Hij vastte, hij bad, hij zocht de een zaamheid. Op de zevende dag stierf het kind en toen gebeurde er iets wonderlijks: David hoorde, dat het kind gestorven was; hij stond op, wies en zalfde zich en deed andere kleren aan; hij ging het huis des Heren binnen en boog zich. Thuis gekomen vroeg hij om eten. Een totale, onverwachte verandering had plaats gehad. David zelf gaf hiervan de verklaring en zei: “Zolang het kind nog leefde, heb ik gevast en geweend, om dat ik dacht: misschien is de Here mij genadig, zodat het kind in leven blijft. Maar nu is het dood waarom zou ik dan vasten? Kan ik het nog terug doen keren? Ik zal wel tot hem gaan, maar hij keert tot mij niet terug.” Hieruit blijkt, dat de oudtestamentische gelovigen er op rekenen, dat men in het hiernamaals elkaar zou weerzien en elkaar zou kennen.

Matth. 17:1-8 e.a.pl.: Bij de verheerlijking op de berg verschenen met de Heer Jezus twee personen, die vroeger op aarde geleefd hadden. Petrus, die hen natuurlijk nooit gezien had, zei tot de Heer Jezus: “Indien Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, voor U één, en voor Mozes één, en voor Elia één.” Petrus kende dus Mozes en Elia, die eenmaal met Christus in heerlijkheid zullen verschijnen, waarvan de verheerlijking op de berg een afschaduwing gaf.

2 Cor. 1: 14; 1 Thess. 2:19, 2: Paulus was zich bewust, en hij hield er rekening mee, dat hij bij de komst van de Heer Jezus hen zou zien, die door zijn prediking tot inkeer waren gekomen. Ze zouden zijn roem zijn; ze zouden zijn hoop of blijdschap of erekrans wezen.

Luk 13:28, 29; Luk. 16:23: Zelfs de onbekeerden zullen Abraham, Izaäk en Jacob en al de profeten zien in het koninkrijk van God. Ook van de rijke man lezen we, dat hij Lazarus zag in de schoot van Abraham, de meest begeerde plaats voor de gelovige jood. 1 Cor. 13:12: Nu is ons inzicht nog beperkt; nu zien we nog als door een donker glas, als door een wazige spiegel; vele dingen zien we nog in nevelen gehuld, raadselachtig, doch straks zullen we zien van aangezicht tot aangezicht. Dan zullen we ten volle kennen, zoals we zelf gekend zijn. 1 Joh. 3:2: En wat de Heer Jezus betreft; we zullen Hem zien, gelijk Hij is. Matth. 22:23-33; Openb. 5:6: Het is haast overbodig op te merken, dat de aardse verhoudingen zich beperken tot deze aarde en dat er dus in de hemel geen sprake is van aardse relaties. Alleen de kinderen van God zullen elkaar kennen als geliefden van de Vader om zich met elkaar in Hem te verlustigen, Die aller aandacht zal opeisen en dat is het allerbelangrijkste van het kennen in de hemel.>>

H. Moll

Tot slot:

Enkele vragen in verbinding met het oordeel

Vraag: Wanneer is het tijdstip dat God satan onder Zijn voeten zal verpletteren (Romeinen 16:20)? Waarom wordt in dit verband God als de “God van de vrede” genoemd?

Antwoord: Het oordeel over satan vindt in drie stappen plaats:

  1. Aan het begin van de laatste 31/2 jaar, de tijd van de grote verdrukking, wordt satan uit de hemel op aarde geworpen (Openbaring 12:7-12). In deze tijd zal er een verschrikkelijke vervolging van de getrouwen beginnen en vele mensen tot afval van God misleiden. Toch is deze “val uit de hemel” pas een eerste fase naar het oordeel.
  2. Na de 31/2 jaar wordt de satan – aan het begin van het Vrederijk – gedurende dit rijk met een grote keten gebonden en in de afgrond geworpen; daarna wordt hij voor een korte tijd losgelaten (Openbaring 20:1-3.
  3. Na het Vrederijk wordt satan uit de gevangenis losgelaten en zal hij de naties misleiden, die tenslotte opkomen met het doel Jeruzalem definitief te vernietigen. Vuur zal echter de legers vernietigen, en satan wordt in de vuurzee geworpen, waar hij voor eeuwig geoordeeld wordt. Dat zal het ogenblik van zijn definitieve oordeel zijn (Openbaring 20:7-10).

Op geen van deze drie plaatsen wordt gezegd, dat de gelovigen bij de omstandigheden van het oordeel van satan betrokken zullen zijn. Het oordeel zal tenslotte van de Heer Jezus uitgaan. Maar omdat wij met Hem heersen en oordelen zullen, zullen wij eveneens erbij betrokken zijn (vergelijk 1 Korinthe 6:3, waar uitdrukkelijk staat, dat de gelovigen engelen zullen oordelen). Vrde is het tegendeel van vijandschap. De vijandschap is een gevolg van de zonde (vergelijk Genesis 3:15). De vijandschap van satan tegen Eva en haar nakomelingen zal pas dan een einde vinden, wanneer de Heer Jezus de slang de kop definitief vermorzelen zal; Hij heeft de grondslag daartoe gelegd op het kruis. Waar de oude slang kan, stookt hij mensen tegen God en elkaar op. Maar God heeft een wonderbaar plan van verlossing; in dit plan is ingesloten, dat eens alle vijandschap ten einde zal zijn en voor de vrede plaats moet maken. Vergaand zal dit al op het Vrederijk het geval zijn, definitief echter pas dan, wanneer de eeuwige toestand van vrede en rust begint. God zla ook de vrede door de Heer Jezus, Die daartoe de grondslag op het kruis heeft gelegd, bij stukjes en beetjes (vergelijk Kolosse 1:20-21). Niet in de laatste plaats is Hij daarom de God van de vrede. Hoe gelukkig mogen wij zijn, dat wij deze vrede nu al kennen en in onze harten ervaren mogen, omdat wij de God van de vrede kennen.

Werner Mücher, © Folge mir nach

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol