15 jaar geleden

Nikolaas – een legende

Ook bij onze Oosterburen – Duitsland – kent men de naam Nikolaas, zoals wij Sint Nicolaas kennen. Hoewel daar de datum 6 december schijnt te zijn. Aangezien er veel overeenkomsten zijn, is het interessant en leerzaam dit eens nader te beschouwen. Hoe gaan wij om met dit soort gebruiken? Hoe is onze inzet om onze kinderen in deze tijd van passiviteit, fijne en goede jeugdherinneringen te bezorgen? Zoeken wij ook hierin de wil van de Heer in het gebed?

Nikolaas staat weer “voor de deur”. En zolang de kinderen lief geweest zijn, zullen zij op 6 december weer gevulde schoenen vinden, die zij de avond ervoor leeg voor hun deur hebben neergezet. En dat al wel bijna 1000 jaar. Een leuk gebruik, of niet? Het boogt toch op een lange en openbaar goede traditie! En wie zou zich niet, ook als hij al enkele jaren ouder geworden is, met vreugde deze tijd van “schoenen” herinneren? Maar wie of wat is “Sint Nikolaas” eigenlijk?

Nikolaas is noch een mythologisch figuur (dus van de godenleer afstammend) noch de sprookjesoom die met de slee en zijn rendieren boven de wolken weg suist. “Nikolaas” gaat terug op een werkelijke persoon. En toch zijn legende (in de betekenis van een beschrijving van het leven van een martelaar of een andere heilige) en feiten bij deze zogenaamde vriend van de kinderen en van de armen niet te scheiden. Er wordt vermoed, dat Simeon Metapharstes de biografieën van de bisschop van Myra en van de bisschop van Pinara (Nikolaas van Sion – vandaar de naam Nikolaas) vermengd1 heeft. Daaruit ontstond de “heilige2 Nikolaas” die de hele goede karaktereigenschappen in zich verenigen moet.

De geschiedenis van “Nikolaas”

Waarschijnlijk werd Nikolaas tussen 280 en 286 in Patara (in de omgeving van Antalya) geboren. Naar het heet onderscheidde hij zich al vroeg van andere kinderen en hield zich afzijdig van de vreugden van de andere jonge mensen, om in kerken godsdienstoefeningen te houden. Later zou hij bij een buurman die zijn drie dochters aan de prostitutie wilde overgeven, om in zijn armoede te kunnen voorzien, een klomp goud door het venster gegooid hebben, zodat de drie dochters “normaal” konden trouwen. Na de priesterwijding zou Nikolaas zijn geërfd vermogen onder de armen verdeeld hebben. Ook zou hij onder een keizer zijn gevangen gezet en zwaar mishandeld zijn geworden. De publiekelijk geliefde bisschop zou op 6 december 345 gestorven zijn en werd zeer spoedig een figuur die vereerd werd, zodat hij de “status van heilige” verwerven kon.

Zoals zo vaak – wanneer men bij een zogenaamde “heilige” persoon niet veel te berichten weet, schieten zeer snel legenden omhoog. Naar het heet waren bijvoorbeeld in Constantinopel drie officieren onschuldig wegens hoogverraad aangeklaagd. Toen zij in de kerker op hun beul wachtten, riepen zij tot God of Hij hun de heilige Nikolaas ter hulpe wilde zenden. Deze verscheen dan direct aan de keizer in de droom en dreigde met het oordeel van God, in het geval hij het oordeel aan de drie officieren liet voltrekken. Daarop liet de keizer naar het heet de drie onschuldigen vrij. Sindsdien geldt de heilige Nikolaas als helper tegen verkeerde oordelen.

Het gebruik van Nikolaasdag

Uit deze legende – en menige afleiding ervan – ontwikkelde zich in de kerkelijke scholen al in de 13e eeuw de huidige “Nikolaas”-gewoonte. Een gebaarde Nikolaas komt op de vooravond van 6 december bij de kinderen binnen en doet met hen een gewetensonderzoek. In de eerste plaats was Nikolaas voor velen in “Christelijke” zin weldadig en bezorgd om kinderen, laten verbonden zich met de gewoonte Germaanse mythen: De met ketting ratelende zwarte Piet (een duivelsgestalte) kwam erbij, de zogenoemde knecht Ruprecht [in het Nederlands Robert, Robbert of Rob – vert.]. In het midden van de 19e eeuw werd dan in Noord-Duitsland een nieuwe gestalte in de Nikolaasgeschiedenis ingevoerd: de Kerstman – zoals wij hem vandaag “kennen”. Met de eigenlijke geschiedkundige figuur had hij zo vrijweel niets meer te maken!

De Christen en Nikolaas

Nu komt de natuurlijke vraag, of een Christen zich niet met dit romantische gebruik bezighouden en ook “zijn schoen vullen” laten kan. Ten eerste moet men zeker onderscheid maken tussen de “schoen-aktie” en het daarachter liggend gebruik! Op zich is het zeker vreugdevol voor kinderen dat zij een paar noten en zoetigheid krijgen – dat is geen vraag. Maar een andere vraag komt echter zeer zeker naar voren: Hoe verklaren wij aan kleine kinderen dit gebruik? Of waarom volgen wijzelf met kinderen, vrienden of ouders deze “legende”? Want zoetigheid kan men ook zonder zo’n “vorm” eten en schenken.

Feitelijk is het immers zo, dat niet weinig kinderen – hoewel dan ook misschien voor de grap – op de een of andere wijze wordt wijsgemaakt, dat hier Nikolaas voorbij is gekomen, die naar de goeden gekeken heeft. En alleen de lieve kinderen zouden zulke zoetigheden krijgen. Op deze plaats gaat het mij niet om de genotzucht en genotmaatschappij waarmee wij te maken hebben. Want vandaag laten het velen niet alleen meer bij een paar lekkernijen. Dat is op zichzelf al een probleem.

Mij gaat het daarom, dat wij – hoewel dan ook voor de grap – van een persoon vertellen die vandaag niet meer leeft, maar – naar het heet – bepaalde dingen doet. Daarmee wordt kinderen iets voorgespiegeld, wat in hun fantasie eruit ziet als toverij.

Misschien zal deze uitspraak sommige lezers verwonderen en hun extreem voorkomen. Maar – zelfs onder Christenen – schijnt het niet ongewoon te zijn zelfs Nikolaas- en Kerstmanverkleedpartijen mee in het spel te brengen. Dit voorspiegelen van verkeerde feiten maakt een (extra) misbruik van kinderlijk geloof openbaar.

Ons wordt opgedragen: “Legt daarom de leugen af en spreekt de waarheid, een ieder met zijn naaste” (Efeze 4:25)3. Daarom kunnen wij niemand een Nikolaas-legende voorspelen – ook onszelf niet!

Moderne afgodendienst

Voor iedere gelovige Christen moet het duidelijk zijn, dat hij geen zogenaamde “heiligen” vereren kan. Elk soort verering van een mens in plaats van de Heer Jezus is in principe afgodendienst. Tot deze zogenaamde “heiligen” behoort ook Nikolaas. Moet ik dan een aan gebruik meedoen die een van deze “heiligen” vereert, en mij zo in de rij plaatsen van hen die afgodendienst uitoefenen?

We lezen ergens in de Bijbel: “Welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? … En welke overeenkomst heeft Gods tempel met de afgoden?” (2 Korinthe 6:14-16). En Johannes roept de ontvanger van zijn brief tot slot toe: “Kinderen, wacht u voor de afgoden?” (1 Johannes 5:21).

Christenen mogen met vreugde en plezier spellen met kinderen doen. En zij kennen een God, die “alles rijkelijk geeft om te genieten” (1 Timotheüs 6:17) – ook chocolade. Met “zoetigheden” en slimme ideeën kan een kinderfeest of een familienamiddag een heel vrolijk samenzijn worden; spook- verschijnings- of “heiligen”-verhaaltjes zullen dan door niemand gemist worden. Wie de kinderen iets goeds geeft, zal in de regel ook goeds oogsten. Veel vreugde bij de volgende kinderfestiviteit!

En wat dan, wanneer de vriendjes en vriendinnetjes op school, buren of collega’s de volgende morgen van de overdadige geschenken vertellen, die zij in hun “schoen” gevonden hebben? Dan hebben wij de kans om te vertellen van Hem die in waarheid barmhartig, zachtmoedig en nederig van hart was. Dat mag misschien als “hulp” iets “goedkoop” aandoen. En feitelijk behoort daarbij een beetje moed, om op deze manier ten opzichte van de Heer staan. Die moeten we echter opbrengen voor Hem, die niet alleen wonderen heeft gedaan, maar Zijn leven aan het kruis van Golgotha voor ons heeft overgegeven.

Manuel Seibel

NOTEN:
1. En ook hier zijn er vele bronnen die zeer verschillende namen en plaatsen aangeven.
2. Sinds de 10e eeuw mogen alleen nog pausen een gestorven mens heilig verklaren. Voorwaarde is dat tenminste twee wonderen door de voorbede van de heilig te verklaren persoon bewerkt werd. Dit bedrijven van de heilig- of zaligspreking door een “menselijke” paus is in volledige tegenspraak met het Woord van God. Daar worden geen doden heilig verklaard, maar al diegenen die hun leven aan de Heer Jezus Christus hebben overgegeven, worden “heiligen” genoemd (bijvoorbeeld Efeze 1:1 en op vele andere plaatsen).
3. Hier wil ik aan toevoegen de tekst uit Filippi 4:8: “Overigens, broeders, al wat waar …. al wat beminnelijk (dit is waard om lief te hebben), al wat welluidend is … bedenkt dat” [vert.] .

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW