1 maand geleden

Lukas 22 vers 62

“En hij (Petrus) ging naar buiten en weende bitter”.

Als wij door een misstap de Heer oneer hebben aangedaan en daarover werkelijk bedroefd zijn, zullen wij met niets anders dan met onze eigen schuld bezig zijn. Maar we zijn toch nog al te gemakkelijk geneigd om daarbij ook op anderen te zien. Misschien iemand die er ook bij betrokken was, zodat onze schuld niet zo zwaar meer lijkt te zijn. Maar wanneer de Geest van God mijn ogen werkelijk opent voor mijn zonden, zal Hij mijn ogen niet richten op de fouten van medebroeders of medezusters. Helaas wordt vaak bij een belijdenis een beschuldigende opmerking gemaakt! Dit is echter geen teken van een diepgaande verootmoediging, wanneer bij het belijden van zonden wordt gewezen op de fouten en of nalatigheden van anderen.

Petrus zag zijn zonde in en ging naar buiten en weende bitter. Was hij toen soms bezig met de fouten en tekortkomingen van andere discipelen? Verontschuldigde hij zich daarmee, dat ook anderen gevlucht waren en dat Judas zelfs de Heer verraden had? Nee, niet zijn broeders, niet de omstandigheden, maar alleen zijn persoonlijke zonde hield hem bezig. Ook bij zijn openlijk herstel (Joh. 21), toen de Heer Jezus hem op de proef stelde met de woorden: “Heb je Mij meer lief dan dezen?” (vs. 15), vergeleek hij zich niet met de anderen. Nee, verre van dat! Door welk een diep dal moet Petrus gegaan zijn, vóórdat hij zeggen kon: “U weet alles, U weet dat ik van U houd” (vs. 17) [1].

Hoe belangrijk is het toch dat we onszelf in de stralen van het ware licht zien en ons wenden tot de bron van alle liefde, de Liefde van Christus!

Alleen onder de stralen van deze liefde zullen onze harten verwarmd worden en op de weg van trouw bewaard blijven.

NOOT:
1. Simon gebruikt steeds een ander woord voor liefhebben (phileo) dan de Heer gebruikt; dat de Heer dan echter de derde maal overneemt. Dit woord, vertaald door ‘houden van’, heeft meer de betekenis van: gehechtheid, genegenheid (het komt o.a. nog voor in Joh. 5:20; 11:3; 16:27; 20:2); terwijl het andere Gr. woord (agapao) gebruikt wordt voor de Goddelijke liefde (het komt o.a. nog voor in Joh. 3:16,35; 11:5; 13:1,23,24; 14:21,23).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW