14 jaar geleden

Noach had ze alle zeven goed op een rij

Wij leven vandaag in een tijd die schrikbarend veel overeenkomst heeft met de dagen voor de zondvloed. Daarom hebben wij ook het geloof van Noach nodig, zoals dat ons in Hebreeën 11:7 voorgesteld wordt:

“Door het geloof heeft Noach, toen hij een Goddelijke aanwijzing ontvangen had over de dingen die nog niet gezien werden, eerbiedig1 een ark gereed gemaakt tot behoudenis van zijn huis, waardoor hij de wereld veroordeelde en een erfgenaam werd van de gerechtigheid die naar [het] geloof is”.

Noach werd 600 jaar voor de zondvloed geboren (Genesis 7:6). Hij leefde in een zeer verdorven wereld die rijp was voor het oordeel, in een eindtijd toen “de boosheid van de mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel van de gedachten van zijn hart te allen dage alleen boos was” (Genesis 6:5). Maar in tegenstelling met de geschiedenis van de toenmalige wereld staat er: “Dit zijn de geboorten [andere vertalingen: Dit is de geschiedenis – vertaler] van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten [andere vertalingen: onder zijn tijdgenoten – vertaler]. Noach wandelde met God” (Genesis 6:9).

Toen God besloot om te oordelen, stelde Hij een termijn van 120 jaar (Genesis 6:3) vast, “toen de lankmoedigheid van God bleef afwachten … terwijl de ark gereedgemaakt werd …” (1 Petrus 3:20). Noach die al vele jaren met God geleefd had, moest nu actief worden en de ark bouwen.

Noach wordt ook een “prediker van de gerechtigheid” genoemd (2 Petrus 2:5). Maar de woorden van zijn prediking worden ons niet meegedeeld. God richt onze opmerkzaamheid veelmeer meer op dat, wat Noach gedaan had. Juist daarin liet hij zijn tot voorbeeld strekkend geloof zien.

Met betrekking tot dit geloof deelt ons Hebreeën 11:7 in totaal zeven dingen mee, die wij op de rij af overdenken willen.

1. De grondslag van het geloof:

“toen hij een Goddelijke aanwijzing ontvangen had …”

– Geloof fundeert zich op het Woord van God

Aan het begin staat een uitspraak van God. God doet de eerste stap en openbaart iets van zijn gedachten. Noach reageert daarop met geloof.Vandaag heeft God zich volledig geopenbaard. Deze openbaring is afgesloten en in de Bijbel schriftelijk vastgelegd. Het geloof fundeert zich op het Woord van God – juist ook dan, wanneer het om dingen gaat die het menselijk verstand niet kan begrijpen of die nu nog niet te zien zijn. Het geloof neemt aan wat God zegt, omdat God het zegt.

2. Het gebied van het geloof:

“over de dingen die nog niet gezien werden”

– Geloof heeft met onzichtbare dingen te maken

God heeft Noach het komende oordeel aangekondigd. Daarvan was nog niets te zien. “… etend en drinkend, trouwend en uithuwelijkend, tot op de dag dat Noach in de ark ging, en zij het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam” (Mattheüs 24:38-39). Toen de vloed kwam, was het zichtbaar. Toen was er niets meer om te geloven, toen was het te laat!

In Mattheüs 24 staat er verder: “zó zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn”. Van het terugkomen van onze Heer is vandaag nog niets te zien. Ongelovige spotters vragen provocerend: “Waar is de belofte van Zijn komst? Want sinds de vaderen zijn ontslapen, blijft alles zó [als] van [het] begin van [de] schepping” (2 Petrus 3:3-4). Met andere woorden zeggen zij: “God zal niet onverwachts en in oordeel in de loop van de wereld ingrijpen; zo iets is er nog nooit gebeurd en zal ook nooit gebeuren …”. De apostel Petrus antwoord daarop met een verwijzng naar de zondvloed (vers 5-6). Toen heeft God zeer zeker door middel van oordeel ingegrepen en Hij zal het ook weer doen – niet meer door water, maar door vuur (vers 7).

3. De oefening van het geloof:

“door vreze Gods bewogen”

– Geloof bewerkt Godsvrucht2

De overtuiging van het oordeel bewerkte “vrees” in Noach. Dat was geen angst – zoiets wat de mensen ondervonden hadden toen de vloed kwam en zij voor een gesloten deur stonden – maar respect, Godsvrucht.

Het was geen verlammende vrees. Veelmeer zette het hem in beweging. “Door vreze Gods bewogen” begon hij met de bouw van de ark. Zijn geloof bracht werken tevoorschijn, zoals het altijd zal zijn, wanneer er geen dood geloof is (Jakobus 2:17). Een dood geloof zonder werken, zonder de bouw van de ark, had Noach niet kunnen redden (vergelijk Jakobus 2:14).

Ook voor ons geldt deze volgorde: Geloof – vrees – werken. Wij kennen bijvoorbeeld “de vrees van de Heer” (2 Korinthe 5:11), wij weten dat de ongelovigen voor de grote witte troon openbaar moeten worden en wat dat betekenen zal. Bewerkt dat bij ons niet woorden en werken?

4. Het werk van het geloof:

“heeft Noach … een ark gereed gemaakt”

– Geloof maakt actief

De ark gereed maken, was een geweldig grote opdracht, die Noach bijna niet scheen te kunnen verwerkelijken. Want laten we ons eens voorstellen: Er moet een man een schip bouwen, dat waarschijnlijk nog nooit iemand gezien heeft. In ieder geval was er voor die tijd nog nooit zulk een groot schip geweest. Met de buitenmaten van ongeveer 150 x 25 x 15 meter3 zou de ark zelfs de meeste schepen van de volgende millenniums4 overtreffen.

De “werf” van Noach lag, zoals wij aannemen, ver weg van de zee. De ark kon niet in het water worden neergelaten, maar moest wachten totdat het water bij haar kwam! Men kan zich levendig voorstellen hoe de tijdgenoten van Noach met hun hoofden geschud hebben.

Maar als de mensen hem rekenschap van zijn buitengewone bezigheid vroegen, was hij altijd bereid verantwoording af te leggen van de hoop die in hem was. In overdrachtelijke zin moest dat bij ons net zo zijn (1 Petrus 3:15).

De bouw van de ark was dus nauw verbonden met de prediking van Noach. De prediking fundeerde de bouw van de ark en de bouw van de ark maakte zijn prediking geloofwaardig. Zijn woorden en zijn daden pasten bij elkaar.

Ondanks zijn trouwe getuigenis, zag Noach toch géén of slechts zeer weinig resultaat. Behalve zijn naaste familie werd niemand gered. Het gevolg van de verkondiging hangt nu eenmaal niet alleen van de verkondiger af, maar ook van de hoorders. Zelfs de volmaakte “Zaaier”, de Heer Jezus, ondervond dat een groot deel van het uitgestrooide zaad geen vrucht bracht (Mattheüs 13:1-23).

Wanneer wij vandaag iets dergelijks beleven als Noach in die eindtijd vóór de vloed, moet ons dat niet onzeker of moedeloos maken. Wij moeten absoluut verder getuigenis afleggen van de Heer Jezus, zoals ook Noach verder aan de ark bouwde. Toen er 119 jaar voorbijgegaan waren en Noach – in dit opzicht – nog steeds vruchteloos aan de ark bouwde en predikte, gaf hij het niet op! Dag aan dag ging hij met zijn werk verder. Op bepaalde wijze werd zijn getuigenis zelfs steeds duidelijker, omdat de ark steeds concreter vormen aannam (vergelijk Spreuken 4:18).

5. Het resultaat van het geloof:

“tot behoudenis van zijn huis”

– Geloof heeft gevolgen

God redde Noach en zijn hele huis, zijn gezin. God heeft altijd het hele huis op het oog, wanneer het om redding gaat (zie b.v. Handelingen 16:15, 31-34). Dat heft weliswaar niet de verantwoording van de enkeling op. De vrouw van Noach, zijn zonen en schoondochters – zij moesten allemaal zelf in de ark gaan.

Aan het voorbeeld van Noach zien wij echter ook de verantwoording van het hoofd van het gezin. Hij deed alles wat mogelijk was en bouwde door geloof de ark “tot behoudenis [redding – vertaler] van zijn huis”.

6. Het getuigenis van het geloof:

“waardoor hij de wereld veroordeelde”

– Geloof spreekt een ernstige taal

Voor de ongelovige wereld was de bouw van de ark ook een getuigenis, dat haar veroordeelde. God heeft deze wereld geoordeeld (Genesis 6:13) en Noach die dit oordeel accepteerde, betuigde dat doordat hij de ark bouwde.

Toen God de gekruisigde Christus – welke de wereld verwierp – uit de doden opwekte, veroordeelde Hij de wereld definitief. De mensheid heeft ook deze laatste beproeving van God niet doorstaan, de boosheid had zijn hoogtepunt bereikt. Ieder die nu gelooft en zich aan de kant van Christus stelt – bijvoorbeeld door de doop -, erkent het oordeel van God en veroordeelt zo de wereld.

Ons mondelinge getuigenis moet er precies zo uitzien: Wij verkondigen de mensen niet alleen het heil (als het ware de redding door de ark), maar moeten ook van het komende oordeel spreken (overeenkomend met de zondvloed). Bij de boodschap van het heil hoort ook de donkere achtergrond van het oordeel, die de redding nog helderder laat lichten. Zonder deze achtergrond wordt het heil zelfs onduidelijk, zoals een ark zonder vloed geen zin gehad zou hebben.

7. Het loon van het geloof:

“en een erfgenaam werd van de gerechtigheid die naar [het] geloof is”

– Geloof wordt beloond

Van Noach kon God getuigen, dat hij rechtvaardig was (Genesis 6:9; 7:1). Hij heeft de gerechtigheid, die in overeenstemming met het geloof is en die naar de erfenis leidt. Noach zou als loon de nieuwe aarde, de aarde na de vloed, erven. God heeft het geloof van Noach dus niet onbeloond gelaten.

Ook ons geloof zal God belonen. Dat zou ons ook te meer moeten aansporen, om in deze wereld God door geloof te eren!

Joachim E. Setzer, © Folge mir nach

NOTEN:
1. Andere vertalingen hebben: “door vreze Gods bewogen”, hetgeen betekent het eerbiedigen van God. Deze uitdrukking zullen we ook verder hanteren, omdat het dichter bij de taal van de schrijver van dit stuk staat.
2. Godsvrucht: vrees van God, eerbiediging van God [vertaler].
3. Ter vergelijking: De ark heeft daarmee 1,5 keer de lengte van een voetbalveld.
4. Millennium: tijdsperiode van 1000 jaar.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, RM