8 jaar geleden

Nog gezond? (3)

Hoofdstuk 3

TRAINING

“Laten wij … met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt” (Hebr. 12:1).
“U liep goed; … wie heeft u tegengehouden …?”

Sinds ongeveer vijftien jaar1 wordt aan de lichamelijke gezondheid weer zeer veel waarde gehecht. Moderne genoegens hebben de mensen van vele noodzakelijker lichamelijke activiteiten beroofd, maar kennelijk ook van vele geestelijke activiteiten. Het gemak van een gemoedelijke huiskamer, de warmte van het haardvuur of eenvoudig slechts een rustige avond, waarop men “niets doet”, schijnen voor veel christenen aantrekkelijker te zijn dan zieken te bezoeken, met een buurman over de Heer te spreken of zelfs de bidstond respectievelijk de bijbelstudie (bijbelbespreking) te bezoeken. Het gevolg is, dat wij veel geestelijke kracht verliezen en verslappen. In de voorbijgegane jaren was bij ons vaak de slogan te horen: “Loop om je leven”. Daarmee bedoelde men, dat wanneer men langer en gezonder leven wilde, men lopen of joggen moest. Ik weet niet of dat overdreven is of niet. Een ding is zeker: als men alleen maar neerzit en lange tijd niets doet, is dat voor de gezondheid gevaarlijk. Naast andere gevaren kunnen bloedstollingen in de benen ontstaan – in precies die leden die we rust gunnen wilden, hebben we daarmee de nodige doorbloeding verhinderd.

De Galaten schenen een probleem gehad te hebben, dat in dezelfde richting ging. Zij bezweken onder de valse leer van trouweloze broeders. De apostel Paulus schreef hen: “Gij liept goed; wie heeft u tegengehouden, dat u de waarheid niet zou gehoorzamen” (Gal. 5:7)?

Wat hindert ons om de wedloop te lopen? Het antwoord vinden we in de vermaning, die aan de Hebreeën gegeven werd: “… laten wij alle last en de zonde, die ons licht omstrikt, afleggen en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt, terwijl wij zien op Jezus” (Hebr. 12:1-2).

Hier worden vier dingen genoemd, die ons helpen moeten, goed te lopen:
Iedere last of hindernis afleggen. Heel vaak worden christenen in vele onnodige voornemens meegezogen. Natuurlijk hebben we onze verplichtingen, die we moeten nakomen. Ik heb patiënten, om wie ik mij bekommeren moet. Maar als ik vrijwillig in alle mogelijke comités zit, heb ik geen tijd meer voor geestelijke dingen. Een moeder die voor haar man en kinderen te zorgen heeft, maar die uren doorbrengt met haar bloemen te verzorgen, en nog meer uren in de een of andere vrouwenclub doorbrengt, zal moeilijk – mogelijk helemaal niet – tijd voor het lezen van het Woord van God opbrengen kunnen. Deze lasten zijn – op zichzelf genomen – geen zonden, maar zij zullen ons bij het lopen hinderen. WIJ MOETEN DAAROM ONZE PRIORITEITTEN VASTLEGGEN.De zonde aflegggen, die ons licht omstrikt. Misschien gaat het hier in het bijzonder om de zonde van het ongeloof; toch zal iedere zonde ons, als wij haar niet belijden, hinderen. Zij heeft een betoverende werking. Men kan niet verwachten, goed te lopen, als men halverwege slaapt.Met volharding lopen. Iedere atleet leert, dat hij niet opeens een meester worden kan. Hij moet een hoge mate van geduld en zelfdiscipline opbrengen.Op Jezus zien. Dat is het eigenlijke geheim van het gelukken. Bedenk hoe Hij het kruis gedragen heeft vanwege de voor hem liggende vreugde.
BELANGRIJK: LEG JE PRIORITEITEN VAST

Het is zeker zo, dat lichamelijke training in de vroege kinderjaren beginnen moet. Hoewel het op geestelijk gebied nooit te laat is, de Heer te dienen, is het absoluut beter, in de jonge jaren daarmee te beginnen. Jeremia zei: “Goed is het voor een man, als hij een juk draagt in zijn jeugd” (Klaagl. 3:27).

Koning Salomo, de meest wijze van alle koningen, (behalve de KONING DER KONINGEN) geeft de volgende actuele raad: “Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd” (Pred. 12:1). Dan beschrijft hij in pakkende beelden de lichamelijke veranderingen, die de ouderdom met zich meebrengt (Pred. 12:1-6) en die ons daarin hinderen zullen, Hem te dienen, zoals wij graag willen.

“… maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden,zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,zij zullen lopen en niet moe worden”(Jes. 40:31).

De christen is hier op aarde achtergelaten om Christus te tonen, “die [het land] is doorgegaan, goed doende en allen genezende” (Hand. 10:38). Paulus verklaart met niet mis te verstane woorden, dat wij niet door werken, maar door genade gered zijn. Dan voegt hij eraan toe, dat deze nieuwe geboorte, deze nieuwe schepping in Christus Jezus “tot goede werken” is, “die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen” (Ef. 2:8-10). En de opdracht van de Heer aan Zijn dienaars luidde: “Drijft handel totdat Ik kom” (Luk. 19:13).

Niettemin vereist arbeid ook rustpauzes! Herinner je, hoe de Heer tegen de discipelen zei, toen zij van hun opdracht terugkeerden: “Komt u naar een woeste plaats [met Mij] alleen en rust een weinig” (Mark. 6:31)? Uitrusten betekent geen luiheid. Uitrusten is in geestelijk opzicht de stille, persoonlijke gemeenschap met de Heer. Georg Müller, een man Gods, die weeshuizen stichtte en een man van geloof was, schreef eens: “Het heeft de Heer behaagd, mij een waarheid te leren, waarvan ik al meer dan veertien jaar profiteer. Dit is het punt: ik zag duidelijker dan eerst, dat de belangrijkste bezigheid, waarmee ik mij elke dag moet bezighouden, deze is, mijn ziel in de Heer gelukkig te houden. Het eerste waarom ik bezorgd moet zijn, is niet, hoeveel ik de Heer dienen kan, maar hoe ik zover kom, dat mijn ziel in een gelukkige toestand is en hoe mijn innerlijke mens gevoed wordt”.

Een belangrijk aspect in het werk voor de Heer is het GETUIGENIS voor Hem. GETUIGENIS houdt in, dat men het evangelie van de genade van God anderen voorstelt, maar is daartoe niet beperkt. Wanneer iemand gelovig geworden is, wenst hij in de regel, dat anderen zijn wonderbare ervaring zouden mogen delen. Alleen daardoor neemt de vreugde al toe. Ik las eens van een man, die zich gedurende een evangelieveldtocht bekeerde. In de week die volgde sprak hij met de evangelist en zei hem, dat hij niet zo gelukkig was als hij verwacht had. De evangelist vroeg hem, of hij tegenover iemand van zijn behoudenis getuigd heeft. De man gaf toe, dat hij dit niet gedaan had. In de volgende week vertelde hij enkele mensen ervan, en zijn probleem was opgelost.

Getuigenis afleggen betekent ook, dat men alle aspecten van de genade en goedheid van God verkondigt. Nadat de apostel Petrus de gelovigen over hun voorrechten en hun wonderbare positie geschreven had, voegde hij eraan toe “opdat u de deugden zou verkondigen van Hem, die u uit de duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaar licht” (1 Petr. 2:9).

Dit “verkondigen” moet door woorden en daden gebeuren. Het ene zonder het andere is niet voldoende. Als ik alleen goede werken doe, maar niet van Christus spreek, dan is het geen getuigenis afleggen. Als ik spreek, maar mijn leven geen bewijs voor Gods genade levert, zijn mijn woorden nutteloos. “Opdat zij uw goede werken zien”, zei de Heer Jezus, “en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken” (Matth. 5:16).

Voordat wij dit thema afsluiten, zou ik graag een praktisch voorstel willen doen. Iedere gelovige zou met een bepaalde arbeid bezig moeten zijn. Bijvoorbeeld zou iemand kunnen beslissen, elke dag of elke week een tractaat te versturen. Een andere kan betrokken zijn bij een gevangenisdienst, en een derde kan beslissen, de eenzamen in de ziekenhuizen of bejaardentehuizen te gaan bezoeken. In deze zaak kunnen we ook onze kinderen al vroeg bemoedigen. Als een kind geleerd wordt, een kleine bijdrage van zijn zakgeld aan hongerende kinderen in het buitenland te sturen, leert het goede principes kennen. Belangrijk is, dat ieder van ons duidelijk omlijnde doelen en verantwoordelijkheidsterreinen heeft. Naast deze diensten, die regelmatig gedaan worden, moet we voor gelegenheden open staan, de Heer te dienen en beschikbaar zijn, als er noden optreden.

“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig in het werk van de Heer, daar u weet, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Heer” (1 Kor. 15:58).

Wordt D.V. vervolgd.NOTEN VERTALER:
1. Dat is sinds 1980. In 1995 werd deze publicatie uitgegeven.

Schrijver: A.M. Behnam. De Amerikaanse originele uitgave verscheen onder de titel: “To your health”, Believers Bookshelf, Sunbury, Pa. 17801, USA.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol