1 jaar geleden

Na de Babylonische ballingschap (19-20)

Esther 8:2,7,8,11*:

2. Vervolgens deed de koning zijn zegelring af, die hij van Haman afgenomen had, en gaf die aan Mordechai …
7. Toen zei koning Ahasveros tegen koningin Esther en tegen de Jood Mordechai: …
8. Schrijft u dan zelf over de Joden zoals goed is in uw ogen, in naam van de koning, en verzegelt u het met de zegelring van de koning …
11. In de brieven stond dat de koning de Joden in elke stad toestond zich te verzamelen, op te komen voor hun leven, en iedere macht die hen in het nauw zou willen brengen, uit welk volk of gewest ook,  weg te vagen …”.

XIX

Een nieuw decreet

De slechte Haman werd aan de galg gehangen die hij had gemaakt om Mordechai aan op te hangen. Esther had haar verwantschap met Mordechai bekendgemaakt. Maar Hamans moorddadige decreet was nog steeds van kracht, want de wet van het Perzische rijk kon wettelijk niet ingetrokken of gewijzigd worden. God vertelt ons dat hemel en aarde voorbijgaan maar dat Zijn Woord voor altijd stand houdt in de hemelen. Wanneer de mens probeert Gods plaats in te nemen moet hij zich schamen en zal falen.

Onder tranen smeekte Esther nu om de brieven die Haman had verzonden tegen de Joden te herroepen. De koning gaf toen Mordechai en Esther toestemming om te schrijven wat ze wilden en stuurde deze brieven door het hele rijk in zijn naam, verzegeld met zijn zegelring. Hun brief gaf de Joden toestemming om voor hun leven op te komen, hun vrouw en kinderen te beschermen, en op de dag dat zij door hun vijanden dreigden te worden uitgeroeid de bezittingen van hen mochten plunderen.

Zo werkt God wonderlijk, Wiens naam niet openlijk in dit boek genoemd wordt, om Zijn aardse volk te beschermen. In Zacharia 2 vers 8 laat Hij de heidenvolken die Zijn aardse volk plunderen weten dat “wie u aanraakt, Zijn oogappel aanraakt”. Ondanks al hun ontrouw, Zijn liefde voor Israël veranderde nooit. Wanneer we zien hoe Hij voor hen zorgde, kunnen we dan twijfelen aan Zijn trouwe zorg voor ons christenen, Zijn hemels volk voor wie Hij Zichzelf gaf? Hijzelf zei: “Ik zal u geenszins begeven en u geenszins verlaten (Hebr. 13:7).

XX

Esther 8:15:*
15. Mordechai ging bij de koning weg in een blauwpurperen en wit koninklijk gewaad, met een grote gouden kroon en een mantel van fijn linnen en roodpurper. En de stad Susan juichte en was blij.

Esther 9:20-22:*
20. Mordechai beschreef deze gebeurtenissen, en hij zond brieven aan al de Joden, dichtbij en ver weg, die in alle gewesten van koning Ahasveros waren,
21. om voor hen vast te leggen dat zij ieder jaar de veertiende dag van de maand Adar en de vijftiende dag daarvan moesten vieren
22. als de dagen waarop de Joden rust gekregen hadden van hun vijanden, in de maand die voor hen veranderd was van verdriet in blijdschap en van rouw in een feestdag.

Gedenken

Hoe snel kunnen sensationele veranderingen plaats vinden! Mordechai, die eerder in de morgen nog het voorwerp van de wraakzuchtige haat van Haman geweest was, – volgens Hamans hoopvolle verwachting bestemd voor de galg – was het voorwerp van vreugde van de koning geworden. Haman moest proclameren dat Mordechai die persoon was en begeleidde hem, rijdend op een koninklijk paard en gekleed in een wit gewaad, dat eerder de koning gedragen had, over het stadsplein van Susan (zie: 6:6-12).  Het lafhartige plan van Haman kwam aan het licht en hij werd aan zijn eigen galg opgehangen. Mordechai werd verheven tot de hoogste positie in het koninkrijk. Om de wet met het doel de Joden uit te roeien te annuleren, voegden hij en Esther een nieuwe wet toe, dat hen het recht gaf om zichzelf te verdedigen tegen hun vijanden en hun bezittingen te plunderen.

Mordechai nu ging bij de koning weg gekleed in prachtige koninklijke kleding, gekroond met een grote gouden kroon. Bij de Joden was blijdschap en vreugde; hun droefheid was voorbij. Licht en blijdschap, vreugde en eer was hun gelukkig deel (Esther 8:15-17). En op de dag die voor hun ondergang bestemd was, werden 500 vijanden in Susan plus 75.000 meer in de rest van het rijk gedood (Esth. 9:5-6,12,16).

Hoewel Zijn Naam hier niet genoemd wordt, heeft God machtig gewerkt! Hij heeft Zijn volk lief met een eeuwigdurende liefde. Hij zorgt trouw voor hen. Mordechai en Esther nu schreven aan alle Joden, dichtbij en ver weg, het jaarlijkse feest van Purim te stellen om deze grote bevrijding te herdenken. Hoe toepasselijk ook voor ons om met een dankbaar hart Gods wonderbaarlijke weldaden die we ervaren, te gedenken!

* Lees ook hoofdstuk 8 en 9.

 

© The Lord is near, Eugene P. Vedder, Jr.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol