14 jaar geleden

Niets anders dan trouwen?

Zijn alleenstaande mensen slechts halve mensen? – Wanneer zij aan menige uitingen of bemoeienissen in hun omgeving denken, zouden zij deze indruk wel kunnen krijgen. Daarom is het gemakkelijk mogelijk dat zij zich tenslotte zelf zo zien. Helaas onderscheiden wij Christenen ons ten opzichte van hen vaak weinig van de wereld. Ook wij denken soms een handje te moeten helpen bij het “geluk” van zulke brusters (= broeders en zusters). Men meent het immers zo goed! Maar het is zeer wel mogelijk dat het later niet goed afloopt. Hoe menig onbedachtzaam jawoord gaat wel niet terug op aandringen, het prikkelen, “goedgemeende voorstellen” en dergelijke? – De Bijbel ziet het “alleen-zijn” anders.

God leidt ieder, maar niet ieder hetzelfde

God heeft de mens als man en vrouw geschapen (Genesis 1:27; Mattheüs 19:4). Maar bij alle verschillen tussen de beide geslachten zijn zij onafzienbaar op elkaar, als wederzijdse aanvulling, aangewezen (Genesis 2:18,24). Zo mag men zeker zeggen dat het huwelijk door de Schepper als regel voor de mens gedacht is. Maar dan betekent dat nog niet dat een eenling slechts voor half zoveel geldt. Wij weten dat de roeping van God in bepaalde gevallen zelfs een vrijwillig afzien van het huwelijk kon en kan inhouden. In het bijzonder in het Nieuwe Testament wordt zulk een ongehuwde staat hoger dan de huwelijkse staat geclassificeerd; zij kan een genadegave zijn (1 Korinthe 7:8) maar haar gebruik moest altijd op vrijwillige basis berusten (vers 37). Over het algemeen valt op, dat in dit hoofdstuk de ongehuwde staat voor een kind van God – in tegenstelling met de overige voorstellingen – als uiterst positief gezien wordt, wanneer ook gevaren niet verzwegen worden.

Wij willen dus vasthouden dat er tegen de wens en het besluit om te trouwen, ingeval de Heer het zo leidt, naar de Schrift niets in te brengen is. “Wie trouwt doet wel” (zie vers 38)*. Maar wij vinden ook duidelijk dat er in deze aangelegenheid geen schema is. De leiding en de timing van de Heer zal er bij iedere gelovige anders uitzien. Zo moet ieder voor zich Zijn wil ontdekken en zich de bereidheid laten schenken om haar te accepteren. Dat is werkelijk niet eenvoudig; ons geloof en onze gehoorzaamheid wordt soms hard beproefd.

Een wankele visie

Naast de echter noden dat het ongehuwd zijn met zich mee brengt, zijn er ook problemen die eenvoudigweg op verkeerde voorstellingen en zienswijzen berusten. Deze kunnen door anderen gevormd of zelfgevormd zijn – vaak zijn beide het geval. In principe zijn het vurige pijlen van de boze. Men kan zich alleen met het schild van het geloof daartegen beschermen. Wij willen enkele noemen:

  • Aan het huwelijk worden niet zelden onrealistische en overtrokken verwachtingen verbonden, zoals bijvoorbeeld: het zal automatisch mijn psychische, familiaire, beroeps en vele andere problemen oplossen. Zij zal mijn aanzien en zelfbewustzijn verhogen. Alleen zij garandeert mij een blijvend en ongestoord geluk garanderen.

Menselijk verstandig zijn zulke gedachten beslist, maar toch zijn het – zoals al gezegd is – vurige pijlen van de boze. Wij willen daarom proberen tot een betere kijk op de dingen te komen.

God heeft een plan

God heeft een concreet plan voor het leven van Zijn kinderen (Jesaja 45:11). Dit heeft tot doel dat wij tot Zijn eer vrucht voortbrengen en als discipelen van de Heer Jezus leven (Johannes 15:8). God heeft al goede werken klaar liggen die ons praktisch leven moeten uitwerken (Efeze 2:10). Door Gods leidingen moeten wij ook Hem en ons zelf beter leren kennen; maar Zijn doel zal altijd blijven ons wel te doen (Deuteronomium 8:2,16). Maar Zijn gedachten zijn niet onze gedachten, en onze wegen zijn niet Zijn wegen (Jesaja 55:8). Zijn voetstappen zijn niet bekend (Psalm 77:20). Dat is ook zo met het oog op een mogelijk huwelijk. Zij beeldt slechts een deel van de wegen van God met ons uit, ook wanneer het wachten het zwaarste is. Zo kunnen problemen met het ongehuwd zijn alleen in het kader van de grotere problemen, het beslist aannemen van de leidingen van God, duurzaam opgelost worden. Want het geheim van het geluk en tevredenheid ligt niet in het vervullen van onze wensen, maar in het aannemen van de wegen van God.

Dromen of actief zijn?

Omdat God voor ons zorgt (1 Petrus 5:7), moeten wij onze tijd niet met toekomstdromen verbeuzelen, maar mogen we Hem vragen wat wij vandaag doen zullen. Doe toch met de kalmte van het geloof dag na dag je plicht en wat God je anders nog toont. Gedeelten zoals 1 Korinthe 7:32-34 maken duidelijk dat alleenstaande gelovigen in de regel veel meer tijd, kracht en toewijding aan de Heer kunnen wijden dan getrouwde brusters. Zolang wij naar Gods wil ongehuwd zijn, zouden wij dat ook met blijdschap moeten doen. Je remt je geestelijke groei af en bent niemand tot zegen, wanneer je je jaren in passief wachten op een “dag X” doorbrengt. Wij zijn en blijven in de allereerste plaats dienaars van Jezus Christus.

Probleemloos huwelijk?

Is het realistisch door een huwelijk de oplossing van je meeste problemen te verwachten? In geen geval. Je zou al veel eerder geleerd moeten hebben met problemen om te gaan, ze door gebed en het raadplegen van Zijn Woord op te lossen. Want in het huwelijk, waar immers twee mensen eerst leren moeten steeds beter met elkaar om te gaan, zullen problemen in geen geval uitblijven. Vaak zal het daarbij zelfs om moeilijkheden gaan die geheel nieuw voor je zijn. Met enkele moet je ook alleen in het huwelijk klaar komen. Op welke verlossende gebeurtenis wil je dan hopen? Of je later trouwen zult of niet – leer als ongehuwde zo tijdig mogelijk problemen met de hulp van de Heer op te lossen.

Waardevermeerdering door het huwelijk?

Zou de trouwring voor jou een kolossale zelfbevestiging betekenen? Zo ja, op welke grond dan eigenlijk? Leeftijdsgenoten zouden je weliswaar misschien mogen bewonderen of benijden, dat je nu als “burgelijke staat: gehuwd” mag aankruisen, maar je persoonlijke waarde voor God en voor de mensen hangt niet van je burgelijke staat af. Als kinderen van God en als begenadigden zijn we voor Hem allemaal van gelijke waarde, gehuwd, ongehuwd of weduwe / weduwnaar. Ons toekomstig loon daarentegen zal zich onderscheiden naar gehoorzaamheid en trouw van de afzonderlijke individu. Ook daarbij zal de burgerlijke stand niet tellen, maar of een huwelijk of het afstand ervan doen een uitdrukking van gehoorzaamheid was. Wat je voor de mensen in je Christelijke en beroepsomgeving waard bent, hangt voor alles af van eigenschappen zoals medegevoel, hulpvaardigheid, geloofsmoed, vakbekwaamheid. Trouwen alleen zal je nauwelijks opwaarderen; op den duur zal hoogstens geregistreerd worden, hoe bij jou het huwelijk eruit ziet. In het geval jij er dan goed uitspringt, zou dat ook alleen maar aan de Goddelijke genade toe te schrijven zijn.

Zie je het juist?

Vraag je eerlijk af of je voorstellingen van het andere geslacht, van het huwelijk, van je moeder- of vaderrol aan de werkelijkheid beantwoord. Mogelijkerwijs zijn deze voorstellingen door de dolle wereld in vele romans, door vertellingen, propagandafoto”s en mediagetuigenissen stellig sterk misvormd. De Bijbel is daarin heel nuchter – volgens 1 Korinthe 7:28,33 hebben bijvoorbeeld gehuwden verdrukking in het vlees en ook zorgen. Ook moet niemand helemaal uitsluiten dat men zich in het huwelijk onder omstandigheden eenzamer en niet-geliefder kan voelen als voorheen. Spreken niet de hoge aantal echtscheidingen een duidelijke taal tegen de illusie dat men met een huwelijk automatisch en voor alle tijden beslag op het geluk zou hebben gelegd? Willen we niet liever op de leiding van God wachten, in plaats van ons voorbarig en onder geheel valse verwachtingen in een onzeker avontuur te storten? – Ik weet geen betere samenvatting van al het tot hiertoe gezegde, dan dit couplet uit een oud lied:

O mijn hart, wees toch tevreden!
O versaag zo snel niet in de nacht!
Wat uw God u heeft beschikt,
ontneemt ter wereld u geen macht.
Niemand hind’re wat Hij wil,
volhardt alleen, vertrouw maar stil;
ga de weg die Hij u zendt;
Hij begon en Hij volend.
 
Viktor v. Strauss en Torney [bewerkt door FW]

Gaan wij Christelijk met ongehuwden om?

Tot slot voelen wij als gehuwden zeker de noodzakelijkheid ons gedrag tegenover ongehuwden kritisch te overdenken. De omvang van onze fouten is groter dan we denken, hoewel wij ook vele daarvan onbewust gemaakt hebben. Maar dat verandert weinig aan het gegeven, dat allerlei verkeerde voorstellingen bij jongeren tot zulke fouten te herleiden zijn. Wij zijn er voor de Heer verantwoordelijk voor wat wij spreken en hoe wij hen ontmoeten.

Inwendig of hardop worden alleenstaanden herhaaldelijk door ons beklaagd; de Schrift doet dat niet. Indirect bekritiseren wij daarmee de wegen van God. Zo vele opmerkingen betrekking hebbend op het uiterlijk, bepaalde gewoonten of karakteristieke zwakheden, verbinden wij al bij kinderen vaak met de aanwijzing dat zij anders geen man / geen vrouw zouden kunnen krijgen (hangt dat dus in de eerste plaats van eigen bemoeienissen af?). Plannen wij, wanneer het om de opleiding van het meisje gaat, logischerwijze het latere huwelijk in? Hoort men al niet eens: Hoe kun je op jouw leeftijd nog bijzondere wensen met betrekking tot een man / een vrouw uiten? Beter hem / haar dan helemaal geen een! – Maar eigenlijk betekent dat: trouw om elke prijs! Laten wij ook niet door indiscrete vragen een “handje helpen”, bijvoorbeeld hoe hij / haar iemand wel bevalt of dat men deze of gene ook niet belangrijk vond. Als gelovigen moeten wij Spreuken 30:18-19 onvoorwaardelijk accepteren: “Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet: (…) de weg van een man bij een maagd”. Dat betekent toch ook dat wij “koppelingspogingen” in elke vorm moeten nalaten (hiertoe reken ik beslist niet psychische bemoeienissen).

Anderzijds kunnen wij onze ongehuwde brusters op een mooie wijze helpen wanneer wij hen in onze gezinnen uitnodigen, gemeenschappelijke ondernemingen in kleiner of groter verband ondersteunen of helpen organiseren. Bijna ieder van ons heeft wel een goede herinnering aan enige brusters die een hart voor de jeugd hadden, aan wie [of beter misschien door wie … vert. FW] wij blijvende zegen te danken hebben.

* [of: wie zijn eigen maagdelijke dochter of “(zoon, pupil)” of “(verloofde)” uithuwelijkt, doet wel; letterlijk “maagd” – vertaler FW].

Hans-Joachim Kuhle

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol