10 jaar geleden

Nog gezond? (1)

Opdracht

Deze publicaties worden aan alle kinderen van God opgedragen van wie de gezondheid door het schadelijke voedsel van deze wereld geleden heeft. Daarenboven is het opgedragen aan hen, die de wens hebben, zich in de best mogelijke gezondheid te verblijden tot aan het spannende ogenblik, wanneer “wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is” (1 Joh. 3:2).

Inleiding

“Immers is God … goed …
Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten …
Ik zal dan gedurig bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat; Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij [in] heerlijkheid opnemen. Wie heb ik [nevens] [U] in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!”
(uit psalm 73, een psalm van Asaf).

“Schrijft iemand een boek”, heeft eens William Kelly gezegd, “zo brengt hij daarmee tot uitdrukking, dat hij de lezer iets nuttigs aan te bieden heeft, hetzij dan als hij een gewetenloze man is”. Het vurig gehoopte nut van deze publicatie bestaat niet uit nieuwe informatie, maar in de herinnering aan de dingen, “die wij van het begin gehoord hebben”. De Heer Jezus heeft eens tegen Zijn discipelen gezegd: “Als gij deze dingen weet, welgelukzalig zijt gij als gij ze doet” (Joh. 13:17). Het doel van deze publicatie is dus vermaning.

De aanleiding voor deze publicatie is het treurige feit, dat wij met betrekking tot de materiële dingen wijzer geworden zijn dan met betrekking tot geestelijke dingen. We leven in een tijd, waarin vele christenen blijkbaar meer gedachten besteden aan wat zij eten en aantrekken zullen, dan over het welzijn van hun ziel. Men zou kunnen denken, dat men de betekenis van de woorden van onze Heer Jezus Christus heeft omgedraaid, die gezegd heeft: “Maar zoekt eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u er bij gegeven worden” (Matth. 6:33).

Feiten over voeding worden meer en meer tot een algemene kennis, en veel is langs de weg van publiciteit in de wereld van gezondheid al gedaan. Deze publicatie maakt ook van dit feit gebruik; het zou goed kunnen in het voorwoord te beginnen met de vraag: “Leert de natuur zelf u niet?” Want de natuur leert ons daadwerkelijk dat wij, als we niet eten, niet verwachten mogen, gezond te blijven. Als we ons niet wassen, kunnen we niet schoon blijven.

Met het oog op het lichaam heeft de auteur talloze gevallen geobserveerd, die de feiten bewijzen die in deze publicatie genoemd worden. Wat het geestelijk gezichtspunt betreft, bekent hij ootmoedig en beschaamd, dat hij altijd dan treurige en bittere ervaringen moest opdoen, als hij de principes voor goede gezondheid veronachtzaamde, die in deze publicatie beschreven zijn. Deze publicatie werd met de wens geschreven, anderen zo’n ervaring te besparen.

Ik ben in een christelijk gezin in Egypte geboren. Daar waren dikwijls dienaars van de Heer, die op reis waren. Ik hoorde het evangelie van kind af aan, en toen ik 15 jaar oud was, smeekte ik om redding. Hoewel ik gedeeltelijk overwinningen ervoer, waren er andere tijden van complete nederlagen. Deze ongelukkige toestand hield enkele jaren lang aan. Daarna ging ik naar de Verenigde Staten, om mijn studie medicijnen voort te zetten, wat vele uren van harde arbeid en intensief studeren vereiste. Als ik het gebed en het lezen van het Woord van God veronachtzaam, heeft dit altijd treurige gevolgen. Vaak vroeg ik mij af, of ik eigenlijk wel waarachtig wedergeboren was, en ik wist, dat het zo niet verder kon gaan. Of ik mij nu in de leeftijd van 15 jaar bekeerd heb of later, weet ik niet. Ik zal het weten, wanneer ik Hem zien zal, die mij gered heeft. Maar dat alles bewijst wel, wat ik in deze publicatie zou willen benadrukken: Een gelovige die het lezen van het woord van God en het gebed veronachtzaamt, kan in een toestand van “geestelijke leegte” vallen, zodat het moeilijk vast te stellen is, of hij dood of levend is. Maar de Goede Herder, die Zijn leven voor de schapen gaf, is ook “de grote Herder van de schapen”, die hen terechtbrengt.

Enkele jaren later pakte ik bij een voorbereiding van een vakantie toevallig twee boeken in. Het ene was “The death of a Nation” (in het Nederlands: “De dood van een natie”) van Storner, het andere “Gemarteld om Christus wil” van Wurmbrand. Het eerste toonde mij het lot van de wereld, waarin wij leven,het andere opende mij de ogen voor enkel echte christenen, die trouw waren tot de dood. Ik had voorheen al vele christelijke boeken gelezen. Maar het lijkt mij, dat het de Heer in Zijn goedheid behaagde, deze beide boeeken te gebruiken, om mij “in de paden van de gerechtigheid om Zijns Naams wil” te leiden. Als het Hem behaagde deze publicatie te gebruiken, om een andere ondervoede Christen te helpen, zou ik meer dan beloond zijn.

A.M. Behnam

* * *

Hoofdstuk 1

LEEFT U WERKELIJK?

“Wie de Zoon heeft, heeft het leven” (1 Joh. 5:12).

“En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus die U hebt gezonden” (Joh. 17:3).

“Want het loon van de zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer” (Rom. 6:23).

Voor ik er mee begin, over de principes voor een goede gezondheid te spreken, wil ik er zeker van zijn, dat mijn lezer ook werkelijk leeft. Dat mag wat merkwaardig klinken. Maar er zijn daadwerkelijk mensen, die boeken lezen en discussiëren en die toch – geeestelijk gezien – dood zijn. Er waren zelfs mensen, die toespraken over geestelijke thema’s hielden en zelf geen geestelijk leven hadden.

De apostel Paulus spreekt van dode mensen, die rondgaan! “En u, toen u dood was …” (Ef. 2:1-2). Deze dood betekent, dat zij fysiek leefden, maar geestelijk dood waren. De bijbel gebruikt het woord “dood” in drie betekenissen:

  1. De natuurlijke (of biologische) dood, die ons goed bekend is. Het is de scheiding van het lichaam van de ziel. Deze betekenis ligt ook in de uitspraak, “Het is de mensen beschikt éénmaal te sterven” (Hebr. 9:27).
  2. Geestelijke dood betekent, dat men niet wedergeboren is. De betreffende is uit het oogpunt van God nog dood in zijn zonden. Het betekent van hem, dat hij “vervreemd is aan het leven van God” (Ef. 4:18). Deze scheiding van God is de geestelijke dood, waarop Paulus in Efeze 2 vers 1-2 duidt. Dit is de toestand van allen, die de Heer Jezus Christus niet als Heiland en aangenomen hebben.
  3. De eeuwige dood is het uiteindige en eeuwige lot van hen, die geestelijk dood zijn. Zij zullen een verschrikkelijke eeuwigheid ervaren in de scheiding van God.

Wanneer iemand een hartstilstand krijgt (dat betekent dat zijn hart ophoudt met tikken), betekent voor hem onderricht over de gezondheid, zoiets als het juiste dieet en hygiëne, helemaal niets. Niemand zal op dat moment eraan denken, om voor de zieke een lezing te houden, over dat hij meer beweging nodig heeft. Dat zou vergeefse moeite zijn. Hij moet eerst tot nieuw leven gebracht worden; men moet de hart-longen-massage aanwenden. Als het hart reageert en weer tot leven gebracht worden kan, dan zijn aanwijzingen over een andere levenswijze waardevol voor de zieke. Als u nog geen eeuwig leven ontvangen hebt, dan mag ik u nu met de Persoon bekend maken, die u dit leven geven wil. Hij kwam, opdat mensen “leven hebben, en het overvloedig hebben” (Joh. 10:10b). Het is Jezus Christus, de Heer. Allen, die Hem aannemen – dat zijn zij die in Zijn Naam geloven, – die maakt HIJ door de nieuwe geboorte tot kinderen van God (verg. Joh. 1:12-13).

Eerst had ik erover nagedacht, dit hoofdstuk een andere titel te geven, namelijk “Het rassenvraagstuk”. Dit daarom, omdat in de geneeskunde het ras van een mens voor zekere gezondheidsproblemen bepalend zijn kan. Er zijn bijvoorbeeld zekere ziekten, die vaker bij Oosterlingen optreden, andere onder kleurlingen en andere weer onder Joden. Misschien bent u verrast te ervaren, dat er – geestelijk gezien – slechts twee rassen zijn:

  1. zij, die slechts éénmaal geboren zijn; zij zijn gewoon mensenkinderen en
  2. zij, die wedergeboren zijn; zij zijn bovendien nog kinderen van God.

Voor de laatste groep is deze publicatie geschreven. Als u nog niet wedergeboren bent, begin dan alstublieft niet met het volgende hoofdstuk, vóór u Christus als uw Heer aangenomen hebt. Hij wil graag, dat u dat doet. Schuif het niet voor u uit. Hij spreekt nu tot u.

“Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen” (Joh. 6:37).

Hoofdstuk 2

VOEDING

“[Als] Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap van mijn hart” (Jer. 15:16).

“Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!” (Ps. 119:103).

Misschien hebt u al de uitspraak van enkel voedingswetenschappers gehoord: “U bent wat u eet”. Daarin ligt zeker iets wat waar is. Wanneer men bijvoorbeeld voortdurend voedsel tot zich neemt, die weinig ijzerhoudend is, kan zich een “tekort aan ijzer in het bloed – bloedarmoede – voordoen. Wanneer men teveel eet, wordt men zwaarlijvig; en verhongeren leidt tot een sterke vermagering (dit is verval van het lichaam).

Enkele jaren geleden shockeerden de media de geciviliseerde wereld met hartverscheurende beelden van uitgeteerde, van honger stervende kinderen met ingevallen ogen en uitstekende ribben. We hadden allen diep medelijden met hen, bij enkelen van ons ging dat zover, dat we zelfs iets daartegen deden! Maar is er is een nog een veel ernstiger probleem dan de fysieke hongerdood, een probleem dat in onze huizen bestaat en waar tegenover wij blijkbaar onverschillig zijn. Ik spreek natuurlijk over de geestelijke hongerdood. Terwijl immense sommen aangewend moeten worden, om hongersnoden in het buitenland te lenigen (en we zouden in deze gevallen zeer royaal moeten geven), is de voorwaarde voor onze geestelijke voeding, dat men zeker eerst daarnaar verlangt. We moeten de nood van geestelijke ondervoeding erkennen en de vele ziekten, die daarvan het gevolg zijn. Natuurlijk kan de ongelovige dat neit begrijpen. Enkele jaren geleden had ik bij de kapper een gesprek met een man. Hij kwam op het onderwerp “hongerende kinderen” te spreken. Ik was het helemaal met hem eens, dat dit een treurige situatie is, maar voegde eraan toe, dat het net zoo erg is, als men niet van het brood van het leven gegeten heeft. Hiermee kon hij niet instemmen. Toen ik de volgende keer naar mijn kapper ging, vertelde hij mij, dat die man dood op de grond gevallen was, toen hij op de drempel van zijn huis stond, om de deur te openen. Ik hoop dat hij de Heer nog heeft leren kennen, vóór hij stierf.

Wat moet ik eten? Wat is werkelijk voeding voor de gelovige? Dat zijn zeer belangrijke vragen.

Iedere moeder die een baby verwacht, wil bijvoorbeeld graag weten, waarmee zij haar kind voeden moet, zodra het geboren is. Klaarblijkelijk moet een baby eerst met melk of babyvoeding gevoed worden. Maar al spoedig verwacht men, dat het groeit en zichzelf met vaste spijs voedt.

Terwijl alle ouders zeer ontseld zouden zijn, wanneer hun baby niet groeien zou, zijn wij vaak nauwelijks bezorgd, wanneer het om de geestelijke dingen gaat.

Wat nu de geestelijke voeding betreft, of het de melk voor de baby of het vlees voor de volwassenen is, wij zullen alles in het Woord van God, de BIJBEL, vinden.

Jeremia, die gevoelige profeet, die in Israël gedurende een tijd leefde, toen het Woord van God bijna geheel vergeten was, zei eens tegen God: “[Als] Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap van mijn hart” (Jer. 15:16). Het is een voeding die vreugde geeft. Psalm 119 is, zoals u weet, de langste psalm (ook het langste hoofdstuk) in de bijbel; het heeft 176 verzen, en in minstens 170 verzen wordt het Woord van God genoemd. In vers 103 zegt de schrijver: “Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!” Het is ook voeding, die levensnoodzakelijk is. In de voedingswetenschap kent men voedingsmiddelen, die noodzakelijke bestanddelen hebben en die het lichaam niet anders tot zich nemen kan. Ze moeten opgenomen worden, opdat het lichaam op een gezonde manier functioneren kan. De Heer Jezus benadrukte, dat de mens niet alleen van brood leeft, “maar van alle woord dat door [de] mond van God uitgaat” (Matth. 4:4).

We zien ook, dat de bijbel (het Woord van God) Gods voeding voor Zijn kinderen is, en wel zoete en levengevende voeding.

We willen nu voedingsziekten bespreken. We zullen kort vier problemen in verband met met de voeding behandelen: Ondervoeding, zwaarlijvigheid (overmatig eten); slechte voeding en levensmiddelenvergiftiging.

ONDERVOEDING

Ongetwijfeld is heden ten dage ondervoeding één van de ernstigste en meest voorkomende problemen die optreden onder christenen. Dit hangt niet met de schaarste van de levensmiddelen samen zoals bij fysieke ondervoeding. Ook is het het verlangen van onze God en Vader, dat al Zijn kinderen passend gevoed worden. De Heilige Geest zei door Paulus: “Laat het woord van Christus rijkelijk in u wonen” (Kol. 3:16). Het boek der psalmen beging met de beschrijving van een man, die waarachtig gezegend wordt en voortdurend vrucht voortbrengt. Deze man heeft grote lust in de wet van de Heer. Hij denkt erover na dag en nacht (Ps. 1).

WAAROM zijn dan zoveel christenen ondervoed? Als u de gewoonte hebt, de duivel daarvoor verantwoordelijk te stellen, kunt u dat ook ditmaal doen en daarbij helemaal in uw recht staan. Satan wil zeker niet, dat u zich net het Woord van God voedt. Hij weet, hoe schadelijk dit voor zijn zaak is. Met drie verzen wordt hij door de Heer Jezus in de woestijn geheel verslagen (Matth. 4:1-11). Satan weet, dat het “zwaard van de Geest, dat het Woord van God is” (Ef. 6:7), ten allen tijde de slag tegen hem gewonnen wordt. Dat is ongetwijfeld de reden, waarom satan vaak geprobeerd heeft, de bijbel weg te vagen, wat hem natuurlijk niet gelukt is. Een tijd lang heeft hij het de mensen succesvol onthouden, maar tenslotte heeft hij ook deze slag verloren.

HOE gelukt het satan dan toch, christenen af te houden om zich met het WOORD van God te voeden, als het toch een genot is en zo belangrijk voor de gezondheid? Het antwoord luidt:

Zij hebben de smaak verdorven. Hebt u wel eens een gezond jong persoon aan de tafel zien zitten, die zijn lievelingsmaaltijd kreeg en toch niet met de gewone goede smaak at? Zou je niet denken, dat hem iets hem de smaak verdorven heeft? Als een kind zich de maag met slecht eten volpropt, zal het geen plaats hebben voor het goede en voedingsrijke voedsel, dat het werkelijk nodig heeft. Ik geloof, dat dit feit veel ernstiger is, dan velen van ons er zich bewust van zijn.Waardeloos eten mag op zich onschuldig zijn, en wij kunnen ons wijsmaken en tenslotte zelfs geloven, dat wij wat dit betreft niet zo streng hoeven te zijn, tot het uiteindelijk ons hoofdvoedsel wordt. Er zijn vele soorten waardeloos eten: enkele smaken heel gekruid, veel heeft een kunstmatige smaak, maar één ding hebben ze allen gemeen: zij maken vol, zonder te verzadigen. De satan weet, dat verscheidene mensen verschillende smaken hebben, dan heeft hij voor ieder wat te bieden: bij de een zijn het “onschuldige” romans, bij de andere leeg gezwets of gebabbel, weer bij een ander is het een interessante televisie-uitzending. het resultaat is hetzelfde: het verderft de smaak.Nog een truc van de vijand is, dat hij iemand beweegt om zijn geestelijke maaltijd “een beetje” te verschuiven. Deze truc van uitstellen gebruikt hij altijd bij ongelovigen, en dat heeft zich als succesvol bewezen. Daarom zet hij dit ook vaak bij gelovigen in. Hij zegt bIjvoorbeeld tegen een huisvrouw, dat zij al haar huishoudelijk werk eerst moet doen. Hij zal haar zelfs aan vele dingen herinneren, die zij doen moet, altijd dan, als zij de Schrift lezen wil. Hij zal verschillende voorstellen hebben voor verschillende mensen, maar het doel, dat hij daarbij heeft, is altijd hetzelfde.

BEHANDELING

Deze ernstige toestand moet zorgvuldig verhinderd worden. Het moet direct bestreden worden, als het optreedt. In het Oude Testament geeft God door Mozes met betrekking hierop geboden: “En deze woorden, die ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt, en als gij opstaat” (Deut. 6:6-7). U ziet dus, dat deze voeding voortdurend gegeven moet worden. Deze onderwijzingen worden voortdurend herhaald. God beloofde Israël, dat dit hun dagen “gelijk de dagen van de hemel op de aarde” maken zou.

In het Nieuwe Testament worden wij vermaand, het verlangen naar het Woord van God te verlangen. De apostel Petrus geeft ons goede raad, dat wij, zoals een nieuw geboren baby naar melk verlangt (1 Petr. 2:2), eveneens naar het Woord van God verlangen moeten. Wanneer de baby naar de melk verlangt, huilt het, en niets zal het daarvan afbrengen, tot het dat krijgt. Speelgoed zal het niet bevredigen, en grapjes zullen hem niet bevallen. Het moet deze melk krijgen, opdat het “daardoor groeien” kan. Het is een treurig feit, dat veel volwassen christenen gemakkelijker van hun geestelijk voedsel afgetrokken kunnen worden dan baby’s van hun natuurlijke!

Zijn we eenmaal aan waardeloos eten gewend, zal satan het gemakkelijk hebben om ons hele “prulmaaltijden” aan te bieden. Dit eten wordt door onze Heer in de gelijkenis van de verloren zoon als de “peulenschillen die de varkens aten” (Luk. 15:16) genoemd. Vele vaders en moeders, die alleen al de gedachte, dat iemand zijn kinderen met vuilnis zou kunnen voeden, huiveren laat, gedragen zich relatief onverschillig met betrekking tot hun geestelijke voeding, die veel belangrijker is. Misschien is de lezer geshockeerd, zoiets te horen. Maar het is waar – in deze uitspraak ligt niet de minste overdrijving.

WAARSCHUWINGEN

Laat u waarschuwen voor “rommel-eten”.
Laat u daarvoor waarschuwen, geestelijke maaltijden te verschuiven.

“Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting de ganse dag” (Ps. 119:97).

We zien hier, dat het buitengewoon belangrijk is, een goede smaak en werkelijke honger naar het Woord van God te hebben, om ons in een goede geestelijke gezondheid te verheugen. Hoe meer we het Woord van God lezen en daarover nadenken, des te meer vreugde zullen we daaraan hebben en zullen des te meer daarin lezen en daarover nadenken willen.

GEBED

“Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet” (Ps. 119:18).

Anderzijds spreekt het waardeloze eten, die de wereld en hun god satan aanbieden, onze natuurlijke behoeften aan1.

Herinnert u zich, hoe de kinderen van Israël zich gedurende de woestijnreis eens naar de spijze van Egypte terugverlangden? Zij misten de komkommers, de watermeloenen, de prei, de uien en de knoflook (Num. 11:5). Ik kan hun gevoelens werkelijk begrijpen, omdat ik ook in Egypte geboren ben en daar 28 jaar lang geleefd heb. Ik heb bijna een heel jaar nodig gehad, om mij op de nieuwe voeding in de USA in te stellen. De voeding die de Israëlieten misten, smaakt zeer goed, maar heeft grotendeels toch heel weinig voedingswaarde. Verder veroorzaken knokloof en uien een slechte ademgeur! Het is vergelijkbaar met satans waardeloze eten. Uw taal zal u onmiddellijk verraden, en uw broeders en zusters zullen direct weten, dat u geen omgang met de Heer Jezus had, “want uit de overvloed van het hart spreekt de mond” (Matth. 12:34).

In tegenstelling daarmee misten de kinderen van Israël de spijze van Egypte niet, toen zij zich in de vruchten van het land Kanaän verheugden. Niets zal ons zo van het verlangen naar waardeloze voeding bevrijden als de gemeenschap met Christus en de gewoonte om zich te voeden met het Woord van God.

NOTEN:
1. Satan, de wereld en onze oude natuur (het vlees) zijn onze vijanden; dit thema wordt nogmaals onder de titel: “Gedachtenbescherming” in hoofdstuk 6 behandeld.

Wordt D.V. vervolgd.

Schrijver: A.M. Behnam. De Amerikaanse originele uitgave verscheen onder de titel: “To your health”, Believers Bookshelf, Sunbury, Pa. 17801, USA.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW