7 maanden geleden

Jona wordt in de zee geworpen (4)

Jona 1 vers 11-15

11. “Zij zeiden dan tegen hem: Wat moeten wij met u doen, zodat de zee ons met rust laat? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger”.
12. Daarop zei hij tegen hen: Pak mij op en werp mij in de zee; dan zal de zee u met rust laten, want ik weet dat deze zware storm u omwille van mij overkomt.
13. De mannen roeiden echter om het schip terug te brengen naar het droge. Maar zij konden het niet, want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.
14. Toen riepen zij de HEERE aan en zeiden: Och HEERE, laat ons toch niet vergaan om het leven van deze man! Leg geen onschuldig bloed op ons! Want U, HEERE, doet zoals het U behaagd heeft.
15. “Daarop pakten zij Jona op en wierpen hem in de zee. En de woedende zee kwam tot bedaren”.

Jona had geslapen, was gewekt en door het werpen van het lot had God onthuld wie de oorzaak van de zware storm was. Degene die eigenlijk een profeet van God was en die de uitspraken van God had moeten spreken en die voor het aangezicht van God had moeten staan, was weggelopen, bad niet en zweeg tot het niet anders meer kon. Dan vragen de zeelieden: “Wat moeten wij met u doen, zodat de zee ons met rust laat?” (Jona 1:11). Voor deze heidenen was het duidelijk, dat de storm een teken was van het misnoegen van God met betrekking tot Jona. En wat is de reactie van Jona? Wat hij nu zou zeggen heeft drastische gevolgen: “Daarop zei hij tegen hen: Pak mij op en werp mij in de zee; dan zal de zee u met rust laten, want ik weet dat deze zware storm u omwille van mij overkomt” (Jona 1:12).

Jona onderwerpt zich nu gewillig aan de straf voor zijn ongehoorzaamheid, want hij weet: ik heb de dood verdiend. Hij erkent dus, dat Gods handelen met hem rechtvaardig is en geeft zich over in de hand van God. De zeelieden aarzelen eerst, maar beseffen al gauw, dat al hun eigen pogingen om terug aan land te komen – zij waren vermoedelijk ook helemaal nog niet zo lang onderweg – tot mislukken gedoemd waren. Of ze zouden allemaal omkomen, of ze moesten Jona in zee werpen. En zo lezen we in vers 15: “Daarop pakten zij Jona op en wierpen hem in de zee. En de woedende zee kwam tot bedaren”. Dit betekent een zekere dood voor Jona, maar we zullen later zien, dat God zijn ontrouwe dienaar niet opgeeft en aan en in hem blijft werken.

Deze gebeurtenis is vol van praktische lessen voor ons.

  1. Jona is het totale tegenbeeld van de Heer Jezus. In het voorval is Jona schuldig en zijn de zeelieden onschuldig. De onschuldigen konden alleen gered worden door de dood van de schuldige. Onze Verlosser was volkomen onschuldig. Hij gaf Zijn leven – wij nemen nu uit het boek Jona de uitdrukking “onschuldig bloed” over – om schuldige mensen te redden van het rechtvaardig oordeel van God. Hij ging voor u en mij in de dood – de zee spreekt daarvan – zodat wij gered konden worden. 1 Petrus 3 vers 18 zegt: “Want ook Christus heeft eenmaal voor [de] zonden geleden, [de] Rechtvaardige voor [de] onrechtvaardige, opdat Hij ons tot God zou brengen.” De enige weg naar redding is bereid door onze Heer en Heiland. Dat Jona in de drie dagen in de buik van de vis een voorbeeld is van de dood van de Heer, wordt bevestigd door onze Heer Zelf, bijvoorbeeld in Mattheüs 12 vers 40: “Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.”
  2. De zeelieden die Jona in zee werpen zijn ook het totale tegenbeeld van de Mens aan het kruis. Zij aarzelen om het oordeel over Jona uit te voeren, dat zijn dood zou betekenen. Ze werpen hem eerst niet in zee, maar bidden. Ze doen alles wat ze kunnen om te voorkomen, dat hij in zee wordt geworpen. En zoals eerder gezegd, waren zij onschuldig aan de concrete situatie, ook al waren zij natuurlijk zondige mensen. De leiders van Israël hadden niet zulke bedenkingen jegens de Heer. Ze hebben alles geprobeerd om Hem te doden. Wij lezen dit “met het oog op” telkens weer in het evangelie, omdat dit hun uitdrukkelijk doel was.
  3. De bekentenis van Jona en zijn onderwerping aan het rechtvaardig oordeel van God was de enige manier om de zeelieden te redden. Hun eigen werken en inspanningen waren van geen nut. Elke reddingspoging van hen was tevergeefs. Zo is het ook met de redding van mensen van het eeuwig oordeel van God.  Het is niet uit werken, opdat niemand roemt. Geen vlees wordt voor God gerechtvaardigd door werken; dit feit wordt uitvoerig uiteengezet in de brief aan de Romeinen. Alleen het geloof in Zijn bloed, in Zijn plaatsvervangende verzoeningsdood, redt van het oordeel.
  4. Tenslotte zien we in Jona ook een voorbeeld van een afvallige gelovige. Wanneer wij gezondigd hebben, is berouw en een oprechte belijdenis noodzakelijk voor herstel: “Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid” (1 Joh. 1:9). En soms moeten we de gevolgen van afwijking dragen. Voor Jona was er eerst nog een tijd van nood, David verloor zijn kind, Jakob moest door grote beproevingen heen. Er wordt gezegd: “Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten” (Gal. 6:8).  Dit principe van God is waar. Dat God ons niet altijd de gevolgen laat dragen, is Zijn genade alleen.
  5. Het gedrag van Jona bracht ook moeilijkheden voor anderen met zich mee. En wij willen ons in het licht van God afvragen: Heeft ons gedrag anderen misschien ook al leed berokkend? Zijn wij de oorzaak geweest van moeilijkheden voor anderen, omdat wij alleen maar met ons eigen voordeel bezig waren of de verkeerde kant opgegaan zijn? Is het getuigenis van God daardoor verduisterd?

Hoe leerzaam zijn deze oude gebeurtenissen! Wij merken op, dat zij geschreven zijn voor ons onderricht. Laten wij het Oude Testament met belangstelling en aandacht lezen, zodat wij kunnen leren:

  1. waar het over Christus spreekt en
  2. wat wij er van kunnen leren voor ons geloofsleven.

 

Wordt DV vervolgd met: “De zeelieden” (5).

Dirk Mütze; © www.bibelstudium.de

Online in het Duits sinds 31.12.2020.

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, FW