16 jaar geleden

Maarten Luther (7)

Hoewel het Duitse volk in Luther zijn held zag, zagen we al dat er voor Karel V, die een Spanjaard was en fanatiek rooms, een duidelijke andere beslissing was gevallen. Luther en zijn aanhangers werden in de rijksban gedaan, en de verbranding van hun geschriften werd bevolen. Deze beslissing echter…

Hoewel het Duitse volk in Luther zijn held zag, zagen we al dat er voor Karel V, die een Spanjaard was en fanatiek rooms, een duidelijke andere beslissing was gevallen. Luther en zijn aanhangers werden in de rijksban gedaan, en de verbranding van hun geschriften werd bevolen. Deze beslissing echter kwam wel moeizaam tot stand en twee van de zes keurvorsten wilden het edict zelfs niet tekenen. Toen het definitieve edict tegen Luther getekend moest worden door keizer Karel, aarzelde deze. Zijn aarzeling werd veroorzaakt door het feit dat er in Worms aanplakbiljetten op de stadspoort en op andere plaatsen waren bevestigd. Hierop nam men het op voor Luther en het werd ondertekend met het driemaal herhaalde”Bundschuh”, het symbool van de boerenrevolutie (de lage schoen van de werkman in tegenstelling met de hoge laars van de edelman). Men wist al een eeuw lang wat dit betekende, vooral in Zuid-Duitsland. Als Luther veroordeeld zou worden, zouden de boeren zich er tegen verzetten. Aartsbisschop Albrecht van Mainz was erg geschrokken, want vooral hij werd in de pamfletten als vijand van Luther genoemd. Hij kreeg, na indringend aangedrongen te hebben bij de keizer, toestemming om de Standen nog eens met Luther te laten praten. Karel wilde zich er verder niet meer mee inlaten en gaf drie dagen de tijd voor een laatste overleg met Luther. Gedurende deze dagen heeft men op alle mogelijke manieren geprobeerd Luther over te halen een compromis te sluiten. Maar elke politieke gedachte was hem vreemd. Hij wilde en kon niet van Gods Woord af, want daarvoor alleen wilde hij zich buigen. Hij antwoordde de kanselier, die hem het bevel van de keizer in het latijn meedeelde, ondermeer dit (eveneens in het latijn): “Zoals het de Heer goeddunkt, zo is het geschied. De Naam des Heren zij geloofd! Wil de keizer en de Rijksdag bedanken dat ze mij zo genadig hebben gehoord. Ik ben bereid voor keizer en Rijk alles te lijden, ook grote oneer, maar de vrije verkondiging van het Woord van God moet ik me voorbehouden”.
Aleander had het definitieve edict tegen Luther opgesteld. Toen dit getekend moest worden door Karel, aarzelde deze en zei dat hij het stuk nog aan de Rijksdag moest voorleggen. Dat was wel slim van hem, want hij wist dat de Rijksdag eigenlijk niet meer geldig was omdat er twee keurvorsten ontbraken, namelijk Frederik de Wijze en Lodewijk van de Palts. Toch tekende de keizer na enkele weken toch en was het edict op 26 mei 1521 een feit geworden.

Opmerkingen over het optreden van Luther te Worms

Reeds het feit op zichzelf van het verschijnen van Luther voor de rijksdag was een blijkbare triomf over het pausdom. Zijn komst binnen Worms was een zegepralende intocht. Al was hij een tweemaal veroordeelde geëxcommuniceerde en van alle menselijke samenleving afgesneden ketter, toch genoot hij de eer gesteld te worden voor de verhevenste vergadering van de wereld. De paus had hem veroordeeld tot eeuwig stilzwijgen; en nu wordt hij in eerbiedige bewoordingen uitgenodigd voor duizenden het woord te voeren. En door het bestuur van God werd het hem vergund vele oplettende toehoorders uit alle oorden van de Christenheid enige tijd lang met grote stoutmoedigheid aan te spreken, zonder in de rede gevallen en bijna zonder berispt te worden. “Een grote omkeer”, zegt M. d’Aubigné, “was alzo door Luther bewerkt. Rome was zijn gezag al aan het verliezen, en het was de stem van een monnik, die deze vernedering bewerkte. Het feit alleen van zijn verhoor te Worms verkondigde aan de wereld, dat de betovering van het pausdom voorbij en de zegepraal van de Hervorming verzekerd was. Een arme, vervolgde, eenzame monnik zonder vrienden stelt zich tegen de majesteit van de driedubbele kroon. De wereldlijke arm wordt te hulp geroepen, maar de keizer weigert het bevel van de paus ten uitvoer te brengen. De banvloek is krachteloos. Een geestelijke macht, sterker dan paus en keizer tezamen, heeft de overhand; en de zegekreet wordt vernomen in vele landen. Het is volkomen duidelijk, dat noch paus noch keizer werkelijk op de hoogte waren van de publieke opinie. Een geslacht was tot de mannelijke leeftijd opgegroeid, hetwelk door de mannen van letteren onderwezen was, om voor zichzelf te denken en zich een eigen mening te vormen. Luther wist dat zijn eigen gedachten omtrent het pausdom en het Woord van God door duizenden gedeeld werden. Toch stond hij in de vergadering te Worms als Gods getuige voor de waarheid alleen. Hij handhaafde het persoonlijke recht om het Woord van God te lezen en te verklaren, de plicht om zich aan het gezag van dit Woord te onderwerpen, tegenover de vermetele aanmatiging zowel van de paus als van de keizer. Onder al de aanwezige vorsten had Luther zelfs niet één enkele beschermer, die openlijk zijn partij durfde kiezen, noch zelfs een voorspraak van enige rang of invloed. Doch dezelfde God, die Elia kracht gaf de priesters van Baäl op de Karmel te weerstaan, en die bij Paulus stond, toen deze verscheen voor de keizer, verleende aan de monnik van Wittemberg een wijsheid en kracht, die door niets te overwinnen waren, en die aan iedereen het bewijs leverden, dat ware geestelijke kracht en een gelukkige vrijheid alleen te vinden waren in een goed geweten, door het geloof in de Heer Jezus Christus; en door de tegenwoordigheid en kracht van de Heilige Geest”.

Luther op de Wartburg

De beloofde vrije terugtocht kreeg Luther inderdaad. Toen hij echter met zijn reiswagen door een bos in Thuringen reed, werd hij plotseling door gewapende ruiters overvallen en weggesleurd. De buitenwereld wist niet beter of het was droevig afgelopen met Luther. In werkelijkheid was de overval door Frederik de Wijze bevolen, om zijn “beschermeling” zó aan het gevaar te onttrekken. De slotvoogd, Hans von Berlepsch, had deze overval in scène gezet. Luther werd naar de hoge Wartburg bij Eisenach gebracht. Voorlopig wist niemand waar hij zich bevond.
Het plotselinge en geheimzinnige verdwijnen van Luther veroorzaakte niet weinig angst bij zijn vrienden en gejuich onder zijn vijanden. De vreemdste geruchten liepen door het land, zodat de naam van Luther, zijn karakter en zijn geschriften met meer belangstelling dan ooit te voren besproken werden. Daar echter geheimhouding noodzakelijk was voor zijn veiligheid, werd vriend en vijand maanden lang in onzekerheid gelaten aangaande de plaats, waar hij verborgen was.
De Wartburg, waar hij opgesloten werd gehouden, en die hij zijn “Patmos” noemde, was de oude en onneembare verblijfplaats geweest van de landgraven van Thuringen. Door zijn ligging op een berg verleende het een uitzicht over de omstreken van Eisenach, de plaats, waar zijn moeder geboren was, en waar hij zijn eerste opvoeding had ontvangen. Ook nu nog zeker een bezoek waard.De slotvoogd verzorgde hem persoonlijk en bracht hem ook zelf het eten. Opdat geen achterdocht gewekt zou worden omtrent zijn persoon, werd hij verplicht zijn monnikspij en kap af te leggen, zijn haar en baard te laten groeien, en de titel benevens de kleding van een land-edelman aan te nemen, onder de naam van”jonker Jörg”. De beide kamers waarover hij beschikte aan de buitenkant van het ridderhuis, waren alleen langs een trap bereikbaar die gedurende de nacht werd weggenomen. Hij mocht er niet uit zolang zijn tonsuur niet was verdwenen en zijn baard niet de lengte had, die bij een behoorlijk ridder paste.
Voor de strenge monnik, de werkzame hervormer, de moedige strijder tegen Rome was de verandering verbazend groot. Menigmaal werd hij bezocht door lichamelijke ziekte en depressiviteit. Het was voor hem een tijd met vele en zware aanvechtingen. In enkele van zijn brieven, gedagtekend van het eiland Patmos, klaagt hij bitter over de luie manieren die hij aannam, zowel als over de gevolgen van zijn manier van leven. Hij kon het echter niet anders zien dan Gods weg met hem. Het duidelijke Woord van God wees hem de weg en vertroostte en bemoedigde hem. In deze maanden ontwikkelde in hem een enorme werkkracht. Hij vertaalde het Nieuwe Testament uit het Grieks in het Duits, een ongeëvenaarde prestatie. We komen hier later D.V. nog op terug.
Luther schreef op de Wartburg nog velerlei andere werken, zoals: “Kerkpostille”, een reeks preekvoorbeelden waar de leiders van de Reformatie veel behoefte aan hadden. Vervolgens steunde Luther in geschriften de opheffing van het kloosterleven. Tenslotte zag Luther zich genoodzaakt de Wartburg te verlaten en naar Wittenberg terug te keren. Dat deed hij op 6 maart 1522.

Korte impressie van de gevangenschap van Luther

Als een geketende adelaar zit Luther dag aan dag in het midden van de donkere bossen van Thuringen, in droefgeestig nadenken verzonken over de treurige toestand van kerk en geestelijkheid, vol onrust over de gevolgen van de Wormser rijksdag, het welvaren van zijn vrienden en de voortgang van de waarheid. De keten schrijnt hem; hij heeft die niet aangenomen uit de hand van de Heer; zijn gezondheid kwijnt; ganse nachten brengt hij slapeloos door; de zwaarmoedige neigingen van zijn geest nemen toe; en onophoudelijk verbeeldt hij zich door de satan aangevallen te worden. “Geloof mij”, schrijft hij, “ik ben in deze eenzaamheid overgegeven aan duizende kinderen van de duivels; en het is veel lichter te strijden tegen lichamelijke vijanden, namelijk mensen, dan tegen boze geesten in de hemelse gewesten”. Hij zucht naar vrijheid om te staan in de voorste gelederen van de strijd; en uit vrees van beschuldigd te worden het slagveld te zijn ontlopen, riep hij uit: “Ik werd nog liever op vurige kolen uitgestrekt dan hier half dood neer te liggen”. Het menselijk verstand moest zeggen: een crisis is ophanden; de werkzame pogingen, de onweerstaanbare oproepingen van Luther zijn noodzakelijker dan ooit; want indien de aanvoerder van deze machtige beweging meent zich op zulk een ogenblik van achteren te moeten houden, zal de zaak van de waarheid schade lijden, en behalen haar vijanden de zegepraal. Doch in plaats van alle menselijke redenering, zegt de Meester: Neen. Mijn wegen zijn niet uw wegen; noch Mijn gedachten uw gedachten. De gevangenschap van mijn dienstknecht zal de in vrijheidstelling zijn van miljoenen. En zo gebeurde het. Geen voorval in zijn leven werkte zozeer mee om zijn geest te verrijken, of zijn beschouwingen over de aard en de omvang van de noodzakelijke hervorming tot rijpheid te brengen, als deze tijd van afzondering, waarin hij zoveel boeken schreef en de Schrift vertaalde. Mogen wij leren ons met blijmoedigheid te onderwerpen, wanneer de Meester ons beveelt stil te zijn, zowel als wanneer Hij zegt: ga heen en werk op de akker, die Ik u heb aangewezen, en waarvoor Ik u bekwaam gemaakt heb. Mozes in Midian, Paulus in Arabië en Johannes op Patmos geven veel Goddelijke lering aan al de dienstknechten van de Heer.

Bronnen:
Luther – zijn weg en werk, W.J. Kooiman;Geschiedenis der kerk, dr. H. Berkhof;
Grote geïllustreerde wereldgeschiedenis, verschenen bij Bosch & Keuning n.v. te Baarn;
Geschiedenis in Thema en Taak, deel I, W.F. Kalkwiek en J. Wilschut.
Algemene geschiedenis van de Christelijke Kerk, A. Miller.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW