4 jaar geleden

Jeremia 38 vers 11

Zo nam Ebed-Melech de mannen onder zijn bevel, ging het huis van de koning binnen tot onder de schatkamer, en nam vandaar versleten kleren en versleten lompen mee. Die liet hij met touwen naar beneden, naar Jeremia in de put.

Jeremia werd gehaat vanwege zijn ware getuigenis voor God. Hij getuigde trouw vóór koning Zedekia dat God oordeel zou brengen over al de mensen vanwege hun zonden. Een dergelijk bericht was kwaad in de ogen van prominente ambtenaren van het rijk, en de vorsten zagen dat Jeremia in de kerker geworpen werd. Arme Jeremia! Wat moet hij hebben gevoeld toen hij in de modder van die put zonk! Niemand durfde een enkel bezwaar tegen die onrechtvaardige daad in te brengen. De koning had de koninklijke goedkeuring gegeven! Echter, terwijl heel Israël zweeg, werkte God in het hart van Ebed-Melech, een Ethiopiër die actie ondernam. Na het verkrijgen van toestemming van de koning om Jeremia uit de put te halen, haalde hij gescheurde vodden en versleten kleding op en gaf dit met touwen aan Jeremia. De vorsten hadden er geen last van om Jeremia rustig in de kuil te laten. Of hun touwen hem pijn deden of dat ze in zijn armen sneden, wat maakte hen dat uit? Maar Ebed-Melech riep tot Jeremia: “Doe deze versleten kleren en lompen toch onder uw oksels, endaaronder de touwen. Zo deed Jeremia”. Hebben deze lappen en kleding niet een les voor ons? Het was echte liefde, dat de zorg van Ebed-Melech voor Jeremiah opwekte en hem motiveerde om zijn lijden te verlichten. Zelfs als onze liefde alleen maar een paar “oude lompen en oude kleren” kan produceren, zal de Heer dit niet over het hoofd zien noch het vergeten. “Want wie u een beker water zal te drinken geven vanwege het feit dat u van Christus bent, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon geenszins zal verliezen” (Markus 9:41).

Geplaatst in:
© Frisse Wateren, R. Mol