Leestijd: 2 minuten
Psalm 62 vers 2-3:
“Zeker, mijn ziel is stil voor God; van Hem is mijn heil. Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn veilige vesting; ik zal niet al te zeer wankelen.”Psalm 62 vers 6-7:
“Zeker, mijn ziel, zwijg voor God, want van Hem is mijn verwachting. Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn veilige vesting; ik zal niet wankelen.”
Het lijkt hetzelfde wat David schreef in Psalm 62, vers 2 en 3, alsmede in verzen 6 en 7. Toch zijn er subtiele verschillen waaruit we iets kunnen leren.
In vers 2 en 3 presenteert David zijn vertrouwen in God als een feit. Hij vertrouwt stil op God, van Wie de verlossing komt, maar hij denkt nog steeds, dat het mogelijk is dat hij een beetje kan gaan wankelen. Het is opmerkelijk, dat hij zichzelf na deze woorden vergelijkt met een hellende wand en een instortende muur (Ps. 62:4).
In vers 6 en 7 spoort David zijn ziel aan om op God te vertrouwen. Hij vertrouwt volledig op God, van Wie hij alles verwacht. Hij weet, dat hij zijn vertrouwen in God eenvoudigweg nog verder kan uitbreiden. En hij is zeker: ik zal in geen enkel opzicht wankelen. Woorden van vertrouwen volgen, waarin David ook anderen oproept om op God te vertrouwen (Ps. 62:9).
Kunnen we hieruit niet leren, dat we geen volledige vrede zullen vinden zolang we ons bezighouden met ons geloof? Als we ons oog meer op God richten en minder van ons vertrouwen spreken, zullen we meer vertrouwen krijgen. Dan zullen we zeker zijn: “Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft” (Ps. 125:1).
Gerrit Setzer; © www.bibelstudium.de
Online in het Duits sinds 07.11.2026
Geplaatst in: Christendom
© Frisse Wateren, FW